RMK keert zich tegen financiële zekerheid in Wet milieubeheer

De Raad voor het midden- en kleinbedrijf (RMK) heeft zich in een brief aan de Minister van VROM gekeerd tegen een mogelijke AMvB die bedrijven verplicht een financiële zekerstelling op te zetten voor de schade die zij eventueel aan het milieu kunnen toebrengen. De RMK wil eerst eens uitgezocht hebben hoeveel en wat voor soort van milieuschades er zijn geweest die niet op de veroorzaker verhaald konden worden.

Bericht:

Rubriek:

11 maart 1998

Wet- & regelgeving

In het Milieuprogramma (1998-2001) heeft minister de Boer de voorbereiding aangekondigd van een AMvB die de financiële zekerheid van milieuschade moet regelen. Achtergrond hiervan is dat de Minister in de toekomst niet meer voor milieuschades wil opdraaien, omdat het bedrijf dat daarvan de veroorzaker is om de een of andere reden die schade niet kan betalen. Daarom heeft zij in de Wet milieubeheer twee doelstellingen opgenomen voor zo'n besluit. Ten eerste moet het mogelijk worden de kosten van milieuschade te verhalen op de veroorzaker en ten tweede zou het de naleving van vergunningvoorschriften moeten bevorderen. In de nota Milieu en Economie werd een verkennend onderzoek aangekondigd naar de mogelijkheden om hiervoor herstelverzekeringen in te voeren. De Raad voor het midden- en kleinbedrijf, waarin MKB Nederland, FNV en CNV zijn vertegenwoordigd, vraagt zich af of dit wel een effectief en efficiënt middel is om deze doelstellingen te bereiken.

De heer van Wijngaarden van RMK verwijst naar een niet zo succesvol voorbeeld. "In Zweden hebben ze een verplichte verzekering voor bedrijven die een vergelijkbare strekking heeft. In de zes jaar van het bestaan daarvan is er nooit tot uitkering gekomen. Dat betekent dus dat bedrijven wel altijd premie betalen, maar dat er in de praktijk dus geen reden is om de verzekering aan te houden. Omdat deze verzekering verplicht is betekent het daarom een extra financiële last voor de bedrijven. Datzelfde geldt voor andere regelingen met een vergelijkbare werking, zoals een onderling waarborgfonds."

De RMK vindt het nog veel te vroeg om een dergelijk besluit nu al te gaan voorbereiden. Er is nog te weinig bekend over de aard en de omvang van de problematiek. Daardoor is het onduidelijk of het hier om een substantieel probleem gaat. Pas wanneer het probleem zorgvuldig in beeld is gebracht kan naar de mening van de RMK worden beoordeeld of het voorstel een oplossing is.

De RMK wijst de Minister er op dat veel vormen van garantstelling een zwaardere last zullen vormen naarmate de onderneming kleiner is. Een eventuele verplichting tot het stellen van financiële zekerheid kan dus aanzienlijke gevolgen hebben voor de financierbaarheid van de bedrijfsvoering. De RMK wil nu al bij de Minister aan de bel trekken omdat zij bang is dat na een introductie voor speciale bedrijven het voor het gehele bedrijfsleven zal gaan gelden. Een vergelijkbare ontwikkeling is te zien geweest bij de milieuverslaglegging, die ook eerst voor de grote bedrijven gold en later ook op een aangepaste wijze voor kleinere bedrijven.

 


© Uitgeverij Noordhoek BV