Bericht: Rubriek: |
20 april 2000 | |
In het oorspronkelijke voorstel voor de wijziging van het hoofdstuk afvalstoffen van de
Wet milieubeheer had Pronk nog vastgehouden aan een afwijkende terminologie die Nederland
al enige jaren gebruikt, maar die voortdurend aanleiding waren tot vragen en verwarring.
Inmiddels heeft hij zich laten overtuigen. Dit betekent dat voor het begrip 'verwijderen
van afvalstoffen' dat werd gebruikt voor de gehele keten van het inzamelen tot en met
verbranden van afvalstoffen nu de term 'beheer van afvalstoffen' moet worden gebruikt. Het
begrip 'verwijderen' wordt vanaf nu alleen nog gebruikt voor verbranden of storten en
vervangt dus het begrip 'definitieve verwijdering'. Dit betekent volgens de Minister
overigens niet dat de discussie over wat nu verwijderen en wat nuttige toepassing is ook
ten einde is. De interpretatie van deze definities heeft te maken met onduidelijkheden in
de Europese regelgeving. Nederland neemt volgens minister Pronk - in tegenstelling tot wat
hem wel eens verweten wordt - een actieve houding aan om dit te verbeteren. Zowel in
Europees als in OESO verband is Nederland een van de drijvende krachten achter de
verbetering.
Andere zaken die zijn gewijzigd is de procedure waarmee het Landelijk Afvalbeheersplan
begin 2001 zal worden ingevoerd. Het plan zal tegelijkertijd aan de Tweede Kamer en aan
derden voor commentaar worden aangeboden. Hiermee wordt het mogelijk dat het parlement
toch haar opmerkingen kan maken maar dat het plan ook snel kan worden ingevoerd. Samen met
de wijzigingen heeft de minister verschillende vragen beantwoord die de leden van de vaste
commissie van VROM in de Tweede Kamer hebben gesteld naar aanleiding van het wetsvoorstel.
Deze vragen gingen vooral over het meldingenstelsel, de inspraak en betrokkenheid bij de
opstelling van het Landelijk Afvalbeheersplan en de handhaving.