Bericht:

Rubriek:

3 april 2003

jurisprudentie

Europese Hof verfijnt de exportregels

Het Europese Hof heeft met een uitspraak in de Verol-zaak de regels voor export verder verduidelijkt. Begin dit jaar oordeelde zij al over het verschil tussen verwijderen en nuttige toepassing.

In deze zaak (C-116/01) had het ministerie van VROM bezwaar gemaakt tegen de export van drieduizend ton afval door het bedrijf Verol naar de Belgische cementindustrie. Verol, inmiddels SITA, beargumenteerde dat het te exporteren afval als brandstof zou gaan dienen en als grondstof ter vervanging van primaire grondstoffen. Er zouden nagenoeg geen residuen overblijven na de behandeling door de cementindustrie. Omdat het afval én als brandstof én als grondstof zou worden ingezet, was er sprake van nuttige toepassing, omdat daarmee het gehele afvalproduct werd gebruikt in een enkel proces. VROM onderschreef uiteindelijk die gedachte wel, maar vond het materiaalhergebruik in dit geval te gering. Daarom zou het grootste deel worden gebruikt voor energieterugwinning. Echter daarmee kwam de calorische waarde onder de norm van die tijd en werd de export verboden. Het Europese Hof heeft nu geoordeeld, in overeenstemming met het advies van de advocaat-generaal, dat de eerste stap van het behandelingsproces na de export bepalend is. In dit geval dus de verbranding. Voor het onderscheid tussen nuttige toepassing en verwijdering moet dus alleen rekening worden gehouden met de eerste handeling die de afvalstoffen ondergaan. Maar, zoals het Hof ook al eerder heeft aangegeven (in haar uitspraak van 13 februari), is de calorische waarde geen relevant criterium om een onderscheid tussen nuttige toepassing en verwijdering te maken.


© Uitgeverij Noordhoek BV