Pikmeer II leidt tot acht vervolgingen

Met het tweede Pikmeer arrest plaatst de Hoge Raad een bom onder de strafrechtelijke onschendbaarheid van overheden. De Minister heeft nu aangegeven in acht concrete gevallen tot daadwerkelijke strafrechtelijke vervolging over te gaan. Het merendeel van de gevallen wordt geseponeerd.

Bericht:

Rubriek:

Zie ook:

5 maart 1998

Handhaving

Pikmeer II bewijst ongelijk (30/1/98)

De uitspraak van de Hoge Raad in het zogenaamde Pikmeer II arrest is net iets te vroeg gekomen voor de Minister van Justitie. In antwoord op vragen van de Tweede Kamer over de vervolging van overheden voor milieudelicten, stelde zij dat zij samen met het College van procureurs-generaal bezig was dit te onderzoeken. Dit onderzoek was bijna afgerond tot de Hoge Raad op 6 januari het tweede Pikmeerarrest toewees. Met dit arrest heeft de Hoge Raad zijn jurisprudentie over de vervolgbaarheid van openbare lichamen ingrijpend gewijzigd. Voor de Minister is het dan ook aanleiding geweest om de voornemens te herzien. Uitgangspunt bij de beslissing voor vervolging van overheden in milieuzaken vormen de criteria van de Hoge Raad. In dit arrest stelt de Hoge Raad voorop dat de overheid zich als iedere burger aan de wet moet houden. Verder onderstreept hij het belang van rechtsgelijkheid bij de beoordeling van strafrechtelijk handelen van overheidsorganen en privaatrechtelijke personen. De Hoge Raad heeft echter ook aangegeven dat er specifieke aspecten zijn, waarmee een eventuele strafrechtelijk reactie tegen een overheidsorganisatie rekening moet houden. Bovendien kan bij de beslissing over een eventuele vervolging rekening worden gehouden met de omstandigheid dat bestuurlijk toezicht en/of politie controle er in het concrete geval toe leidt dat ingrijpen van de strafrechter de goede gang van een bestuurlijk proces verstoort.

De Minister heeft laten inventariseren welke zaken nu door deze jurisprudentie moeten worden heroverwogen. Voor het merendeel gaat het om milieudelicten. In 23 gevallen zal worden geseponeerd met een ernstige berisping en slechts in acht gevallen zal de hoofdofficier een strafrechtelijke vervolging instellen. In alle andere gevallen (red.: 12) werd om andere redenen geseponeerd.

 


© Uitgeverij Noordhoek BV