Bericht:

Rubriek:

4 februari 2003

wet- en regelgeving

Verduidelijking Inrichtingenbesluit afvalbedrijven

Staatssecretaris Van Geel heeft geprobeerd te verduidelijken wanneer een inrichting als afvalbedrijf dient te worden aangemerkt.

In de praktijk blijkt grote onduidelijkheid over de categorie 28 van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit. Een inrichting die een belasting voor het milieu kan veroorzaken wordt ingedeeld in een categorie. Per categorie is bepaald wie het bevoegd gezag is en kunnen eisen aan de vergunning worden gesteld. Inrichtingen die in categorie 28 vallen verwerken, bewerken of voeren andere handelingen uit met afval. Zij krijgen vaak de provincie in plaats van de gemeente als bevoegd gezag. Of een inrichting daaronder valt moet per geval worden beoordeeld door het bevoegd gezag, en daar zit het probleem. In het besluit staat dat het om inrichtingen gaat die uitsluitend of in hoofdzaak zijn bestemd voor handelingen met afvalstoffen. Volgens de staatssecretaris is het niet mogelijk om duidelijker te zijn, bijvoorbeeld over de minimale hoeveelheid of frequentie waarmee afvalstoffen worden ingenomen. Wel is de term 'uitsluitend of in hoofdzaak' leidend. Dat betekent dat een inrichting die consumentenproducten maakt en die een grondstof vervangt door een (opgewerkt) afvalproduct, niet onder categorie 28 valt. De bestemming van het eindproduct verandert namelijk niet door de inzet van de afvalstof.


Uitgeverij Noordhoek BV