Bericht: Rubriek: |
31 januari 2001 | |
De gedragscode vormde een onderdeel van het rapport 'Storten in Balans' uit 1997,
waarin een herstructurering van de stortsector werd uitgewerkt. De code legt een aantal
afspraken vast zoals vier minimumtarieven die gebruikt worden voor bepaalde categorieën
afval. De gedragscode zou ingaan op 1 januari 1998 en zou gelden tot 31 december 2000. Op
9 september 1998 werd bij de NMa een goedkeuring voor de gedragscode aangevraagd. In de
uitspraak die de NMa nu gedaan heeft staat dat storten en verbranden van afval
maatschappelijk gezien onmisbaar is, maar dat dat niet automatische betekent dat het
"beheer van een dienst van algemeen economisch belang" is. Daarvoor moeten
namelijk wettelijke bepalingen gelden, waaruit die concrete taak bestaat. Die heeft de NMa
niet gevonden. De NMa constateert dat een wettelijke taakopdracht gericht tot
stortplaatsexploitanten in de Wmb niet aanwezig is. Ook is er geen verband tussen de
zorgplicht voor inzameling van huishoudelijk afval, die wel in de wet staat, en de
eindverwerking daarvan. De NMa kon dus geen wettelijke taakopdracht vinden voor het
storten van afval, en daarom kon zij geen ontheffing geven van het kartelverbod, dat
noodzakelijk is voor de prijsafspraken.
Voor de VVAV maakt de uitspraak niet veel uit. Ook zonder de minimumtarieven is de
herstructurering doorgegaan en is naar de algemene mening goed verlopen. De meeste
stortplaatsen hebben nu een gezonde exploitatie. Voor de eindverwerking in zijn
algemeenheid kan de uitspraak echter interessant zijn, omdat het eindverwerken van afval,
zoals storten en verbranden, niet beschermd kan worden door kartelachtige constructies. Op
dit moment loopt nog een ontheffingsverzoek voor de langdurige contracten die de VAM heeft
afgesloten met de Stivam voor de aanlevering van afval. De uitspraak van de NMa wordt
binnenkort verwacht.