Bericht:

Rubriek:

15 juni 2000

Jurisprudentie

Duidelijkheid over definitie afvalstof blijft uit

Het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen heeft uitspraak gedaan in de zaken van Arco Chemie en van de Vereninging Dorpsbelang Hees over de vraag wat een afvalstof nu daadwerkelijk is. De uitspraak werd al lange tijd met spanning afgewacht, omdat dit sterk bepalend is voor het Nederlandse afvalbeleid.

Aan het Hof had de Raad van State zogenaamde prejudiciŽle vragen gesteld. Bij de behandeling van de zaken kwam de Raad van State er ook niet helemaal uit wat in de Europese wetgeving nu mogelijk is om afval in te zetten als reguliere brandstof. Daarom waren de vragen aan het Hof gesteld. In de Arco zaak gaat het om een calorisch bijproduct uit het productieproces dat het bedrijf als brandstof naar BelgiŽ wilde exporteren. Daar zou het als brandstof in de cementindustrie verbrand gaan worden. Het bedrijf vond het een brandstof, en geen afvalstof. De minister van VROM vond het wel een afvalstof. In de andere zaak ging het om tot spaanders verwerkt bouw- en sloophout dat werd bijgestookt in de elektriciteitscentrale van EPON in Nijmegen. Daarvoor was door de provincie een vergunning verleend omdat het niet zou gaan om afvalstoffen. Elektriciteitscentrales mogen namelijk geen afvalstoffen verbranden. De vereniging dorpsbelangen Hees had hier bezwaar tegen aangetekend omdat volgens haar het mogelijk zou zijn dat door de samenstelling van het hout giftige afvalstoffen als dioxines zouden vrijkomen.
In de uitspraak van het Hof stelt zij dat het begrip afvalstof niet restrictief kan worden uitgelegd. Het Hof concludeert voor beide zaken dat als een stof wordt behandelt met een in de Europese afvalstoffen richtlijn genoemde bewerking, het niet automatisch een afvalstof wordt. Maar het Hof vindt het ook niet relevant voor de bepaling of iets een afvalstof is of niet, als de betreffende stof op milieuhygiŽnische wijze en zonder ingrijpende bewerking wordt toegepast. In tegendeel, het Hof oordeelt dat als een stof volgens gangbare maatschappelijke opvattingen een afvalstof is, het waarschijnlijk is dat het dat ook is. Of inderdaad sprake is van een afvalstof moet worden beoordeeld "met inachtneming van alle omstandigheden, waarbij rekening moet worden gehouden met de doelstelling van de richtlijn en ervoor moet worden gewaakt, dat geen afbreuk wordt gedaan aan de doeltreffendheid daarvan." Een uitspraak die aan duidelijkheid wel wat te wensen overlaat. Het Hof vindt dan ook dat - zoals in het geval van Arco - dat bijproducten van een productieproces die voor geen enkel ander doel kunnen worden ingezet dan voor verwijdering, naar alle waarschijnlijkheid onder het begrip afvalstof vallen. Het definitieve oordeel is echter aan de Raad van State, want nu de vragen door het Europese Hof zijn beantwoord, zal de Raad van State uitspraak doen in deze twee zaken. (zie ook het arrest en de beschouwing van mr. B.J.M. Veldhoven over deze zaak in de rubriek Jurisprudentie.)


© Uitgeverij Noordhoek BV