Bericht:

Rubriek:

29 maart 2001

hergebruik

ICT-recycling succesvol maar duur

Op 29 maart is het miljoenste ICT-apparaat verwerkt en gerecycled via het inzamelsysteem dat is opgezet door Vereniging ICT Nederland. Voor de komende jaren wordt een verdere groei verwacht. Probleem is wel dat de verwijderingskosten vooralsnog door te weinig producenten moet worden opgehoest.

Het ICT-inzamelsysteem wil voorkomen dat afgedankte ICT-producten in het milieu terechtkomen. Het is opgezet in aansluiting op het Besluit verwijdering Wit- en Bruingoed, dat vanaf juni 1998 van kracht is. Aan het systeem nemen momenteel 138 producenten en importeurs van ICT-apparatuur deel. Hiermee wordt 70 procent van de branche gedekt. Er bestaan in Nederland twee systemen : één voor de inzameling van wit- en bruingoed (koelkasten, televisies en dergelijke) en één voor ICT-apparatuur, ook wel grijsgoed genoemd. Hieronder vallen bijvoorbeeld computers, printers, faxen en telefoons. In het eerste geval wordt een verwijderingsbijdrage geheven, te betalen door de consument. Vereniging ICT Nederland daarentegen gaat uit van een structuur waarbij de deelnemende producenten en importeurs zelf de milieukosten dragen. Volgens ICT-woordvoerder De Rooij is een verwijderingsbijdrage "veel onaardiger voor de burger. Bovendien hebben we allemaal kunnen lezen dat die burger veel te veel blijkt te betalen. Wij zeggen: laat mensen dat geld maar in hun zak houden en hopelijk aan onze producten besteden". Toch zitten er wel haken en ogen aan het ICT-systeem. De inzameling van apparatuur blijkt zeer succesvol te zijn. In twee jaar tijd is ruim 10.000 ton computers, telecommunicatieapparatuur, copiers, faxen, printers en andere kantoormachines verwerkt. "Ons succes is eigenlijk veel groter dan we verwacht hadden", aldus De Rooij. "Maar omdat het aantal deelnemende producenten te laag is, moeten de kosten over te weinig bedrijven worden verdeeld. Die schrikken zich een hoedje van de facturen."
Deelname is weliswaar voor alle producenten verplicht. Maar het percentage 'freeriders' ligt nog te hoog. Bovendien is van een groot aantal apparaten de herkomst niet meer te achterhalen, door verhuizingen, faillissementen, en dergelijke. Deze zogenaamde 'verweesden' maken samen met de 'freeriders' veertig procent van de kosten uit. En die kosten komen dus voor rekening van de bedrijven die wel deelnemen. Volgens Van Rooij wordt het hoog tijd dat hier iets aan gedaan wordt. Daartoe is ook VROM benaderd. "Het is onze taak om bedrijven te overtuigen en te informeren. Maar de overheid zal actief de wet moeten handhaven." Van Rooij verwacht dat het ministerie de komende weken met een reactie zal komen.


© Uitgeverij Noordhoek BV