Bericht: Rubriek: |
6 februari 2003 | |
SNAB (Samenwerkende Nederlandse Afvalbedrijven) werd acht jaar geleden opgericht om een
vuist te vormen tegen de oprukkende grote bedrijven. De bedrijven vormden met elkaar een
landelijk netwerk. Nationaal opererende bedrijven konden via SNAB hun afval van alle
vestigingen kwijtraken. Gecoördineerd door een bureau zouden de individuele leden van
SNAB de vestigingen servicen. Vanaf het begin haperde de structuur echter om verschillende
redenen. De leden bleven gehecht aan de zelfstandigheid, waardoor echte samenwerking niet
van de grond kwam. Ook slokte een der grote partijen in de loop der tijd leden op en dat
veroorzaakte gaten in het netwerk. Zo nam AVR in 1999 RCM-TTS over. Ook het secretariaat
van SNAB is nooit echt van de grond gekomen. Ruim een jaar geleden viel het besluit om het
nog een keer goed op te zetten. Op initiatief van het nieuwe lid Bob Leeftink (G.P. Groot)
werd de structuur drastisch omgegooid. De vereniging SNAB wordt enig aandeelhouder van
EcoNedwerk BV. EcoNedwerk wordt de franchisegever, terwijl de leden van SNAB
franchisenemer worden. Via de ledenvergadering van SNAB wordt de franchiseorganisatie dus
door de deelnemers zelf aangestuurd. Het systeem is in principe hetzelfde als de
franchiseformule van winkels, zoals de Gamma of sommige AH-vestigingen. De
franchiseorganisatie bepaalt het assortiment en de inkoop. De franchisenemer runt zijn
vestiging op basis van die formule. Voor de bedrijven in het EcoNedwerk is het iets
ingewikkelder, omdat zij meer activiteiten doen dan alleen het EcoNedwerk. Vaak zit er ook
een aannemerij of rioolreiniging bij, of zijn er afvalactiviteiten die niet tot het
EcoNedwerk behoren. De afvalactiviteiten die wel tot het EcoNedwerk behoren zijn de
bovenregionale klanten. Als een klant zich aandient bij een van de deelnemers en daarvoor
moet hij contact leggen bij meer dan één collega-bedrijven, dan wordt het een
EcoNedwerk-klant. Voor die klant geldt dan de franchiseformule, waaronder
kwaliteitsgaranties.
Alle klanten bij de deelnemende bedrijven die voldoen aan het bovenregionale criterium
zijn inmiddels toegewezen aan het EcoNedwerk. Volgens Bob Leeftink stelde het vroegere
SNAB zijn doelen te laag. "De verwachtingen waren dun. Eigenlijk was het een
vriendenclub die afgesproken had dat als een klant diensten verlangde die het bedrijf te
boven ging, een beroep werd gedaan op een of meer deelnemers van SNAB. Verder was de
afspraak om niet te veel vast te leggen. Ieder bedrijf was erg gesteld op zijn
zelfstandigheid. Nu zijn er duidelijke afspraken gemaakt, zijn de regels flink strakker.
Bovendien willen de huidige bedrijven ook zelfstandig blijven en zijn ze zich bewust dat
je daarvoor moet samenwerken. Anders red je het niet. Klanten gaan hun afvalinkoop ook
steeds vaker centraliseren, en dan raken ze klanten kwijt als ze niet dat landelijke
netwerk kunnen aanbieden. De kracht blijft echter wel dat een lokale inzamelaar de klant
te woord blijft staan. Op de korte termijn verwacht ik dan ook een flinke uitbreiding van
de klantenkring. Zeker ook omdat we naast het bouw- en sloopafval, ons nu ook toeleggen op
bedrijfsafval met rolcontainers. We bieden complete dienstverlening. Op de langere termijn
verwacht ik ook veel van de gezamenlijke inkoop. We kunnen dan een sterke vuist maken voor
onze verwerkingscontracten."