Bericht: Rubriek: |
18 april 2002 | |
Vooral de toename van afvalstoffen voor definitieve verwijdering is opmerkelijk. In de
eerste drie maanden van dit jaar werd bijna drie maal zoveel geëxporteerd als in dezelfde
periode van vorig jaar. In de categorie gevaarlijke afvalstoffen is de stijging
voornamelijk toe te schrijven aan de export van C2-afvalstoffen die moeten worden gestort
(ruim verdubbeld tot 15 kton) en gevaarlijke afvalstoffen die moeten worden verbrand
(verzevenvoudigd tot 8 kton). Daarnaast is 2 kton oliehoudende afvalstoffen geëxporteerd
om te worden vernietigd, terwijl in het vorig jaar deze afvalstoffen niet werden
uitgevoerd. Aan de toename van de export voor verwijdering van niet-gevaarlijk afval
droegen verschillende fracties bij. Zuiveringsslib verdrievoudigde, terwijl slib uit
papierbereiding, RDF en verontreinigde grond nu voor totaal ruim 30 kton werd
geëxporteerd en in de eerste drie maanden van het vorig jaar in het geheel niet.
De toename van afval dat voor nuttige toepassing wordt geëxporteerd is voor het grootste
deel toe te schrijven aan bouw- en sloopafval. Werd in het eerste kwartaal van 2001 nog
maar 13 kton uitgevoerd, in dezelfde periode in 2002 ging 200 kton de grens over; vijftien
keer zoveel. Ook RDF nam sterk toe, naar bijna 30 kton. Totaal werd twee maal zoveel
gevaarlijk en niet-gevaarlijk afval uitgevoerd met bestemming nuttige toepassing. Afval
dat onder de noemer 'nuttige toepassing' wordt geëxporteerd, moet voor tenminste vijftig
procent inderdaad nuttig worden toegepast. Hoewel de toename wellicht groter is dan
verwacht, is het ook weer niet zo erg vreemd. Het afvalstoffenbeleid is erop gericht dat
er zo min mogelijk wordt gestort. De verwerkingscapaciteit voor sommige afvalstoffen is in
Nederland te beperkt of kan in het buitenland, vooral Duitsland, goedkoper.