Geen concurrentievervalsing door malafide en illegale bedrijven

Minister Wijers vindt het niet nodig bestaande wetgeving of handhaving op milieugebied aan te passen. Een rapport van KPMG/BEA concludeerde dat bonafide ondernemers zwaar concurrentienadeel hebben. Volgens de Minister zijn de conclusies uit het rapport te overtrokken, en gebaseerd op te weinig gegevens.

Bericht:

Rubriek:

9 maart 1998

Handhaving

Eind januari ontstond enige onrust naar aanleiding van een rapport van het adviesbureau KPMG/BEA: "Oneigenlijke concurrentie door te kort schietende wetshandhaving". Het rapport concludeerde dat slechte handhaving een belangrijke oorzaak is van de toenemende oneigenlijke concurrentie die het bedrijfsleven ondervindt van illegaal opererende bedrijven. Door verschillende leden van de Tweede kamer werd de Minister van Economische Zaken om opheldering gevraagd. Volgens de Minister geeft het rapport de opvattingen weer van een aantal ondernemers uit een viertal sectoren. Daarmee is het onderzoek volgens de Minister zeer beperkt van aard, en rechtvaardigt daarmee niet een algemene en vergaande conclusie. Er zijn volgens hem geen aanwijzingen dat er sprake is van een verontrustende toename van concurrentievervalsing.

Het rapport gaf aan dat een middelgroot bedrijf dat de milieuwetten naleeft, een kostenpost heeft van ongeveer f. 125.000,-. Dit wordt door de Minister ontkend als zou dat voor het algemeen gelden. Hij haalt het rapport aan van Bakkenist "Administratieve lasten Wet milieubeheer in beeld" van 1996. Daarin wordt berekend dat de administratieve lasten van bedrijven die onder de werking van een AMvB voor de betreffende branche vallen uiteenlopen van circa f. 800,- (voor een slagerij) tot circa f. 8.600,- (voor een tankstation) per inrichting. Bij vergunningplichtige bedrijven zijn de administratieve lasten volgens het rapport gemiddeld f. 26.700,-. Het bedrag van f. 125.000,- dat in het rapport van KPMG/BEA wordt genoemd is volgens de Minister ontleend aan de kosten van afvalverwerking bij een dakbedekkingsbedrijf. Dit bedrag is volgens hem absoluut niet maatgevend voor alle middelgrote bedrijven en ook niet voor alle dakbedekkingsbedrijven.

Verder stelt de Minister dat het een misverstand is te menen dat het zich niet houden aan de milieuwetgeving altijd besparingen oplevert. Bedrijven die zich niet aan (alle) milieumaatregelen houden lopen altijd de kans te worden beboet en/of aansprakelijk te worden gesteld voor de veroorzaakte milieuschade.

Verder meldt de Minister dat op dit gebeid al aardig wat actie wordt ondernomen door de overheid. Zo start in maart op regionaal niveau een project dat onder meer gericht is op bedrijven die door ontduiking van nalevingsvoorschriften concurrentievervalsing veroorzaken. In dit project wordt samengewerkt door Arbeidsinspectie, politie, reinigingspolitie, milieudienst, brandweer, verkeer en waterstaat, inspectie gezondheidsbescherming en bouwtoezicht. Wat betreft de handhaving van milieuregelgeving wijst hij nog op het feit dat de Inspectie Milieuhygiëne, de Douane en de Rijksverkeersinspectie nauw samenwerken bij de controle van bij voorbeeld de Europese verordening vervoer afvalstoffen. Daarvoor zijn tussen deze diensten convenanten afgesloten.

 


© Uitgeverij Noordhoek BV