Bericht:

Rubriek:

4 maart 2001

jurisprudentie

AVB krijgt bij Raad van State geen gelijk

De Raad van State heeft het protest dat door Afvalverwerking Botlek (AVB) was aangetekend tegen de strenge voorschriften in de nieuwe vergunning niet gehonoreerd.

Daardoor mag AVB geen afvalolie meer verbranden in de eigen installatie. Daarmee heeft het rechtscollege het verbrandingsverbod van het ministerie van VROM en van de provincie Zuid-Holland bekrachtigd. De verbranding van de afvalolie, afkomstig uit de zee- en binnenvaartschepen, heeft een uitstoot aan dioxinen die hoger is dan in de vergunning is toegestaan. Sinds 1994 is het toegestane organische halogeengehalte in brandstoffen van 500 naar 50 mg/kg verlaagd. De concentratie in de olie bij AVB is tussen de 100 en 150 mg/kg. Omdat VROM van mening is dat de installatie niet aan de strengste normen voldoet en de dioxine-uitstoot moeilijk te controleren valt, werd een algeheel verbod gevraagd op het verbranden van afvalolie. Hiermee zou eventueel bijmengen om het gehalte naar beneden te brengen worden voorkomen. Nog een tegenvaller voor AVB was dat de Raad van State ook de verlenging van de vergunningen niet honoreerde. Nu is op slechts twee kostbare installaties met een lange afschrijvingsduur een milieuvergunning voor tien jaar afgegeven. Voor de overige installaties is de termijn vijf jaar. AVB had voor alle vergunningen een termijn van tien jaar geŽist, omdat het anders voortdurend bezig is met het aanvragen van milieuvergunningen.


© Uitgeverij Noordhoek BV