Bericht: Rubriek: |
29 augustus 2000 | |
De VNA spreekt in een reactie van symptoombestrijding en wijst op de eigen
verantwoordelijkheid van de provincie de handhaving goed uit te voeren.
Twee incidenten van de afgelopen tijd, de brand bij ATF en vooral het faillissement van
afvalverwerker Oldenburger, hebben volgens de milieugedeputeerde aangetoond dat de
provincie te snel de financiële lasten voor haar kiezen krijgt. Volgens hem moet de
provincie de mogelijkheid krijgen om binnen de Wet milieubeheer een boete te kunnen
opleggen of een bankgarantie te eisen. Zijn redenering is dat als een afvalverwerkend
bedrijf in de problemen komt, het de provincie is die uiteindelijk, vanuit haar
verantwoordelijkheid voor milieu en volksgezondheid, voor de kosten moet opdraaien. De
gedeputeerde wil daarmee de dreigende financiële strop voorkomen die ontstaan is door
toedoen van afvalbedrijf Oldenburger in Leeuwarden. Dat bedrijf liet wel de aanvoer van
afvalstoffen doorgaan, maar zonder deze af te voeren voor verwijdering. Bij controle bleek
vijftig maal zoveel afval op het terrein te liggen dan volgens de vergunning was
toegestaan. Via bestuursdwang werd Oldenburger gedwongen het overschot te verwijderen. Dit
kon het bedrijf financieel niet aan en leidde tot het faillissement. Daarmee kwamen de
kosten voor de verwijdering op het bord van de provincie te liggen. Om dit te voorkomen
wil de milieugedeputeerde dat afvalbedrijven een bankgarantie stellen, zodat als het fout
gaat de provincie daarop aanspraak kan maken. Hij wil het idee in de oktobervergadering
van het IPO aan de orde stellen en daarna met de minister van VROM bespreken.
De Vereniging Nederlandse Afvalondernemingen (VNA) heeft direct afwijzend gereageerd.
Mulder gaat volgens de VNA voorbij aan zijn eigen verantwoordelijkheid, namelijk de zorg
voor efficiënte, effectieve en milieugerichte handhaving. 'Zijn voorstel om alle
afvalbedrijven over één kam te scheren, maakt pijnlijk duidelijk waaraan het bij de
overheid nog regelmatig schort: te veel achter het bureau en te weinig in de praktijk.'
Waarom, zo vraagt de VNA zich af, heeft de provincie een vijftigvoudige overschrijding van
een limiet in een vergunning zo laat vastgesteld. Dit had voorkomen kunnen worden door
frequent, consequent en doelgericht te handhaven en vervolgens niet te schromen om
bestuurlijk gereedschap, zoals dwangsom of bedrijfssluiting, toe te passen. Als uiterste
bestaat altijd de mogelijkheid dat het Openbaar Ministerie strafvervolging instelt.
Volgens de VNA brengt deze maatregel goedwillende afvalbedrijven alleen maar in diskrediet
en zou het hen beknotten in de financiële ruimte.