Wellicht aanpassing van de Wet afvalstoffenbelasting

De commissie Financiën van de Tweede Kamer vindt dat de afvalstoffenbelasting nauwelijks negatieve effecten heeft gehad. Enkele leden vonden een aanpassing noodzakelijk. Staatsecretaris Vermeend waarschuwde dat men buitengewoon voorzichtig moet zijn om op basis van een eerste evaluatie al ingrijpende wijzigingen voor te stellen.

Bericht:

Rubriek:

13 januari 1998

Wet- & regelgeving

De commissie Financiën van de Tweede Kamer behandelde een interdepartementaal evaluatieonderzoek van de grondwater en -afvalstoffenbelasting. De werkgroep concludeerde dat na twee jaar nog niet een echte kwantitatieve evaluatie geven is. De afvalstoffenbelasting kent een aantal knelpunten. Mr. Spermon van VB Deloitte & Touche wees in een artikel in het vakblad Afval! (januari 1998) op het merkwaardig verschijnsel dat materialen die bij verwerkingsinrichtingen worden gebruikt voor bijvoorbeeld de afdichting van stortplaatsen met de afvalstoffenbelasting worden belast als daarvoor geen reële prijs is betaald. Commissielid Wessels (D66) vroeg de staatsecretaris de regelgeving hierop aan te passen. Hij stelde voor om op operationele stortplaatsen de hoeveelheid vrijgestelde, her te gebruiken grond voor stabiliserende en infrastructurele werken wordt uitgedrukt in een realistisch percentage van de afvalstroom. De her te gebruiken grond dient dan volledig van de milieuheffing te worden vrijgesteld. Deze wijzigingen of andere richtlijnen zouden met terugwerkende kracht tot 1 januari 1995 in moeten gaan.

Wessels kon zich vinden in de gedachte dat een constructieve toepassing van het hergebruik van grond op stortplaatsen niet moet vallen onder het begrip 'storten', maar gelijk moet staan aan de categorie 'werken'. Dit bevordert ook de exploitatiemogelijkheden van stortplaatsen. Hij vroeg staatsecretaris Vermeend hoeveel hergebruik grond nog nodig is bij de exploitatie en eindafwerking van stortplaatsen. Bovendien wilde hij weten in hoeverre de afwerking van de gesloten stortplaatsen vertraging oploopt, nu de afzet van bodemsaneringsgrond door de heffing stagneert. Overigens was hij het niet eens met het onbelasten van de op de bovenfolie te storten grond.

De staatsecretaris zegde toe deze studie uit te voeren. Daaruit zal ook naar voren komen welk percentage valt onder de zogenaamde licht verontreinigde grond. Daarna zal de vraag moeten worden beantwoord of deze grond al dan niet van de afvalstoffenheffing moet worden vrijgesteld.

 


© Uitgeverij Noordhoek BV