Bericht: Rubriek: |
6 februari 2002 | |
De gemeente Arnhem bezit 75 van 112 aandelen in ARA en krijgt daarvoor zeven miljoen
euor. De overige aandelen zijn in handen van de gemeenten Dodewaard, Angerlo (die ieder
283 duizend euro ontvangen), Doesburg (567 duizend euro) en Rheden (2,3 miljoen). In
totaal betaalt Sita tien miljoen euro voor ARA. De opbrengsten vallen de gemeenten tegen.
De gemeenten kunnen Sita namelijk geen langdurig contract meer beloven. Daarom zal
bijvoorbeeld in Arnhem de inzameling in 2006 opnieuw moeten worden aanbesteed. De verkoop
betreft alleen de inzameling, niet de (ondergrondse) containers.
Hiermee heeft Sita na een jaren lange strijd dan toch de inzameling in haar thuisregio in
handen gekregen. Medio jaren negentig verzelfstandigde de gemeente Arnhem en Rheden hun
reinigingsdienst in ARA. Daarmee hoopten ze dat verschillende gemeenten zich bij dit
initiatief zouden aansluiten. Bfi, inmiddels Sita, tekende protest aan. De
verzelfstandiging in een bedrijf betekende volgens Bfi dat de inzameltaken niet meer door
de iegen dienst werd gedaan, en dus moesten worden aanbesteed. Na een langdurig juridische
getouwtrek, waarbij dan weer de gemeenten en vervolgens Bfi in het gelijk werd gesteld,
nesloot het Europese Hof van Justitie uiteindelijk in 1998 dat niet hoefde te worden
aanbesteed. In deze inmiddels beroemde uitspraak in de ARA-Bfi zaak werd bepaald dat
gemeenten volledig bevoegd zijn om zelf te regelen hoe hun zorgplicht voor de inzameling
van afval feitelijk wordt uitgevoerd. Zij mogen deze taak opdragen aan een geprivatiseerd
overheidsbedrijf met welke rechtsvorm dan ook. Daarbij maakt het niet uit of dat bedrijf
bepaalde werkzaamheden op commerciële basis uitvoert.