Minister kondigt nieuw cadmiumbesluit aan

Minister De Boer heeft een nieuw cadmiumbesluit aan de Tweede Kamer gestuurd, waarmee de toepassing en handel van cadmiumhoudende producten verder aan banden wordt gelegd. Cadmium blijft vooral voor Nederland een groot milieuprobleem. De regeling maakt een uitzondering voor kringloopbedrijven.

Artikel:

Rubriek:

Inhoud:

10 februari 1998

Wet- & regelgeving

Voor Nederland groot probleem

Concentratiegrens

Nuttige toepassing

Gevolgen voor bedrijfsleven

Minister de Boer van VROM heeft een Algemene Maatregel van Bestuur voorgesteld die de productie en handel in cadmiumhoudende producten verder beperkt. In dit zogenaamde Cadmiumbesluit geldt een algeheel voorbod voor cadmium als pigment, stabilisator of als oppervlaktelaag. Voor veiligheidsredenen of als geen gelijkwaardig alternatief beschikbaar is kan de Minister een ontheffing verlenen. Ook wordt het vervaardigen, verhandelen of in voorraad hebben van cadmiumhoudende producten verboden. Sommige producten zijn echter vrijgesteld van het verbod, en deze worden op een aparte lijst genoemd. Het verbod geldt niet voor een kringloopproduct dat uitsluitend is vervaardigd uit secundaire grondstof. Ook zijn kratten van de bier- en frisdrankindustrie voor een grootdeel vrijgesteld.

Voor Nederland groot probleem

Het nieuwe besluit dat een oudere versie vervangt is nodig om de toepassing van cadmium verder terug te dringen. Cadmium is nog steeds een milieuprobleem. In de Milieubalans 97 wordt geconstateerd dat de streefwaarden van het milieuschadelijke cadmium in de bodem en het grondwater nog steeds (regelmatig) worden overschreden. De concentraties behoren tot de hoogste binnen de Europese Gemeenschap. Geschat wordt dat er jaarlijks ongeveer 172 ton cadmium in het Nederlandse milieu accumuleert. Met dit besluit wordt het cadmiumbeleid verder aangescherpt. De mogelijkheden cadmium toe te passen is verder beperkt door een lijst van de zogenaamde essentiële toepassingen verder te beperken. Met het nieuwe besluit komt Nederland op gelijk niveau met de andere Europese Lidstaten, waar het tot op heden een uitzonderingspositie innam.

Daarnaast worden de in de praktijk ondervonden tekortkomingen in de uitvoering en de handhaving van het Cadmiumbesluit Wet milieugevaarlijke stoffen weggenomen. Een gevolg hiervan is dat de administratieve lasten voor het bedrijfsleven zullen afnemen, en daarmee ook die voor de overheid.

Concentratiegrens

De maximaal toegestane concentratie cadmium is verhoogd van 50 mg/kg tot 100 mg/kg. Daarmee is aangesloten bij de richtlijn van de EU. Nederland gebruikte een strengere waarde uit oogpunt van bescherming van het milieu. De Minister vindt dat daar nu geen reden meer voor is. Zij heeft laten onderzoeken in hoeverre de cadmiumbelasting in Nederland verschilt van die in de ons omringende landen en de Europese Unie als geheel. De cadmiumbelasting in Nederland bleek op stortplaatsen en in oppervlaktewater / sediment over het algemeen (een stuk) hoger te liggen dan gemiddeld in de Europese Unie. Ditzelfde lijkt het geval wanneer wordt gekeken naar de specifieke situatie in de ons omringende landen, met uitzondering van België. Gebleken is echter dat de toepassingen van cadmium als pigment of stabilisator geen dominante rol speelt in de totale cadmiumbelasting in landbouwgronden, de atmosfeer en het oppervlaktewater / sediment in Nederland. Wel leveren deze toepassingen een belangrijke bijdrage aan de cadmiumbelasting op stortplaatsen en in afvalverbrandingsinstallaties. Dit beperkt onder meer de inzet van vliegas voor nuttige toepassingen. Deze problematiek lijkt echter niet zozeer te worden veroorzaakt door het gehalte cadmium in producten, maar door de (nog) grote hoeveelheden cadmiumhoudende producten die in Nederland in omloop zijn. Dit hangt vooral samen met de bevolkingsdichtheid.

Nuttige toepassing

Het besluit voorziet in een regeling voor de nuttige toepassing van uit oude cadmiumhoudende producten afkomstige materialen. Tot nu toe moesten bedrijven, die zich met dergelijke activiteiten bezighielden, een ontheffing aan vragen. De nieuwe regeling levert het bedrijfsleven een aanzienlijke besparing van tijd en kosten op. In het besluit is expliciet aangegeven dat een secundaire grondstof die is verkregen uit oude (afgedankte) cadmiumhoudende producten eveneens onder de werkingssfeer van dit besluit valt. In de praktijk gaat het hierbij om het mechanisch verkregen maalgoed en het thermisch verkregen regranulaat.

Onder bepaalde voorwaarden zijn uit secundaire grondstoffen vervaardigde producten van het verbod. Dit is het geval voor de vervaardiging van zogenoemde kringloopproducten. Door een gesloten en gecontroleerde kringloop wordt de kans op diffuse verspreiding van cadmium verkleind en blijft de mogelijkheid van definitieve verwijdering van cadmium gewaarborgd. Criterium hiervoor is het percentage producten dat aan de fabrikant wordt geretourneerd. Als vuistregel geldt dat bij een hieronder vermelde gemiddelde levensduur van dat product minimaal het hieronder vermelde percentage van het totale aantal van dat in omloop gebrachte producten aan de fabrikant zal worden geretourneerd:

levensduur (in jaren)

0.5 -1
1 - 2
2 - 5
5 - 10
> 10

retour (in %)

99
98
95
92
90

Het gaat hierbij om uit secundaire grondstoffen vervaardigde producten die meerdere malen bruikbaar zijn of gedurende een langere periode bruikbaar zijn. Daarnaast dient door de fabrikant van dergelijke producten een sluitend geadministreerd inzamelsysteem te worden gerealiseerd. Een sluitend inzamelsysteem is alleen mogelijk indien de keten controleerbaar is. Dit kan met name worden gerealiseerd door de opzet van een retoursysteem dat de nuttige toepassing van producten mogelijk maakt, zoals dat bij kratten, bestemd voor herhaald gebruik, normaal het geval is. Als voorwaarde kan, indien een betrokken branche of bedrijf daartoe zelf niet in staat is, eventueel een retoursysteem worden opgelegd.

Gevolgen voor bedrijfsleven

De gevolgen van dit besluit zullen voor het bedrijfsleven beperkt zijn. Dit besluit verandert namelijk weinig aan de reikwijdte en inhoud van de reeds geldende verplichtingen voor het bedrijfsleven. Hoewel de lijst van essentiële toepassingen wordt ingekort, leidt dit nauwelijks tot praktische consequenties voor het bedrijfsleven. Gebleken is namelijk dat deze toepassingen door het Nederlandse bedrijfsleven als niet meer essentieel worden beschouwd en in de praktijk voor het overgrote deel reeds op eigen initiatief zijn vervangen door minder milieubelastende alternatieven. Daarnaast zal worden voorzien in een overgangsperiode om de bestaande voorraden tijdig te kunnen afzetten. Dit besluit levert voor die delen van het bedrijfsleven waarin nog steeds (legaal) met cadmiumhoudende producten wordt omgegaan een lastenverlichting op, die voor specifieke bedrijven, zoals die werkzaam in de recycling van kunststoffen, aanzienlijk kunnen zijn.

 


© Uitgeverij Noordhoek BV