Bericht: Rubriek: |
18 september 2000 | |
De VVAV heeft het capaciteitsplan voor storten en verbranden afgerond. Dit plan is
opgesteld op verzoek van de minister van VROM. Het advies zal worden meegenomen in het
Landelijk Afvalbeheersplan (LAP) dat in april 2001 wordt gepresenteerd. In een convenant
met de overheid wil de sector de afspraken over de verbrandings- en stortcapaciteit
vastleggen. De sector verbranden wil de garantie geven dat de totale hoeveelheid
huishoudelijk afval in Nederland kan worden verwerkt, op voorwaarde dat de overheid ervoor
zorgt dat het afval ook in Nederland blijft. Grenzen dicht dus voor het huishoudelijk
afval. De totale verbrandingscapaciteit bedraagt nu 5,5 miljoen ton, terwijl er nog 2,5
miljoen ton brandbaar afval gestort wordt. De sector wil dat het huishoudelijk afval
(ongeveer 5 miljoen ton) in de bestaande AVI's wordt verwerkt; het brandbaar bedrijfsafval
valt dan binnen de vrije markt. Daar willen de AVI's overigens ook een partij in zijn. De
sector storten wijst er juist op dat er voldoende stortcapaciteit moet zijn als
achtervangfunctie om de komende zes jaar het verwachte afvalaanbod te kunnen verwerken.
Zeker omdat dit aanbod meer is dan oorspronkelijk werd gedacht.
Het voorstel voor de scheiding tussen bedrijfsafval en huishoudelijk afval is ingegeven
door het ontstaan van een Europese vrije markt voor brandbaar afval in 2005. Doordat de
Nederlandse AVI's een hoogwaardiger verbrandingstechniek hebben dan de omringende landen,
ligt de kostprijs ook hoger. Hierdoor is men bang om marktaandeel te verliezen. Tijdens
het Nationale Afvalcongres afgelopen september reageerden vertegenwoordigers van SITA (uit
Frankrijk) en het Duitse RWE verbaasd over de scheiding. 'Brandbaar afval verbranden wij
gewoon, zonder onderscheid te maken naar herkomst'. De VVAV heeft overigens ook aan de
minister voorgesteld een scheiding te maken tussen stedelijk afval, huishoudelijk afval en
bedrijfsafval in relatie tot de inzameling, verwerking en verbranding.