Op korte termijn uitbreiding van verbrandingscapaciteit

Afgelopen jaar is 2,4 miljoen ton brandbaar afval gestort in plaats van verbrand. Dat is ruim 1 miljoen meer dan gepland. Voorspellen van afvalhoeveelheden is moeilijk, maar de vraag is waarom er nu zo'n groot aanbod is en of dit structureel is. Onvoldoende resultaten van preventie en hergebruik wordt voorzichtig als schuldige aangewezen. Het AOO buigt zich binnenkort over die vraag en zal dan beslissen of uitbreiding van de verbrandingscapaciteit moet worden gerealiseerd en hoe.

Artikel:

Rubriek:

Inhoud:

10-04-98

verwijdering

Gebrek aan financiële sturing

Blijvend groeiend afvalaanbod

1 Mton meer dan voorspeld

Groter overschot

Stimulering preventie en hergebruik nodig

Figuren

Er is veel meer brandbaar afval dan verwacht. Daarom zal het Afval Overlegorgaan (AOO) zich in juni buigen over de vraag of de ramingen moeten worden aangepast en de verbrandingscapaciteit moet worden uitgebreid. De algemene verwachting is dat die aanpassing zal komen. "Het AOO gaat uit van taakstellingen en afspraken uit het verleden voor preventie en hergebruik. Ook al zouden al die taakstellingen worden gehaald wat niet waarschijnlijk is dan nog is door groei van de bevolking en economie een toename te verwachten", aldus de heer Van Raay van de Huisvuilcentrale in Alkmaar. "De vraag die nu het AOO moet beantwoorden is of het acceptabel is dat het overschot structureel is, en blijvend gestort zal gaan worden. Dat staat haaks op het beleid en dus zal er extra verbrandingscapaciteit moeten komen. Als dat besluit valt, wil Alkmaar graag een vierde lijn in gebruik nemen met een capaciteit van ongeveer 150 kton. "AZN in Moerdijk heeft bij het AOO al aanvragen ingediend voor vergroting van de capaciteit. Volgens de heer Van Tuyl kan meer afval verwerkt worden na optimalisatie van de bestaande installatie. "Nu de installatie enige tijd gedraaid heeft, zoeken wij naar een optimum in de verwerking. Uit die milieutechnische optimalisatie komt meer verbrandingscapaciteit met de bestaande installatie beschikbaar. Nu heeft AZN als enige verbrander in Nederland een maximum in de vergunning van 600 kton. Het verzoek is nu de vergunning aan te passen tot de maximale technische capaciteit van ongeveer 700 kton. Ook hebben wij een aanvraag ingediend voor een vierde lijn, omdat wij voorzien dat die extra capaciteit noodzakelijk is. Die uitbreiding is bij ons relatief eenvoudig en met lage investeringen te doen." De nieuwe lijn zou een capaciteit van 200 tot 250 kton hebben.

Als al die extra capaciteit wordt toegekend, dan zou het totaal van AZN en HVC toenemen met 500 kton, ongeveer 25% van het overschot in 1997: 2,4 Mton. De bouw van een geheel nieuwe installatie, bijvoorbeeld in Maasbracht, wordt niet als een reële optie gezien. "Die extra capaciteit zou wat veel zijn. Zeker als de investeringen worden uitgezet tegen de relatief goedkope uitbreidingsmogelijkheden die er zijn bij AZN en de Huisvuilcentrale", aldus Van Tuyl.

Gebrek aan financiële sturing door overheid

Ook de ARN in Nijmegen ziet bij monde van de heer Van Gorkum niets in een nieuwe installatie. "Nieuwe verbrandingscapaciteit is duur. Bovendien praat je over investeringen met een afschrijving van 25 jaar. Om daarvan optimale benutting te hebben, moet je al die tijd overcapaciteit hebben." In tegenstelling tot zijn collega's, ziet hij ook niets in de uitbreiding met extra lijnen. "Een extra lijn bij AZN of de Huisvuilcentrale moet er niet komen. Als je naar vorig jaar kijkt hebben wij een capaciteit gehaald van 105%. Andere ovens liggen daar ver onder. Die zouden eerst eens hun volledige technische capaciteit moeten halen. Bovendien zou daarvoor afval uit andere regio's van Nederland moeten komen. Bedenk maar eens wat voor transport dat zou gaan opleveren. Ik zie veel meer in aanpassen van de financiële sturingselementen van de overheid. Als storten nu eens onbetaalbaar zou worden, dan zullen andere wegen worden gevonden voor bijvoorbeeld hergebruik en nuttige toepassing. Er zijn veel recyclingsinitiatieven die niet van de grond komen. Neem bijvoorbeeld zand. Natuurzand is goedkoper dan gerecycled en gecertificeerd zand uit bouw- en sloopafval. De toepassing van die stroom kan alleen als de overheid een geïntegreerd beleid voert. Dan moet je nationaal en internationaal de zaken op elkaar gaan afstemmen."

Zijn mening krijgt bijval bij avi-Twente en AVIRA. "Het probleem zit nog steeds in het tariefverschil tussen storten en verbranden", vindt ook de heer Bakker van de avi-Twente. "Als het storttarief op het niveau van verbranden ligt, dan zijn initiatieven voor bijvoorbeeld scheiding rendabel en wordt meteen ook het ontwijkgedrag richting stort in de kiem gesmoord. Dan bereik je ook veel sneller de milieudoelstelling voor hergebruik. Zou dan nog een overschot aan brandbaar afval blijven, dan denk ik eerder aan het bijplaatsen van hele speciale installaties voor relatief kleine specifieke afvalstromen. Met de huidige technologie van rookgasreiniging, zou je bijvoorbeeld best bepaalde stromen gevaarlijk afval kunnen verbranden."

Ook de AVIRA in Duiven vindt dat de oplossing niet in extra capaciteit moet worden gezocht, maar bijvoorbeeld in nieuwe verwerkingstechnieken. "Er is teveel brandbaar afval, maar je moet je ook de vraag stellen of je dit moet verbranden. Je kunt ook kijken naar toepassingen die minder investeringen vergen. Bij AVIRA wordt bijvoorbeeld een installatie gebouwd die papierslib van papierfabrieken omzet in cement. Zo zouden meer verwerkingstechnieken moeten worden toegepast die zijn afgestemd op specifieke afvalstromen. "Bovendien", zo stelt de heer Koole, "is er toch weinig bereidheid om grote investeringen te doen in nieuwe installaties. De partners die die investeringen moeten dragen, zullen namelijk niet meer bereid zijn om zich voor een lange termijn vast te leggen voor tarieven of voor een verplicht volume, zoals dat voorheen wel is gebeurd. Daarmee komt het draagvlak voor zo'n grote investering toch op de helling. De zekerheden zullen meer gegeven worden door de markt, dan door de overheid." Bakker van avi-Twente vult dit aan: "Overheden die in het verleden hun nek hebben uitgestoken, beginnen nu risicomijdend gedrag te tonen. Daardoor wordt naar uitbreidingen bedrijfsmatig gekeken, en dat betekent dat de zekerheid wordt bepaald door het afvalaanbod."

Blijvend groeiend afvalaanbod

Bepalend voor de verbrandingscapaciteit is natuurlijk of de toename structureel is. De eerste vraag die opkomt is waarom het aanbod van brandbaar afval zoveel meer is dan verwacht. Wie in die vraag duikt, verzeilt in een wirwar van niet of moeilijk te vergelijken cijfers, gebaseerd op aannames van nog te voeren beleid. De redactie van Afval! heeft die duik genomen en presenteert hier haar verwachting op basis van een eigen interpretatie.

Voor de verbrandingscapaciteit is uitgegaan van ondercapaciteit, zodat aanvoer voor de kostbare installaties zeker gesteld is. Bovendien zou bij een tekort aan brandbaar afval de avi's een aanzuigende werking op afval hebben, waardoor het preventie- en hergebruikbeleid in gevaar komt. Op dit moment zijn 11 avi's in gebruik en nog geen jaar geleden dacht men dat dat meer dan voldoende zou zijn.

De hoeveelheid te verbranden afval is de laatste jaren flink gestegen. De belangrijkste oorzaak is het stortverbod voor brandbaar afval (op 1 januari 1996), dat vervroegd is ingevoerd om de vollast van de nieuwe avi's te garanderen. Dit is dus geen groei, maar een ombuiging van een stroom van storten naar verwerken. Vermindering van de hoeveelheid moet komen uit preventie en hergebruik. Forse taakstellingen zijn opgesteld voor gemeenten en bedrijfsleven, die onder andere via convenanten (bijvoorbeeld het convenant verpakkingen) moeten worden gerealiseerd. Veel van de maatregelen lopen echter vertraging op en andere hebben een beduidend minder effect dan verwacht. Daar tegenover staat dat de hoeveelheid afval sneller stijgt dan verwacht. Het CBS heeft becijferd dat de bevolking tussen 1995 en 2020 toe zal nemen van 15,4 tot 17,7 miljoen. Het aantal huishoudens zal in dezelfde periode toenemen van 6,5 tot 8,1 miljoen.

Het RIVM voorspelt in de milieuverkenning van vorig jaar dat door groei van de economie en bevolking de totale hoeveelheid afval met 0,4 tot 1,2% per jaar zal toenemen. Dat is een toename van 50 Mton in 1995 tot ruim 61 in 2020. Het RIVM neemt daarbij wel aan dat doelstellingen voor preventie en hergebruik redelijk worden gehaald. Het RIVM becijfert ook dat in 2000 bijna 8 Mton afval beschikbaar is voor verbranden. Daarvan wordt 5 Mton door de avi's en ongeveer 2 Mton door andere installaties verbrand. Dit is voor het grootste deel slibverbranding, en in mindere mate verbranding van gevaarlijk afval en verbranding in eigen beheer bij bijvoorbeeld de industrie. Er blijft dus 1 Mton ton over waar geen capaciteit voor is. Na 2000 verwacht het RIVM dat de hoeveelheid brandbaar afval toe zal nemen tot ruim 9 Mton in 2010. Daarvoor zouden niet perse avi's bijgebouwd hoeven te worden. Mogelijk zijn ook kleine afvalstofspecifieke verbrandingsinstallaties of bijstoken bij kolencentrales of in de cementindustrie.

1 Mton meer aanbod dan voorspeld

De vraag die zich nu voordoet is waar die 2,4 Mton brandbaar afval die in 1997 is gestort vandaan komt. Het antwoord is daar niet definitief op te geven. Mogelijke oorzaken zijn er wel. In het AOO wordt jaarlijks een verdeelplan opgesteld voor het overschot aan brandbaar afval. Uit het onlangs gereedgekomen verslag over 1997 blijkt dat 1 Mton (14%) meer brandbaar afval werd aangeboden dan voorspeld. Belangrijkste is dat de preventie en hergebruikspercentages niet zijn gehaald. Vooral voor papier en kunststof blijven de prestaties achter. Verder was er meer afvalaanbod en zou er wel eens een verkeerde inschatting zijn gemaakt van de hoeveelheid brandbaar en niet-brandbaar afval. In de praktijk blijkt dat bijvoorbeeld een restfractie BSA (bouw- en sloopafval) na sorteren meer brandbaar afval bevat dan werd voorspeld. Verder speelt ook een rol dat het AOO er vanuit gaat dat alleen brandbaar afval wordt verwerkt dat onder het stortverbod vallen. De 2,4 Mton is dus alleen het brandbaar afval dat met ontheffing is gestort. Maar er zijn natuurlijk ook stromen die best verbrand kunnen worden, maar niet onder het stortverbod vallen. De totale hoeveelheid afval dat verbrand kan worden is daarom groter.

 

Tabel Verwachtingen brandbaar afval.
In de voorspellingen van het AOO worden enkele stromen buiten beschouwing gelaten die op voorhand reeds een ontheffing krijgen, maar natuurlijk wel brandbaar zijn. De laatste kolom geeft een interpretatie weer van het totale aanbod voor 1998, op basis van de Milieuverkenning van het RIVM en de gerealiseerde hoeveelheid in 1997.

 

Realisatie 1997

AOO voorspelling 1998

Interpretatie voor 1998

Aanbod brandbaar afval (excl. Ontheffingen)

5,8

5,8

6,1

Aanbod brandbaar afval (incl. ontheffingen)

6,8

6,3

6,9

Waarvan verbrand
(incl. Icopower-pellets)

4,4

5,0

5,0

Waarvan gestort:

2,4

1,3

1,9

Onder te verdelen in:

 

 

 

Via ontheffing shredderafval

(niet bekend)

0,135

0,135

Via ontheffing ONF

(niet bekend)

0,395

0,395

Via specifieke stortontheffing

(niet bekend)

0,796

1,114

Uitstel stortverbod brandbaar BSA (..)= niet in berekening meegenomen

(niet bekend)

(0,256)

0,256

 

Groter overschot

Het AOO stelt ook voor 1998 vast dat de capaciteit van de avi's onvoldoende zal zijn. Maar, zo stelt zij in het concept verdeelplan voor 1998: 'de behoefte aan ontheffingen wordt de komende jaren kleiner naarmate het afvalaanbod door preventie en hergebruik steeds verder afneemt'. Dat is nog altijd het uitgangspunt van het 10-jarenplan, waarvan de cijfers zijn gebaseerd op het jaar 1993. Inmiddels is veel veranderd en uit het rapport blijkt dat het AOO die cijfers ook niet meer zo stellig gelooft. Voor 1998 wordt daarom met 10% meer aanbod rekening gehouden. Het AOO schat dit laag in omdat men niet wil dat door een ruime schattingen het (goedkopere) storten wordt gestimuleerd. Want ondanks een extra heffing op het storttarief, liggen sommige tarieven van de avi's daar nog steeds boven. Dit leidt tot ontduiking van het stortverbod, omdat BSA (nog) niet onder het stortverbod valt en bedrijfsafval wel. Bovendien wordt dit versterkt doordat de extra heffing wel op bedrijfsafval maar niet op BSA wordt opgelegd.

Voor 1998 schat het AOO dat ruim 5,8 Mton brandbaar afval vrijkomt. Hiervan zal 1,3 Mton (22%) moeten worden gestort. Hoewel de 5,8 Mton al een stijging van 10% is ten opzichte van het beleidsscenario, blijft de vraag waarom tot zo'n lage inschatting is gekomen als in 1997 al 6,8 Mton beschikbaar kwam. Dat kan alleen als in 1998 14% meer aan preventie en hergebruik wordt gedaan en dat lijkt op dit moment wat veel. In tegendeel; 1998 wordt economisch gezien een zeer voorspoedig jaar. Een stijging van het afvalaanbod is alleen daarom al te verwachten. Bovendien is het getal van het AOO gebaseerd op bestaand beleid en afspraken. Het geeft dus niet de werkelijke hoeveelheid weer die verbrand zou kúnnen worden. Want twee stromen (shredderafval en de Organische natte fractie (ONF) die vrijkomen bij de scheidingsinstallaties van VAM, ARN en VAGRON) zouden moeten worden verbrand, maar hebben een ontheffing tot 2000. Als deze stromen er wel bij op zouden worden geteld dan zou er niet 5,8 maar 6,3 Mton aanbod zijn op basis van de veronderstellingen van het AOO. Daar moet wel bij worden opgemerkt dat bij een herziening van het stortverbod onlangs het shredderafval daarin niet meer is opgenomen, omdat verbranders met deze stroom problemen zou hebben. Ook wordt het BSA waarvan het stortverbod is uitgesteld buiten de ramingen gehouden. Als verwacht mag worden dat hergebruik en preventie in 1998 het afvalaanbod nog niet wezenlijk beïnvloedt, de economische groei op 2,5% wordt gezet en al het brandbare afval bij elkaar wordt opgeteld dan is een aanbod van 6,9 Mton meer waarschijnlijk.

Stimulering preventie en hergebruik nodig

Het overaanbod valt voor een belangrijk deel toe te schrijven aan de tegenvallende resultaten van preventie en hergebruik. Belangrijke uitvoeringsprojecten zijn nu pas in een initiële fase, of komen daar pas dit jaar in. Het afgelopen jaar afgesloten convenant verpakkingen II is daarvan een voorbeeld. Dit zal een drastische vermindering van vooral papier en kunststof verpakkingen tot gevolg moeten hebben. Een duidelijk effect mag na 2000 worden verwacht. Ook het programma Gescheiden Inzameling Bedrijfsafvalstoffen (GIBA) zal waarschijnlijk na de zomer zijn eerste concrete scheidingsverplichtingen aan een aantal branches opleggen. De effecten hiervan zullen dus ook pas na 2000 te zien zijn. Het programma voor de gescheiden inzameling van huishoudelijk afval heeft zoals bekend vertragingen opgelopen. Maar gemeenten zijn nu al bijzonder actief om de gescheiden inzameling van papier, glas, textiel en gft in te voeren.

Volgens het NMP3 is het hergebruik tussen 1990 en 1996 toegenomen van 61% naar 72%. Doelstelling is om dit te laten toenemen tot 80% in 2010, waarbij hergebruik ook buiten Nederland kan plaatsvinden. In tegenstelling tot de voorgaande afleveringen van het NMP, staat het afvalbeleid echter niet meer vooraan. Het accent is nu vooral verschoven naar klimaatbeheersing. Wellicht zijn deze cijfers voor VROM aanleiding om van het uitvoeringsbeleid weer wat meer werk te maken.

Waarschijnlijk zal in het AOO overleg in juni worden besloten om de verwerkingscapaciteit van AZN te verhogen tot 0,7 Mton, en misschien ook al meteen tot de uitbreiding met een vierde lijn. De uitbreiding met een vierde lijn bij de Huisvuilcentrale is nog onzeker, maar een geheel nieuwe centrale zal er voor alsnog zeker niet komen. Er zal waarschijnlijk eerder gekeken worden naar bijstoken in elektriciteitscentrales of bij cementovens of de bouw van gespecialiseerde ovens voor speciale afvalstromen. Voor het gelijktrekken van het storttarief met het verbrandingstarief kon op ambtelijk niveau niet veel enthousiasme gevonden worden.

Bronnen:
-Nationale Milieuverkenning 1997-2020 van het RIVM (voor de berekeningen werden de cijfers gebruikt uit het EC-scenario);
-Nationaal Milieubeleidsplan 3;
-AOO Verdeelplan Overschot Brandbaar Afval 1997 en 1998.

Figuren:

 

Figuur 1. De hoeveelheid verbrand en gestort (brandbaar en niet-brandbaar) afval van de afgelopen jaren. (Bron: VVAV, hoeveelheid gestort afval voor 1997 is voorlopig cijfer. De verbrande hoeveelheid is van avi's en slibverbranding (in droge stof), niet gevaarlijk afval of afval dat in de industrie wordt verbrand)

 

Figuur 2. De ontwikkeling van de hoeveelheid te verbranden en te storten brandbaar afval volgens het 10-jarenprogramma (Bron: AOO. Het gaat hierbij alleen om de AOO-stromen).

 

Figuur 3. De ontwikkeling van de hoeveelheid afval volgens de Milieuverkenning 1997-2020, gesplitst in de delen verbranden, storten en her te gebruiken (Bron: RIVM. Het gaat hier om al het afval, incl. gevaarlijk afval, verbranden in eigen beheer en slib).


© Uitgeverij Noordhoek BV