Bericht:

Rubriek:

Bron:

2 juli 2001

beleid & uitvoering

Kamerstuk 2000-2001, 27400 XI, nr. 90, Tweede Kamer

Europese harmonisatie duurt nog wel even


Er zit weinig schot in de Europese harmonisatie van afvaldefinities en -begrippen. En ook de ontwikkeling van een Europees gelijk speelveld voor de verwijdering van afvalstoffen is traag. De vooruitzichten hiervoor bij de ons omringende landen is echter positief.


Dat schrijft minister Pronk over de voortgang van de Europese harmonisatie voor de afvalsector op verzoek van de Tweede Kamer. Over het begrip afvalstof kan al lange tijd geen overeenstemming worden bereikt in de comissie die dit behandelt. Het enige positieve dat hierover te melden valt is dat het Europees Parlement en de Raad van Europa hebben vastgelegd dat er een duidelijker onderscheid moet komen tussen afvalstof en niet-afvalstof en dat er duidelijke criteria moeten worden ontwikkeld waardoor een onderscheid tussen nuttige toepassing en verwijdering kan worden gemaakt. Over dit laatste heeft de commissie onlangs een discussienotitie uitgebracht. Het daarin voorgestelde onderscheid ligt volgens de minister redelijk in de buurt van wat er in het LAP is voorgesteld. Over de ontwikkelingen ten aanzien van een gelijk speelveld, noodzakelijk voor het openen van de landsgrenzen voor brandbaar afval, valt eveneens weinig nieuws te melden. Vorig jaar is een EU-richtlijn voor het verbranden en storten van afvalstoffen gepubliceerd, waarmee de emissie-eisen zijn geharmoniseerd. Dit betekent niet dat er meteen een gelijk speelveld is, maar wel dat dit over een aantal jaren zo zal zijn. Op dit punt is dus wat bereikt, maar voor bijvoorbeeld gelijke beleidsuitgangspunten is het nog lang niet zo ver. Landen moeten voor een gelijke markt dezelfde uitgangspunten hebben in bijvoorbeeld de prioriteitsvolgorde. Op Europees niveau worden voor deze voorkeursvolgorde dezelfde uitgangspunten gebruikt als in Nederland. Maar de mogelijkheden om dit ook in ieder Europees land geļmplementeerd te krijgen zijn zeer beperkt. Voor een aantal specifieke producten, zoals verpakkingen en autowrakken, is dat gelukt. Voor het overige is het zeer beperkt. De minister haalt als voorbeeld de richtlijn Storten aan, die hij qua doelstelling en termijn weinig ambitieus vindt. Over een periode van vijftien jaar moet volgens de richtlijn de stort van organisch materiaal dertig procent zijn afgenomen ten opzichte van het niveau van 1995. Nu hoeft voor Nederland het gelijke speelveld niet in heel Europa te gelden. De Duitse, Belgische en Franse markten zijn onze enige concurrenten. En in die landen ziet het er naar uit dat het gelijke speelveld binnen afzienbare tijd gerealiseerd wordt. In het LAP is dan ook een overgangsperiode geformuleerd die de verbrandingsmarkt voorbereidt op een situatie van open grenzen. Tot slot wordt ook gewerkt aan een Europese harmonisatie van minimumstandaarden voor de verwerking van afvalstoffen, zoals die in het LAP zullen worden opgenomen. Hiervoor blijkt binnen Europa enige animo te zijn, maar alleen in landen waar meer dan vijftig procent van het afval nuttig wordt toegepast. De Europese Commissie wil de discussie over dit onderwerp wel starten, maar deze mag niet op gespannen voet staan met een vrije markt.
Origineel document: Kamerstuk 2000-2001, 27400 XI, nr. 90, Tweede Kamer


© Uitgeverij Noordhoek BV