NMP3: minder aandacht voor afval

De derde en tevens laatste NMP is verschenen. Het afvalbeleid lijkt succesvol te zijn, want het aandeel nieuwe maatregelen voor de verwijdering is beperkt. De meeste doelstellingen lijken te worden gehaald. Dit in tegenstelling tot andere milieufactoren als lucht, bodem en klimaat.

Bericht:

Rubriek:

5 februari 1998

Beleid & uitvoering

In het derde Nationaal Milieubeleidsplan (NMP3) staan de maatregelen nader uitgewerkt die aanzienlijke emissiereducties tot gevolg moeten hebben. Het accent van NMP3 en ook de zwaarte van de maatregelen ligt vooral bij bodem, lucht, water, geluid en natuurlijk klimaat. Afval komt er maar bekaaid vanaf. Om de maatregelen in het NMP3 te financieren, heeft het kabinet in de begroting van 1998 2,6 miljard extra gereserveerd. Hierdoor wordt voor de uitvoering van het milieubeleid boven op de huidige middelen, jaarlijks een bedrag oplopend tot 250 miljoen in 2003 meer uitgetrokken.

De belangrijkste knelpunten liggen op dit moment vooral op het gebied van klimaatverandering (broeikasgassen), verkeer (Nox en ernstige geluidshinder) en landbouw (mest en ammoniak). Omdat maatregelen hierover vergaande maatschappelijke gevolgen zullen hebben, is de besluitvorming uitgesteld tot de komende kabinetsformatie.

Het NMP3 volgt de aanpak die het afgelopen decennium is ingezet. Veel verandert er dan ook niet. Voorkomen moet worden een herkoppeling tussen economische groei en milieudruk en de milieudruk van landbouw, industrie en verkeer moet verminderen. Verder meer duurzame energie, intensivering van de sanering van geluidhinder en bodemverontreiniging, vergroening van het belastingstelsel en verbeteren van de handhaving.

Resultaten voor afval

Sinds het eerste NMP in 1989 is het ondanks een groeiende economie toch gelukt de milieudruk te laten dalen, behalve bij klimaatverandering concludeert VROM. Voor het onderdeel afvalstoffen is in de periode 1990 tot en met 1996 het hergebruik toegenomen van 61% naar 72%. In 1996 werd ongeveer 51 Mton afvalstoffen aangeboden; 10% werd verbrand, ruim 15% gestort en dus 72% hergebruikt.

Eind 1997 voldeden alle afvalverbrandingsinstallaties aan de normstelling voor emissies naar de lucht. Tussen 1990 en 1995 is de emissie naar de lucht van stoffen als dioxinen, stikstofoxiden, zwaveldioxiden, zoutzuur, fluorwaterstof en zware metalen bij deze installaties sterk gereduceerd. Naar verwachting zal in 2000 ongeveer 5 Mton afvalstoffen in verbrandingsinstallaties worden verbrand, waarbij ongeveer 25% verbrandingsresten overblijft.
Alle stortplaatsen die in bedrijf zijn, voldoen aan de eisen van het Stortbesluit bodembescherming. De emissie van methaan is flink afgenomen door de vermindering van het aandeel verteerbare afvalstoffen en door winning van stortgas. Gebleken is daarbij wel dat daarbij voor enkele prioritaire stoffen een te grote emissie naar de lucht plaatsvindt.
In de organisatiestructuur van de afvalstoffenverwijdering verschuift de sturing in de afvalstoffenverwijdering van de provincie naar de rijksoverheid. Bovendien is onder voorwaarden sprake van het opheffen van het verbod op grensoverschrijdend vervoer van afvalstoffen.

Plannen voor de toekomst

Voor afvalstoffenverwijdering vervallen de provinciegrenzen. Bovendien neemt het kabinet initiatieven om zo spoedig mogelijk ook de landsgrenzen voor afvaltransport te laten vervallen. Ook zal er een nieuw afvalbeheersplan worden opgesteld, waar de bestaande plannen in opgaan. Ten slotte wil men het benutten van energie, die ontstaat bij het verbranden van afvalstoffen optimaliseren. Door het verhogen van het belastingtarief voor het storten van brandbare afvalstoffen per 1 januari 1998, zijn de tarieven voor het storten van brandbaar afval gemiddeld gelijk aan die van verbranden.

Het afvalstoffenbeleid blijft zich primair richten op preventie. Hergebruik zal het aanbod aan te verbranden of te storten afvalstoffen zo laag mogelijk moeten houden. Het kabinet streeft naar 80% hergebruik in 2010 door:

  • Grotere verantwoordelijkheid voor producenten
  • Optimalisering en uitbreiding van scheiding aan de bron
  • Uitbreiding van stortverboden

Het derde NMP is het laatste milieubeleidsplan in deze vorm. Keuzes in het milieubeleid zijn onvermijdelijke keuzes die betrekking hebben op de leefomgeving en de ruimtelijke ordening. Daarom zal het kabinet over twee jaar de nota Leefomgeving uitbrengen. Hierin moet die integrale aanpak tot uiting komen.

 


© Uitgeverij Noordhoek BV