Bericht:

Rubriek:

5 december 2000

verwijdering

Lachgas

Uit onderzoek blijkt dat de hoeveelheid lachgas die vrijkomt bij slibverbranding sterk kan verminderen door het beperken van de ammonia-injectie in de oven en het verhogen van de oventemperatuur.

Dit is van belang omdat lachgas (N2O) een grote bijdrage levert aan het broeikaseffect, zelfs vele malen groter dan CO2. Lachgas komt onder meer vrij bij de verbranding van zuiveringsslib. De slibverbrandingsinstallatie DRSH te Dordrecht heeft onderzoek laten doen naar de reductiemogelijkheden hiervan. Deze zijn vooral gelegen in het beperken van de ammonia-injectie en het verhogen van de oventemperatuur. De eerste mogelijkheid lijkt de meest reŽle, aldus de onderzoekers. Verhoging van de oventemperatuur is, vanwege thermische begrenzingen in de installatie, niet mogelijk onder de huidige omstandigheden.
Ammonia reduceert de NOx-emissie. Daarom betekent een beperking van de ammonia-injectie een verhoging van de NOx-uitstoot. Wanneer bij DRSH een verhoging van de NOx-emissie met 30 procent zou worden toegestaan en dus de ammonia-injectie kan worden beperkt, dan resulteert dit in een jaarlijkse reductie van lachgasemissies van ongeveer 3 ton (1000 ton CO2-equivalenten). Dit komt overeen met circa 17 procent van de huidige totale broeikasgasemissie van DRSH. Het onderzoek is uitgevoerd door HASKONING, in samenwerking met KEMA en gesubsidieerd door Novem.


© Uitgeverij Noordhoek BV