Bericht: Rubriek: |
27 maart 2002 wet- & regelgeving |
|
In de nieuwe regeling is dit vervangen door vier categorieën van afgewerkte olie.
Categorie I olie is bestemd om te worden geregenereerd tot basisolie. Categorie II is ook
bestemd om te worden geregenereerd, maar als dat technisch of markteconomisch onmogelijk
is dan mag het worden opgewerkt tot gasolie. Categorie III olie moet worden verbrand onder
de noemer van nuttige toepassing, bijvoorbeeld in de cementindustrie. De Categorie IV
oliën bevatten PCB's en mogen alleen in een AVI of DTO worden verbrand.
In 1999 is in totaal 54.000 ton afgewerkte olie afgevoerd bij 23.500 ontdoeners. Er zijn
zes inzamelaars die de afvoer in bulk doen en zestien inzamelaars die hoeveelheden tot
tweehonderd liter innemen, tezamen met ander kga. Voor de inzameling is een vergunning
nodig. Dat wordt gecontinueerd. Voor de regeneratie van afgewerkte olie zijn hoge
investeringen nodig. De neiging is aanwezig om de afgewerkte olie zoveel mogelijk af te
zetten voor nuttige toepassing in bijvoorbeeld cementovens. De inzamelvergunning verhoogt
de transparantie, waardoor de handhaver kan controleren of de juiste beslissing is
genomen. In de inzamelvergunning is de verplichting opgenomen categorie I en II oliën
gescheiden te houden. Inzamelaars dienen een landelijk dekkend netwerk te hebben. De
inzameling van de overige categorieën heeft geen vergunning nodig, omdat hiervoor het
marktmechanisme voldoende is om tot de juiste verwerking te leiden.
Het effect van de regeling is overigens beperkt, omdat deze weinig afwijkt van de vorige.
Er was reeds sprake van een driedeling. Daar is nu de Categorie I bijgekomen. Aangezien de
meeste oliën mengsels zijn van minerale en synthetische, zal dit geen gevolgen hebben.
Alleen als duidelijk is dat de olie uitsluitend een mineralogische oorsprong heeft, dient
afzonderlijk te worden opgeslagen en te worden verwerkt. Het betreft één tot vijf
procent van de afgiftes.