Bericht: Rubriek: |
21 oktober 2002 | |
Het besluit om Nederland voor de rechter te dagen heeft te maken met het feit dat de
Nederlandse wetgeving niet officieel heeft voorzien in de instelling van systemen voor
inzameling, recycling en verwijdering. Nederland heeft gekozen voor het systeem van
convenanten, waarin de streefpercentages voor het terugwinnen en recyclen van
verpakkingsafval zijn opgenomen. Daarmee wordt niet voldaan aan de eis die Brussel stelt
om wettelijke garanties vast te leggen. VROM vindt dat het convenant wel degelijk
dwingende afspraken bevat. Hoewel het Convenant II inmiddels is verlopen, is met de
branche afgesproken dat de afspraken gelden totdat het Convenant III is vastgesteld. In
juni is het voorstel daarvoor aan de Tweede Kamer aangeboden. Daarin is een
hergebruikpercentage van 70 procent voor 2005 opgenomen. De doelstellingen van de
richtlijn zijn veel lager. Bovendien neemt het bedrijfsleven een resultaatsverplichting op
zich van een reductie van 80 procent blik- en flesafval in 2005. De stap van de Commissie
lijkt dan ook zuiver procedureel; Nederland haalt de doelstellingen ruimschoots, alleen
niet via wetgeving, maar via een convenant. In 1998 liet de Commissie ten aanzien van het
Convenant verpakken II Nederland al weten dat zij een convenant onvoldoende wettelijke
basis vond hebben.
De Europese Commissie heeft verder Frankrijk, België, Luxemburg, Italië, Engeland,
Ierland, Griekenland, Spanje, Portugal en Finland een laatste waarschuwing gegeven om de
Richtlijn autowrakken in nationale wetgeving om te zetten. De deadline daarvan is
overschreden. Frankrijk en Finland krijgen eenzelfde waarschuwing voor de Richtlijn
afgewerkte olie en Oostenrijk voor zuiveringsslib. De Commissie is tot actie overgegaan
omdat ze zich zorgen maakt over de trage omzetting in wetgeving, waardoor steeds grotere
afvalbergen ontstaan en onvoldoende gecontroleerde afvalverwijdering.