Bericht:

Rubriek:

4 april 2002

beleid- & uitvoering

Gemeenten mogen kartelovereenkomsten aangaan

Na twee jaar wikken en wegen heeft de NMa eindelijk uitspraak gedaan in de Stivam-zaak. Het gevolg is dat het kartelverbod niet geldt voor gemeenten die overeenkomsten aangaan voor de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval. Voor dergelijke overeenkomsten geldt dus geen vrije markt.

De Stichting Contractpartners VAM (Stivam) en de Edon (inmiddels Essent) hadden in mei 2000 aan de NMa een ontheffing van het kartelverbod gevraagd voor een overeenkomst. Die overeenkomst was een wijziging van een overeenkomst uit 1996 tussen de VAM en de Stivam-gemeenten. Daarin was overeengekomen dat de Stivam-gemeenten al het ingezamelde huishoudelijke en bedrijfsafval aan de VAM zouden aanbieden tegen een vastgesteld tarief. Daaruit ontstond een hoog oplopend conflict tussen de Stivam en de VAM. De VAM berekende de Stivam-gemeenten namelijk altijd het tarief maal de afgesproken hoeveelheid afval, ook al werd het afval niet aangeleverd. Bij de overname van de VAM door Edon was de voorwaarde gesteld dat het conflict tussen Stivam en VAM zou worden opgelost. In de nieuwe overeenkomst is het exclusieve verwerkingsrecht van huishoudelijk afval en bedrijfsafval gehandhaafd, maar de verplichting om de gereserveerde capaciteit af te nemen is vervallen. Bovendien zijn lagere tarieven afgesproken, maar is de looptijd van het contract verlengd met vijf jaar.
De NMa boog zich over de vraag of beide partijen zo'n overeenkomst wel mogen afsluiten, omdat daarmee andere partijen worden buitengesloten en er dus geen vrije mededinging is. De NMa concludeerde dat de stichting Stivam, waaronder de gemeenten opereren, geen onderneming is. Gemeenten die contracten namens hun burgers aangaan voor het inzamelen en eindverwerken van huishoudelijk afval, doen dat als overheid en niet als onderneming. De overheid heeft namelijk de plicht om voor de inzameling van huishoudelijk afval zorg te dragen en heeft een verantwoordelijkheid voor de organisatie van de eindverwerking. Het bedrijfsafval valt wel onder de mededinging, maar aangezien dat een aandeel van minder dan vijf procent is van het aangeboden afval, meent de NMa dat er geen merkbaar effect zal zijn op de markt.


Uitgeverij Noordhoek BV