Gevolgen opheffen provinciegrenzen

Voor het opheffen van de provinciegrenzen moeten de stort- en verbrandingstarieven meer in evenwicht worden gebracht. Voor het openen van de grenzen voor niet-brandbaarafval is het wachten op het landelijk stortplan.

Bericht:

Rubriek:

14 april 1998

Verwijdering

Minister De Boer heeft de Tweede kamer geïnformeerd over de stand van zaken met betrekking tot het meer met elkaar in overeenstemming brengen van de stort- en verbrandingstarieven voor afval en met betrekking tot het landelijk stortplan. Zij maakt daarbij een onderscheid tussen brandbaar afval en niet-brandbaar afval, omdat in de voorgeschiedenis van de opheffing van de provincie grenzen door haar daarin een strikt onderscheid is gemaakt.

Te storten brandbaar afval

Per 1 januari 1998 is de heffing op grond van de Wet belastingen op milieugrondslag (WBM) op te storten brandbaar afval verhoogd met f 35,- per ton. Met deze maatregel is een situatie bereikt waarin de hoogte van de gemiddelde stort- en verbrandingstarieven nagenoeg met elkaar in overeenstemming zijn gebracht. De verhoging van de WBM-heffing is niet van toepassing verklaard op de zogenoemde zeeffractie van scheidingsinstallaties die zijn gekoppeld aan een verbrandingsoven voor "refuse derived fuel"(RDF). Hiermee is een oplossing gevonden voor de negatieve gevolgen die de verhoging van de WBM-heffing met zich brengt voor de twee AVI's, waar de zeeffractie wordt gestort. De wijziging van de WBM is conform de daartoe geldende richtlijnen aangemeld bij de Europese Commissie.

Daarnaast is in deze wijziging van de WBM voorzien in een mogelijke afdrachtskorting van energiebelasting (REB) voor elektriciteit uit AVI's. Deze regeling voorziet in een afdrachts-korting van ca. 1,5 cent/Kwh voor aan het net geleverde elektriciteit. Als voorwaarde is gesteld dat met de sector een convenant tot stand dient te komen inzake de verbetering van het energierendement. Indien dit wordt gerealiseerd zal een vermindering van de REB worden toegekend. Deze vermindering is gerelateerd aan het deel van de door de AVI's opgewekte elektriciteit dat kan worden aangemerkt als met biomassa opgewekte elektriciteit. Deze regeling zal naar verwachting rond de zomer van dit jaar van kracht worden.

Te storten niet-brandbaar afval

Voordat tot het opheffen van de provinciegrenzen voor het te storten niet-brandbare afval kan worden overgegaan moet eerst inzicht bestaan in de inhoud van het landelijk stortplan, waarin de herstructurering van de stortsector aan de orde komt. Het AOO streeft er naar om in 1998 een landelijk stortplan vast te stellen. De provinciale stortplannen vormen, voor zover deze beschikbaar zijn, het uitgangspunt voor dit landelijk stortplan. Door de Vereniging van Afvalverwerkers (VVAV) is op 17 december 1997 haar visie op het landelijk stortplan gepresenteerd in het rapport "storten in balans, een visie op het landelijk stortplan". Tussen de VVAV en het AOO is afgesproken om tot afstemming van de werkzaamheden over te gaan.

Voorgeschiedenis

Tijdens de plenaire behandeling van het wetsvoorstel "Wijziging van de Wet milieubeheer" op 1 mei 1997 is door leden van de fracties van VVD en D66 een amendement ingediend dat beoogde de provinciegrenzen voor afval op korte termijn op te heffen. Daarmee zou één van de onderdelen van het advies van de Commissie Toekomstige Organisatie Afvalverwijdering (Commissie Epema) versneld geïmplementeerd worden. Op 18 juni 1997 deelde minister De Boer in een brief aan de Tweede Kamer mee hiertegen geen overkomelijke bezwaren te hebben, mits aan een aantal voorwaarden zou worden voldaan. Zij maakte daarbij een onderscheid tussen het opheffen van de provinciegrenzen voor afval dat wordt hergebruikt, brandbaar afval en te storten niet-brandbaar afval.
Voor afval dat wordt hergebruikt was geen bezwaar tegen het versneld opheffen van de provinciegrenzen. Dit houdt verband met het feit dat het hergebruik van afvalstoffen een markt is die zich in toenemende mate op Europese en mondiale schaal ontwikkelt. Voor dit afval is er binnen Europa in beginsel al een vrije overbrenging van afvalstoffen mogelijk. In deze situatie is het niet gewenst dat er voor her te gebruiken afval nog provinciegrenzen bestaan, zo vond de minister.

Voor het brandbare afval was zij eerst bereid over te gaan tot het opheffen van de provinciegrenzen op het moment dat de gemiddelde storttarieven voor dit afval in overeenstemming zijn gebracht met de gemiddelde verbrandingstarieven. Ook na het opheffen van de provinciegrenzen zou het overschot aan brandbaar afval op basis van het jaarlijks door het Afval Overleg Orgaan (AOO) op te stellen verdeelplan brandbaar afval in voldoende mate moeten kunnen worden gestuurd.

Voor het overige te storten niet-brandbare afval moest geacht worden op het landelijk stortplan, waarin de herstructurering van de stortsector wordt uitgewerkt. In dit stortplan zouden de consequenties van het opheffen van de provinciegrenzen moeten worden bekeken. Daarbij werd wel als voorwaarde aangetekend dat het tariefsinstrumentarium zoals dat thans in de Wet milieubeheer is neergelegd, blijft bestaan.
Tijdens het afrondende plenair debat op 23 september 1997 bleek dat de meerderheid van de Tweede Kamer hiermee in te stemmen. Het wetsontwerp is inmiddels ook door de Eerste Kamer aangenomen.

 


© Uitgeverij Noordhoek BV