Bericht:

Rubriek:

18 februari 2000

Beleid & uitvoering

Afval cijfers in overvloed, alleen wat laat

Minister Pronk heeft het Jaarrrapport over 1997 van de Emissie en afval in Nederland naar de Tweede Kamer gestuurd

Minister Pronk vroeg zich afgelopen lente tijdens een overleg met de vaste Tweede Kamer Commissie van VROM hardop af waarom 'we hier eigenlijk over de scheidingcijfers van 1997 zitten te praten'. De ambtelijke 'afval' top haastte zich behulpzaam de minister de oorzaak in te fluisteren. De cijfers kwamen van het CBS, tja en die zijn niet snel. De reactie van Pronk was een mooi voorbeeld van hoe anders deze minister is ten opzichte van de vorige. Na een kortstondige verbaasde gezichtsuitdrukking, volgde een lichte sis om zich vervolgens af te wenden. Hier leken duidelijk veranderingen op komst. Of het hem echt gelukt is blijkt nog niet. Onlangs stuurde hij het Jaarrapport 1997 'Emissie en afval in Nederland' naar de Tweede Kamer, vergezeld van de ramingen voor 1998. Het rapport is de eerste uit de nieuwe rapportagereeks Doelgroepmonitoring, zo schrijft de minister monter. 'Het rapport geeft een overzicht van de door de partners eenduidig vastgestelde emissie- en afvalgegevens voor het jaar 1997 en de ramingen voor 1998. De gegevens vormen een belangrijke basis van de milieubalans die jaarlijks door het RIVM wordt uitgebracht'. Vreemd, want in september van vorig jaar bracht het RIVM de milieubalans uit met gegevens tot en met 1998. Dat het allemaal lang duurt laat zich makkelijk verklaren. Ten eerste is de materie complex. Ten tweede staat achter het rapport een commissie die is samengesteld uit verschillende ministeries (VROM, V&W, LNV en EZ) en het IPO, de VNG de UvW, het RIVM en natuurlijk het CBS. Bovendien hebben de milieucijfers onder vuur gestaan, naar aanleiding van een uit de school klappende RIVM-medewerker. De minister wijst dan ook in zijn aanbiedingsbrief op de zeer zorgvuldige procedure en verslaglegging in het rapport.


Uitgeverij Noordhoek BV