Bericht: Rubriek: |
1 oktober 2001 | |
Het NMa moet de uitvoeringsplannen beoordelen voor het inzamelen en verwerken van
elektrische muziekinstrumenten, gereedschappen en warm-waterapparatuur. Door de
producentenverantwoordelijkheid, zoals geregeld in het Besluit wit- en bruingoed, geldt
voor deze apparatuur dat de consument een oud apparaat inlevert, waarna de producent zorgt
voor de verwijdering. Daarvoor hebben de gezamenlijke producenten en importeurs een
uitvoeringsplan opgesteld waarin de inzameling, verwerking en financiering van de
activiteiten worden vastgelegd. De NVMP zorgt voor de uitvoering van het plan, dat door de
minister van VROM op 7 januari 2000 is goedgekeurd, mits het verwijderingsysteem de
instemming van de NMa zou krijgen. Met de uitvoering is al op 1 januari 2000 begonnen,
waarbij de NVMP met gemeenten contracten heeft afgesloten voor de inzameling en met andere
inzamelaars en verwerkers, zodat een keten van inzameling en verwerking ontstaat. Het plan
wordt gefinancierd door een verwijderingsfonds, dat wordt gevoed door de
verwijderingsbijdragen die consumenten moeten betalen bij de aanschaf van een nieuw
apparaat. Deze verwijderingsbijdrage wordt bovenop de prijs van het product aan de
consument in rekening gebracht. De NMa concludeert hieruit dat daarmee een deel van de
verkoopprijs gezamenlijk door de deelnemers wordt vastgesteld, waardoor geen
prijsconcurrentie mogelijk is. De NMa vindt bovendien dat de verplichting om de
verwijderingsbijdrage apart op de factuur te vermelden de concurrentiemogelijkheden extra
vermindert en de indruk wekt dat het hier om een verplichte overheidsheffing gaat.
De uitspraak is vrijwel identiek aan eerder uitspraken voor vergelijkbare
inzamelstructuren, zoals die voor batterijen en eerder dit jaar voor het huishoudelijk
wit- en bruingoed. Volgens de heer E.W. Canneman, directeur NVMP, wordt de juridische
strijd op alle punten en tot de laatste mogelijkheid doorgezet omdat het om het principe
gaat. "Als wetgever kies je voor producentenverantwoordelijkheid, maar als die
producenten het vervolgens gaan oplossen, dan bemoeit men zich er toch weer mee. Daar komt
bij dat de wetgeving over producentverantwoordelijkheid ongeveer tegelijkertijd met die
voor de mededinging is ontwikkeld. Beide zijn niet op elkaar afgestemd. Dus krijg je dat
je met de minister van VROM het allemaal in kannen en kruiken hebt, maar dat een
agentschap van een ander ministerie daar doorheen gaat fietsen." Canneman wijst erop
dat de NMa geen sanctie heeft gesteld. "Niemand weet wat er moet worden gedaan als de
voorgestelde situatie gewoon doorgaat. Voor de rechtbank van Rotterdam heeft de NMa gezegd
men dan zal overstappen op gedogen. Dus laten wij het aan de leverancier over om te
bepalen wat die doet." Die laat het toch bij het oude? "U zegt het, maar voor
ons is van belang dat de structuur wordt goedgekeurd. Zeker als je naar de ontwikkeling in
Europa gaat kijken, die gaat precies dezelfde kant op."