Bericht: Rubriek: |
20 november 2000 | |
In november berichtte het NRC Handelsblad dat er tegen het Service Centrum
Grondreiniging (SCG) al drie jaar een strafrechtelijk onderzoek liep. Vervolgens bleek dat
ambtenaren van het ministerie van VROM hierover niet alleen hun minister onvoldoende
hadden geïnformeerd, maar ook dat hen dat, in strijd met de regels, tienduizenden guldens
aan neveninkomsten had opgeleverd.
Het Openbaar Ministerie in Rotterdam beslist eind dit jaar of het SCG strafrechtelijk
vervolgd gaat worden voor fraude met vervuilde grond. Door valsheid in geschrifte hebben
bedrijven mogelijk miljoenen guldens aan milieuheffingen ontlopen. Het SCG, dat
ressorteert onder het ministerie van VROM, moet vaststellen of vervuilde grond licht of
zwaar verontreinigd is. Voor storten van zwaar verontreinigde grond geldt een ontheffing
van stortbelasting. Volgens het NRC Handelsblad zijn twintig van de 3000 verklaringen
verdacht.
Enkele VROM-ambtenaren zaten in het bestuur van SCG en waren commissaris bij de
commerciële werkmaatschappijen van het SCG. Volgens het NRC Handelsblad zou met name de
heer A.B. Holtkamp, de toenmalige directeur Bodem en inmiddels directeur Stoffen,
Afvalstoffen en Straling van het ministerie, een kwalijke rol hebben gespeeld. Dit omdat
hij een vergoeding van 88.000 gulden in eigen zak had gestoken. Officieel was dit echter
niet laakbaar omdat in de tijd dat Holtkamp aan het SCG verbonden was het ministerie een
regeling kende waarin vergoedingen voor nevenfuncties werden toegestaan, mits dit in de
vrije tijd gebeurde. Inmiddels geeft een woordvoerder toe dat deze regeling op gespannen
voet staat met het ambtenarenreglement. Hierin wordt bepaald dat van bijbanen die uit
hoofde van de functie bij het ministerie worden vervuld de vergoeding moeten worden
afgedragen. De woordvoerder wijst er echter met nadruk op dat niet de heer Holtkamp fout
zat, maar het ministerie.