Overheid moet op de markt actief blijven

Private en particuliere ondernemingen moeten naast elkaar in de afvalinzameling actief blijven. De rigide beperkingen aan overheidsgedomineerde ondernemingen die de Commissie Cohen aan de Tweede Kamer heeft voorgesteld moeten van tafel. Dit concludeert KPMG/BEA in een visie op de toekomstige afvalinzameling, die is opgesteld in opdracht van de NVRD.

Bericht:

Rubriek:

14 januari 1998

Inzameling

Particuliere huishoudens en bedrijven zijn beter af als de huidige marktverhoudingen gehandhaafd blijven, waarbij ook overheidsgedomineerde (OGD) bedrijven marktactiviteiten mogen blijven verrichten. Dit stelt KPMG/Bureau voor Economische Argumentatie (BEA) in het rapport 'Afvalverwijdering en reiniging tussen milieu en economie'. Het doorvoeren van de plannen van de Commissie Cohen, die het OGD-bedrijven in de praktijk onmogelijk zullen maken marktactiviteiten te verrichten, is volgens KPMG/BEA dan ook een slechte zaak. Juist een hybride markt, met evenwicht tussen private en publieke organisaties, garandeert een evenwichtige tariefstelling. Op basis van het rapport adviseert de NVRD de milieuwoordvoerders van de Tweede Kamer de stuctuurvoorstellen van de Commissie Cohen af te wijzen.

Marktevenwicht

In een eerste reactie veegt ir. A.P.P. Donders van de Vereniging Afvalbeheer de conclusies radicaal van tafel. "Het lijkt wel of alles er met de haren is bijgesleept om te bewijzen dat alles zo moet blijven zoals het is. De meeste argumenten zijn evengoed toepasbaar voor particuliere bedrijven." Volgens KPMG/BEA vormen OGD-bedrijven een kenniscentrum voor gemeenten voor bijvoorbeeld de afvalstoffenheffing. Daarnaast zouden OGD-bedrijven de kennis hebben voor aanpalende beleidsadviezen en kunnen gemeenten het OGD-bedrijf inzetten voor sociaal beleid. Onderzoek heeft volgens KPMG/BEA aangetoond dat er bedrijfseconomisch nauwelijks verschil bestaat tussen zelfvoorziening van de gemeente via een OGD-bedrijf of uitbesteden aan een particuliere onderneming.

Onderzoeker drs. ing. P.M.J. de Bruin van KPMG/BEA onderschrijft de mening van Donders dat deze argumenten ook voor het particuliere bedrijf gelden. "Dat zal echter wel met hogere kosten gepaard gaan. Het OGD-bedrijf heeft meer raakvlakken met de gemeente en werkt daarom op die punten efficiënter. Ons onderzoek heeft vooral belicht de praktische gevolgen van een strikte scheiding tussen markt en overheid, zoals de Commissie Cohen voorstelt. Gemeenten hebben een wettelijke zorgplicht voor de inzameling van huishoudelijk afval. Zij kunnen dit door een OGD-bedrijf laten doen of uitbesteden. Een inzamelaar - overheidsbedrijf of particulier - kan kostenvoordelen behalen bij de productie van individuele goederen of diensten. In feite gaat het om gelijke concurrentievoordelen die iedere inzamelaar toe kunnen vallen. Daarom is het redelijk dat het OGD-bedrijf op alle facetten met het particuliere bedrijf mag concurreren. Daarmee worden middelen efficiënt ingezet en vindt kostenreductie plaats. Voorwaarde is wel dat wat voor het OGD-bedrijf geldt ook voor de particuliere ondernemer geldt en vice versa. Dat geldt niet alleen voor de toegang tot de markt, maar ook voor de voorwaarden waaronder. Dus gelijke fiscale behandeling (VpB, BTW) en gelijke arbeidsvoorwaarden. Bovendien geldt voor een OGD-bedrijf dat de commerciële activiteiten in evenwicht moeten zijn met de kernactiviteiten, dat deze er niet te ver vanaf mogen liggen en dat deze een maatschappelijke meerwaarde moeten geven, waarbij eventuele revenuen aan de burger ten goede komen."

Marktimperfectie

KPMG waarschuwt voor een markt waar het huishoudelijk afval uitsluitend door particuliere inzamelaars wordt opgehaald. Nu al hebben drie grote particuliere inzamelaars driekwart van die markt in handen. Een Amerikaans onderzoek toont aan dat afvalinzameling die volledig aan de markt wordt overgelaten minder efficiënt is dan inzameling door gemeenten, omdat particuliere aanbieders de prijzen kunstmatig hoog houden, Dit hangt niet zozeer samen met het publieke of private karakter, maar met de afwezigheid van concurrentie. Daarom functioneert de huidige hybride markt beter dan een markt met uitsluitend OGD- of particuliere bedrijven.

Ook hier kunnen volgens Donders de argumenten worden omgedraaid. "Al lange tijd is schaalvergroting aan de gang, juist met het oog op efficiëntie en kostenreductie. Gemeenten beginnen dit nu ook in te zien, en dus fuseren reinigingsdiensten tot steeds grotere OGD-bedrijven. De 'marktimperfectie' waar KPMG/BEA over spreekt als zouden slechts een paar bedrijven de markt bepalen is geheel niet aan de orde. In Nederland is een strenge Mededingingswet die dit verbiedt. En het is ook niet zo. Er zijn inderdaad een paar grote bedrijven op holding-niveau. Maar de holding bestaat uit een groot aantal ondernemingen die ieder voor zich opereren. Bovendien is die hybride markt zelf imperfect door het voordeel dat OGD-bedrijven dicht bij gemeenten staan."

Ook in OGD-bedrijven die bedrijfsafval inzamelen ziet KPMG/BEA geen bezwaar. Het gaat dan om gelijke concurrentievoordelen die voortvloeien uit de marktpositie van het bedrijf. Om bedrijfseconomisch voordelen te halen moet het OGD-bedrijf die activiteiten wel ontplooien, maar dat zou onmogelijk worden als het advies van de Commissie Cohen zou worden overgenomen.

 


© Uitgeverij Noordhoek BV