Bericht:

Rubriek:

11 oktober 2002

wet- & regelgeving

WEEE heeft weinig gevolgen voor Nederland

Het Europese parlement en de Raad van Ministers hebben overeenstemming bereikt over de invoering van een verplicht inzamel- en recyclesysteem voor elektrische en elektronische apparatuur. Daarmee is het voorstel voor de Richtlijn 'Waste Electrical and Electronic Equipment' (WEEE) vrijwel definitief.

De lidstaten zijn verplicht tot het opzetten van een inzamelingsysteem voor elektronische apparaten, deze gescheiden te houden en te verwerken, gericht op materiaal hergebruik of nuttige toepassing. Er is een bindende doelstelling overeengekomen van vier kilo per inwoner in 2004. Consumenten moeten gratis van hun apparaten af kunnen komen. De producenten moeten de kosten van het systeem dragen. Zij moeten daarvoor financiŽle garantie geven op het moment dat een nieuw product op de markt komt. Wel kunnen zij ervoor kiezen om dit in collectief verband te doen.
Het Europese parlement heeft in de onderhandelingen voor een groot deel haar zin gekregen, bijvoorbeeld doordat de producentenverantwoordelijkheid wel in de richtlijn is opgenomen. De Raad van Ministers had liever een afgezwakte versie gezien. Wel heeft zij moeten inbinden met de doelstelling van zes kilo per inwoner. Nederland heeft zich, samen met Engeland, sterk gemaakt voor meer duidelijkheid over de financiering van het systeem. In de uiteindelijke versie is komen te staan dat producenten verantwoordelijk zijn voor de financiering van de verwijdering van hun 'eigen producten', maar dat ze dat kunnen doen via collectieve of individuele financieringsprogramma's. Door de opname van 'eigen producten' wordt het mogelijk en aantrekkelijk om de kosten te reduceren door producten te maken die rekening houden met het afvalstadium.
De NVMP. die in Nederland het collectieve inzamelsysteem beheert voor consumenten wit- en bruingoed, is zeer tevreden. Volgens directeur mr. E.W. Canneman is de Richtlijn voor een groot deel gebaseerd op het Nederlandse systeem. Daarbij blijft degene die een product op de markt brengt (een producent of importeur) verantwoordelijk voor het product in het afvalstadium, maar kan de uitvoering in een collectief regelen. De NVMP beheert zo'n collectief, waarbij inmiddels 800 producenten of importeurs zijn aangesloten. De enige afwijking ten opzichte van het huidige systeem is dat de verwijderingsbijdrage niet een apart onderdeel van de verkoopprijs mag zijn. De heffing moet onderdeel worden van de verkoopprijs, en daarmee ook onderdeel van de concurrentie. Het NMa had eerder vergelijkbare bezwaren geuit tegen de aparte vermelding van de verwijderingsbijdrage op de factuur. De NMa keurde de collectiviteit goed, omdat de milieuwinst opweegt tegen het ontstaan van een kartel. Voor kleine apparaten mag de verwijderingsbijdrage nog acht jaar apart op de factuur komen, voor grote is dat tien jaar. Het tweede verschil is dat drie nieuwe categorieŽn bijkomen: drankautomaten , medische apparatuur en fluorescerende lampen (TL- en spaarlampen).


© Uitgeverij Noordhoek BV