Richtlijn voor de verwijdering van PCB's en PCT's

Ontwerp van een ministeriële regeling, houdende implementatie van richtlijn nr. 96/59/EG van de Raad van de Europese Unie betreffende de verwijdering van polychloorbifenylen en polychloorterfenylen (PCB's/PCT's), zoals verstuurd naar de Tweede Kamer op 20 april 1998, door de minister van VROM

Datum:

Rubriek:

Inhoud:

20 april 1998

Officiële publicaties

Besluit

Bijlagen

Toelichting

Deze regeling is gebaseerd op de artikelen 10.4, 10.6 en 21.6, zesde lid, van de Wet milieubeheer en strekt uitsluitend ter implementatie van richtlijn nr. 96/59/EG van de Raad van de Europese Unie van 16 september 1996, betreffende de verwijdering van polychloorbifenylen (PCB) en polychloorterfenylen (PCT) (PbEG L 42) (verder te noemen richtlijn) en de PARCOM Decision 93/3 on the phasing out of PCB'S and hazardous PCB substitutes. De regeling is gericht op het verwijderen van PCB's en PCB's-bevattende apparaten. Onder bepaalde voorwaarden mag worden volstaan met het reinigen van PCB's-bevattende apparaten.

Het is de bedoeling om de onderhavige regeling te integreren in het op artikel 24 van de Wet milieugevaarlijke stoffen gebaseerde PCB-besluit, opdat uiteindelijk alle voorschriften, betrekking hebbend op PCB's en PCT's, in één besluit zullen zijn vervat.

 

Besluit:

1. Begripsbepalingen

Artikel 1.1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. PCB's:

1. polychloorbifenylen,

2. polychloorterfenylen,

3. monomethyltetrachloordifenylmethaan, monomethyldichloordifenylmethaan, monomethyldibroomdifenylmethaan,

4. alle mengsels van PCB's, genoemd onder 1 tot en met 3, waarvan het totale gehalte groter is dan 0,5 mg/kg per congeneer;

b. PCB's-bevattende apparaten:

1. apparaten die PCB's bevatten of hebben bevat en niet zijn gereinigd, of

2. apparaten die PCB's kunnen bevatten, tenzij de houder aantoont dat het apparaat geen PCB's bevat;

  1. gebruikte PCB's: PCB's waarvan de houder zich, met het oog op de verwijdering daarvan, ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of verplicht is zich te ontdoen;

d. houder: eigenaar of degene die uit anderen hoofde bevoegd is tot het als zodanig handelen;

e. reiniging:

werkzaamheden, gericht op het:

1. opnieuw gebruiken,

2. bewerken of verwerken voor ander gebruik,

3. doelmatig verwijderen, of

4. vervangen,

van PCB's of PCB's-bevattende apparaten, waarbij PCB's worden vervangen door een passende vloeistof die geen PCB's bevat;

f. verwijdering:

handelingen als bedoeld onder D8, D9, D10, D12 en D15, van bijlage IIA, behorende bij richtlijn 75/442/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 juli 1975, betreffende afvalstoffen (PbEG L 194);

g. gehalte aan PCB's:

gehalte aan de afzonderlijke polychloorbifenyl-congeren 28, 52, 101, 118, 138, 153 of 180.

 

Artikel 1.2

Deze regeling is niet van toepassing op een houder van een inrichting die is bestemd voor het in bewaring geven, bewerken of verwerken van PCB's of PCB's-bevattende apparaten.

 

2. Reiniging en verwijdering van PCB's-bevattende apparaten

Artikel 2.1

1. De houder van PCB's of gebruikte PCB's verwijdert deze vóór 1 januari 2000.

  1. De houder van PCB's-bevattende apparaten, reinigt deze overeenkomstig artikel 2.2 of verwijdert deze vóór 1 januari 2000.

 

Artikel 2.2

1. De houder van transformatoren die meer dan 0,5 mg/kg PCB's bevatten, bepaald volgens de methode voor het vaststellen van het gehalte aan polychloorbifenylen, genoemd in de Regeling aanwijzing gevaarlijke afvalstoffen, reinigt deze zodanig dat:

    1. het gehalte aan PCB's wordt verlaagd tot 0,5 mg/kg, bepaald volgens de methode, genoemd in de aanhef, en

b. de vervangende vloeistof, die geen PCB's bevat,minder risico's voor het milieu oplevert.

  1. Na reiniging van een transformator wordt op die transformator de aanduiding aangebracht als aangegeven in bijlage I.

 

3. Scheiden van PCB's of bijvullen met PCB's

 

Artikel 3.1

  1. Het is verboden PCB's van andere stoffen te scheiden met het oog op het nuttig toepassen van die PCB's.
  2. Het is verboden om transformatoren bij te vullen met PCB's.

 

4. Aanmelding van PCB's-bevattende apparaten

 

Artikel 4.1

1. Apparaten die meer dan 5 dm3 PCB's bevatten, bepaald volgens de methode voor het vaststellen van het gehalte aan polychloorbifenylen, genoemd in de Regeling aanwijzing gevaarlijke afvalstoffen, of sterkstroomcondensatoren waarvan het totaal van de gecombineerde afzonderlijke onderdelen meer dan 5 dm3 PCB's bevatten, bepaald volgens die methode, worden door de houder aangemeld bij de regionale inspectie milieuhygiëne.

2. De houder van een apparaat als bedoeld in het eerste lid, stelt de regionale inspectie milieuhygiëne in kennis van reinigings- of verwijderingshandelingen ten aanzien van het PCB's-bevattende apparaat.

3. Elk apparaat dat overeenkomstig het eerste lid is aangemeld, alsmede de deur van de ruimte waarin het apparaat zich bevindt, is voorzien van de aanduiding, bedoeld in bijlage II; deze aanduiding wordt verwijderd zodra het apparaat is verwijderd en wordt vervangen door de aanduiding als aangegeven in bijlage I zodra het apparaat is gereinigd.

4. Indien het een apparaat betreft, waarvan mag worden aangenomen dat de daarin aanwezige vloeistoffen tussen 50 en 0,5 mg/kg PCB's bevatten, bepaald volgens de methode voor het vaststellen van het gehalte aan polychloorbifenylen, genoemd in de Regeling aanwijzing gevaarlijke afvalstoffen, mag, in afwijking van het eerste lid, het apparaat wordenaangemeld zonder het verstrekken van de gegeven, bedoeld in het zesde lid, onder 3 en 4; het apparaat is in dat geval voorzien van de aanduiding, genoemd in bijlage III.

5. Op de reiniging van een apparaat als bedoeld in het vierde lid, is artikel 2.2, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.

6. De melding, bedoeld in het eerste en tweede lid, bevat in elk geval de volgende gegevens:

1. naam, adres en handtekening van de houder,

2. plaats en omschrijving van het apparaat,

3. de hoeveelheid PCB's in het apparaat,

4. de datum waarop reiniging of vervanging plaats heeft en

5. datum van de melding.

7. De regionale inspectie milieuhygiëne registreren degegevens, bedoeld in het zesde lid, op een door de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer ter beschikking gesteld formulier.

 

5. Registratie van PCB's-bevattende apparaten

 

Artikel 5.1

Degene die bedrijfsmatig PCB's verwijdert of laat verwijderen, houdt een voor een toezichthouder toegankelijk register waarin worden vermeld:

a. de hoeveelheid, oorsprong en aard van de verwijderdePCB's en

b. de oorsprong en aard van een verwijderd PCB's-bevattend apparaat, alsmede het gehalte aan PCB's, dat in het apparaat is toegepast.

 

6. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 6.1

Uiterlijk 12 maanden na inwerkingtreding van deze regeling is uitvoering gegeven aan artikel 4.1, eerste en derde lid.

Artikel 6.2

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 6.3

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling verwijdering PCB's. Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage,

De Minister van Volkshuisvesting,

Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Margaretha de Boer

 

Bijlage I, behorende bij de Regeling verwijdering PCB's

Etikettering van gereinigde PCB-bevattende apparaten

Een PCB's-bevattend apparaat, dat is gereinigd, is voorzien van een duidelijk, onuitwisbaar etiket, waarop de volgende informatie, in hoog- of diepdruk, voorkomt.

 

Bijlage II, behorende bij de Regeling verwijdering PCB's

Een apparaat dat meer dan 5 dm3 aan PCB's bevat, alsmede de deur van de ruimte waarin dat apparaat zich bevindt, is voorzien van een duidelijke, onuitwisbare aanduiding, waarop de volgende informatie, in hoog- of diepdruk, voorkomt:

 

Bijlage III, behorende bij de Regeling verwijdering PCB's

Etikettering van gereinigde PCB-apparaten

Een apparaat met een PCB-gehalte tussen 50 en 0,5 mg/kg is voorzien van een duidelijke, onuitwisbare aanduiding, waarop de volgende informatie, in hoog-of diepdruk, voorkomt:

 

TOELICHTING

I. Algemeen

1. Inleiding

Deze regeling dient uitsluitend ter implementatie van richtlijn 96/59/EG van de Raad van de Europese Unie van 16 september 1996, betreffende de verwijdering van polychloorbifenylen (PCB) en polychloorterfenylen (PCT) (PbEG L 42) (verder te noemen richtlijn) en de PARCOM Decision 93/3 on the phasing out of PCB'S and hazardous PCB substitutes (verder te noemen het PARCOM-verdrag). De richtlijn vervangt richtlijn nr. 76/403/EEG van 6 april 1976 (PbEG L 108), die is geïmplementeerd bij besluit van 24 oktober 1984 tot wijziging van het Stoffen- en processenbesluit Wet chemische afvalstoffen. Dit besluit moet worden bezien in samenhang met de artikelen 3 tot en met 5 van de Wet chemische afvalstoffen, waarin met betrekking tot de afgifte van chemische afvalstoffen regels zijn gesteld op basis waarvan maatregelen zijn genomen met betrekking tot de verwijdering van PCB's en PCT's. Dit Stoffen- en processenbesluit Wet chemische afvalstoffen is bij de in werkingtreding van het Besluit aanwijzing chemische afvalstoffen ingetrokken. De voorschriften in laatstbedoeld besluit voorzagen namelijk in dezelfde materie. De Wet chemische afvalstoffen is op 1 januari 1994 samen met de Afvalstoffenwet opgegaan in de Wet milieubeheer. Om die reden is het Besluit aanwijzing chemische afvalstoffen bij besluit van 25 november 1993 opgegaan in het Besluit aanwijzing gevaarlijke afvalstoffen (Baga)[1]. Op grond van het Baga zijn PCB's of PCT's-houdende afvalstoffen en PCB's-bevattende apparaten in het afvalstadium aan te merken als gevaarlijke afvalstoffen, wanneer de concentratie aan PCB's of PCT's in de afvalstof gelijk is aan of meer is dan vijftig miligram per kilogram.

In het P.C.B.-, P.C.T.- en chlooretheen-besluit Wet milieugevaarlijke stoffen[2] (hierna te noemen PCB-besluit)[3] zijn ook voorschriften opgenomen met betrekking tot PCB's en PCT's. De implementatie van de onderhavige richtlijn en het PARCOM-verdrag heeft consequenties voor de werking van het PCB-besluit. Daarop wordt in paragraaf 5 nader ingegaan. In het vervolg van deze toelichting zal worden gesproken over PCB's daarmee worden dan ook PCT's bedoeld.

2. Hoofdlijnen van de regeling

In hoofdlijnen is de opzet van de onderhavige regeling als volgt. Ingevolge de richtlijn dienen de PCB's en PCB's-bevattende apparaten te worden gedefinieerd. Artikel 2.1 betreft de verplichting voor de houders van PCB's, gebruikte PCB's en PCB's-bevattende apparaten om deze uiterlijk op 31 december 1999 te (laten) reinigen of te (laten) verwijderen. In artikel 2.2 is aangegeven onder welke voorwaarden reiniging van PCB's-bevattende apparaten is toegestaan. De gebruiksbeperkingen voor bepaalde PCB's-bevattende apparaten zijn opgenomen in artikel 3.1. De meldingsplicht voor houders van PCB's-bevattende apparaten bij de regionale inspectie milieuhygiëne is uitgewerkt in artikel 4.1. Dit artikel bevat ook de aanduidingsplicht voor de in dat artikel bedoelde apparaten. In afzonderlijke bijlagen bij deze regeling zijn de aan te brengen aanduidingen op apparaten en ruimten waarin die apparaten zich bevinden, vastgesteld.

Artikel 5.1 heeft betrekking op onder meer de plicht voor bedrijven die PCB's verwijderen of reinigen om een register bij te houden. In onderstaande paragrafen en in de artikelsgewijze toelichting is nader op de betekenis van deze regeling ingegaan.

Overeenkomstig artikel 21.6, zesde lid, van de Wet milieubeheer is deze regeling toegezonden aan de Staten-Generaal ten einde een maand daarna in werking te kunnen treden.

3. Achtergronden

PCB's zijn stoffen die vrijwel niet in het milieu worden afgebroken. De eigenschappen van deze stoffen en de omstandigheid dat zij gemakkelijk door levende organismen worden opgenomen en zich ophopen in de voedselketens, leiden ertoe dat deze stoffen nadeel voor de gezondheid opleveren en schade toebrengen aan het milieu. Door hun persistente eigenschappen zullen PCB's geruime tijd in het milieu aanwezig blijven en kunnen zij in allerlei producten voorkomen.

Sedert 1979 worden in Nederland aan het gebruik van PCB's beperkende voorschriften gesteld. Uit onderzoek is gebleken dat in de periode 1977-1982 de aanschaf van PCB's-bevattende apparatuur in Nederland vrijwel is beëindigd. Sedert 1 augustus 1985 is het formeel verboden om PCB's, ook in gesloten systemen als transformatoren en condensatoren, in Nederland op de markt te brengen. In 1984 is de Bijdrageregeling voor de vervanging en vernietiging van PCB's-bevattende koelvloeistof en PCB-bevattende transformatoren en condensatoren van kracht geworden. Deze bijdrageregeling betrof PCB's-bevattende condensatoren groter dan 1 kg of PCB-bevattende transformatoren, die in gebruik zijn of zijn geweest en zijn aangeschaft vóór 1 januari 1982, en heeft vijf jaar bestaan. Tijdens deze periode is, zoals blijkt uit het evaluatierapport over de bijdrageregeling, 85% van de transformatoren en 84% van de condensatoren vervangen en vernietigd.

Exacte gegevens over het aantal resterende PCB's-bevattende apparaten zijn niet beschikbaar. De in de regeling opgenomen meldingsplicht zal naar verwachting het nodige inzicht verschaffen over het aantal PCB's-bevattende apparaten.

 

4. Reikwijdte van de regeling

De onderhavige regeling richt zich tot elke houder van PCB's en PCB's-bevattende apparaten, alsmede tot degene die PCB's of PCB's-bevattende apparaten reinigt of verwijdert. PCB's en PCB's-bevattende apparaten komen in elk geval voor in de categorie inrichtingen waar PCB's of PCB's-bevattende apparaten aanwezig zijn, aangewezen in het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer (Ivb). PCB's en PCB's-bevattende apparaten kunnen ook voorkomen in inrichtingen die vallen onder een algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 8.40 van de Wet milieubeheer. Op de houders van de hiervoor bedoelde inrichtingen zijn de artikelen 2.1 tot en met 4.1 van toepassing. Daarnaast richt de regeling zich tot de houders van vergunningplichtige bedrijven die zich bezighouden met de verwijdering en reiniging van PCB's en PCB's-bevattende apparaten. Bedoeld zijn de inrichtingen die vallen onder categorie 28 van het Ivb. Op de houders van deze inrichtingen zijn de artikelen 3.1 tot en met 5.1 van toepassing.

Naast de verplichtingen die op grond van de onderhavige regeling worden opgelegd aan de houders van gebruikte PCB's en PCB's-bevattende apparaten, gelden ook de voor gevaarlijke afvalstoffen relevante bepalingen van paragraaf 10.5 van de Wet milieubeheer. Dit betreft onder andere regels over de afgifte, melding, inzameling en verwijdering van gevaarlijke afvalstoffen. Een nadere uitwerking van deze regels heeft plaatsgevonden in de provinciale milieuverordening.

 

5. Opzet van de regeling

 

5.1 Melding en inventarisatie

De richtlijn schrijft voor dat de lidstaten een inventarisatie uitvoeren van apparaten die meer dan vijf kubieke decimeter PCB's bevatten. De lidstaten dragen er tevens zorg voor dat de resultaten van deze inventarisatie, in de vorm van een samenvatting, aan de Commissie wordt overgelegd. Op 16 september 1999 moeten de gegevens bij de Commissie binnen zijn. Vanwege de relatief korte termijn waarbinnen de inventarisatie moet worden uitgevoerd, is er voor gekozen te volstaan met een eenvoudig meldingenstelsel. Hierover wordt het volgende opgemerkt.

De houder van een PCB's-bevattend apparaat zal dit apparaat bij de regionale inspectie milieuhygiëne aanmelden. De melding zal de gegevens dienen te bevatten, zoals vermeld in artikel 4.1, zesde lid. Binnen twaalf maanden na de datum van inwerkingtreding van deze regeling moet de aanmelding hebben plaatsgevonden. De door een houder van PCB's of PCB's-bevattende apparaten verstrekte gegevens moeten worden geregistreerd op een ter beschikking gesteld formulier. Een afschrift van elk ingevuld formulier moeten vervolgens aan de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer worden toegezonden. Op basis van de aldus verkregen gegevens zal door de Minister de mededeling aan de Commissie worden opgesteld. Tevens vormt de inventarisatie de basis voor een door de Minister op te stellen verwijderingsplan.

 

5.2 Aanduiding

Degene die een PCB's-bevattend apparaat in zijn bezit heeft, dat moet worden aangemeld, is verplicht dit apparaat te voorzien van een standaard aanduiding. Per te onderscheiden soort PCB's-bevattende apparaten zijn de aan te brengen aanduidingen vastgesteld in de bijlagen II en III, behorende bij deze regeling. Daarbij is het model voor een etiket, dat na reiniging van een transformator op het betreffende apparaat moet worden aangebracht, uit de richtlijn als uitgangspunt genomen. De aanduidingen moeten uiterlijk 12 maanden na inwerkingtreding van deze regeling zijn aangebracht.

 

5.3 Verwijdering en reiniging

De houder van een PCB's-bevattend apparaat kan dit apparaat laten reinigen of verwijderen. Voor zover bekend, vindt reiniging van PCB's-bevattende apparaten in ons land nauwelijks toepassing. Deze mogelijkheid is dan ook voor de uitvoeringspraktijk van minder belang. Wel vindt in ons land op beperkte schaal verwijdering van PCB's-bevattende apparaten, afkomstig van Nederlandse bedrijven, plaats.

 

5.4 Verwijderingsplan voor PCB's

Overeenkomstig artikel 11 van de richtlijn zal door mij een plan voor reiniging en/of verwijdering van geïnventariseerde apparaten en de daarin aanwezige PCB's worden opgesteld. Het plan dient uiterlijk op 16 september 1999 door de Minister te zijn vastgesteld. De strekking van het plan zal, zodra de inventarisatie is afgerond, direct door mij aan de Commissie worden medegedeeld. Over de inhoud van het plan wordt het volgende opgemerkt. Het plan zal inzicht moeten verschaffen in het aantal PCB's en PCB's-bevattende apparaten, die in ons land aanwezig zijn. Hierbij gaat het om die apparaten die meer dan vijf kubieke decimeter PCB's bevatten. Voor sterkstroomcondensatoren geldt de drempel van vijf kubieke decimeter voor het totaal van de afzonderlijke onderdelen van een gecombineerd toestel. Uiteraard zal bij het opstellen van dit onderdeel van het plan gebruik worden gemaakt van de gegevens uit de inventarisatie. Het plan zal worden opgesteld in nauw overleg met de ondernemingen die zich bezighouden met het verwijderen en reinigen van PCB's-bevattende apparaten. Het is immers van groot belang dat er een goede afstemming plaatsvindt van het aanbod van hoeveelheden PCB's en PCB's-bevattende apparaten en de verwerkingscapaciteit bij deze ondernemingen. Voorts zal ook het (georganiseerd) bedrijfsleven bij het opstellen van het plan worden betrokken. Met name de brancheorganisaties van de bedrijven waarbij de kans het grootst is dat daar PBC's-bevattende apparaten aanwezig zullen zijn.

De richtlijn schrijft voor dat er naast het plan ook een schema moet worden opgesteld voor de inzameling en latere verwijdering van de apparaten die niet worden geïnventariseerd en die onderdeel uitmaken van een ander apparaat. Hierbij gaat het om kleinere apparaten die een geringe hoeveelheid PCB's bevatten, te denken valt aan: condensatoren, TL-armaturen en telefoon- en relaiskasten. Daar op grond van het PARCOM-verdrag alle identificeerbare PCB's en PCB's-bevattende apparaten voor 1 januari 2000 moeten zijn verwijderd of gereinigd, behoeft hiervoor geen apart schema te worden opgesteld.

 

5.5 Tijdpad

In de richtlijn is geregeld dat de apparaten die meer dan vijf kubieke decimeter aan PCB's bevatten uiterlijk in het jaar 2010 zijn gereinigd en/of verwijderd. Voor transformatoren die tussen vijftig en een halve miligram per kilogram aan PCB's bevatten, is het toegestaan deze tot aan het einde van de gebruiksduur te blijven gebruiken. De overige apparaten die PCB's bevatten en gebruikte PCB's moeten, blijkens de richtlijn, zo spoedig mogelijk worden verwijderd. In afwijking van de richtlijn is in de onderhavige regeling als einddatum voor de verwijdering van PCB's en de reiniging en/of verwijdering van PCB's-bevattende apparaten de datum van 31 december 1999 opgenomen. Bij het vastleggen van deze einddatum speelt de volgende overweging een rol. Nederland is in het kader van het Noordzee-verdrag de verbintenis aangegaan gebruikte PCB's te verwijderen en apparaten die PCB's bevatten uiterlijk vóór 1 januari 2000 te reinigen en/of te verwijderen. Tijdens de totstandkoming van de richtlijn is door Nederland, België, Denemarken, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, lidstaten die aan de Noordzee zijn gelegen, alsmede Oostenrijk, Finland, Luxemburg en Zweden herhaald hun verbintenis om zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk vóór 1 januari 2000 PCB's en gebruikte PCB's te verwijderen en apparaten die PCB's bevatten, te reinigen en/of te verwijderen. Ter uitvoering van deze verbintenis is deze afwijkende einddatum op te nemen. Richtlijn nr. 96/59/EG heeft artikel 130S, eerste lid van het EG-verdrag als rechtsgrondslag, zodat er in beginsel voor de lidstaten geen beletsel bestaat tot het nemen van deze verdergaande maatregel.

Tot slot wordt nog opgemerkt dat erkend moet worden dat als gevolg van het Noordzee-verdrag de uitvoeringstermijn van de onderhavige regeling kort is. Dit zal een extra inspanning vragen van betrokken overheden en bedrijven.

Ik ben voornemens hierover met de betrokken partijen duidelijke afspraken te maken. Ook zal in het kader van de voorlichting aan de korte uitvoeringstermijn extra aandacht worden gegeven.

 

6. Overzicht implementatie van de EG-Richtlijn

Transponeringstabel

Richtlijn Regeling

art. 2, onderdeel a art. 1.1, onderdeel a

onderdeel b art. 1.1, onderdeel b

onderdeel c art. 1.1, onderdeel c

onderdeel d hoeft niet te worden gedefinieerd

onderdeel e art. 1.1, onderdeel d

onderdeel f art. 1.1, onderdeel e

art. 3 art. 2.1

art. 4, eerste lid art. 4.1 , eerste en zevende lid

tweede lid art. 4.1, vierde en vijfde lid

derde lid art. 4.1, zesde lid

vierde lid art. 4.1, eerste en tweede lid

vijfde lid art. 4.1, derde lid

zesde lid art. 5.1 en art. 10.33

Wet milieubeheer

zevende lid art. 18.2 Wet milieubeheer

art. 5, eerste lid art. 3.1, eerste lid

tweede lid art. 3.1, tweede lid

derde lid art. 3.1, derde lid

 

art. 6, eerste lid art. 2.1

tweede lid in vergunning geregeld

derde lid niet opgenomen, alles moet worden geïnventariseerd

art. 7 art. 10.43 Wet milieubeheer

art. 8, eerste lid art. 8.1 Wet milieubeheer

tweede lid artt. 8.44 en 8.45 Wet milieubeheer

art. 9, eerste lid art. 2.2

tweede lid art. 2.2

 

7. Verhouding met het PCB's-besluit

In het PCB's-besluit is vastgelegd dat het verboden is PCB's te vervaardigen of, al dan niet verwerkt in een preparaat of product, in Nederland in te voeren, toe te passen, voorhanden te hebben of aan een ander ter beschikking te stellen. In dat besluit is vervolgens een aantal uitzonderingen op dit verbod opgenomen. Onder meer is het toegestaan PCB's te gebruiken ten behoeve van wetenschappelijke onderzoek. Voorts is het ingevolge artikel 3 van het PCB-besluit toegestaan PCB's-bevattende transformatoren en condensatoren tot 1 januari 2003 in bedrijf te hebben. Het PCB-besluit bevat geen reinigings- of verwijderingsverplichting. Het besluit geeft wel aan dat het ter beschikking stellen, invoeren in Nederland en voorhanden hebben van PCB's en PCB's-bevattende apparaten nog is toegestaan aan personen die over een toereikende vergunning voor de verwijdering van gevaarlijke afvalstoffen beschikken.

De datum 1 januari 2003, die in het PCB-besluit is vermeld, is als volgt toegelicht. In de periode 1977-1982 is de aanschaf van PCB's-bevattende apparaten vrijwel beëindigd. Gelet op een levensduur van 20 tot 25 jaar, kan worden aangenomen dat vrijwel alle PCB's-bevattende apparaten tegen 2003 buiten gebruik zullen zijn.

Het verbod om PCB's-bevattende apparaten na 1 januari 2003 voorhanden te hebben, impliceert dat de houders van die apparaten ze voor die tijd moeten hebben afgestoten naar verwerkingsbedrijven.

De onderhavige regeling richt zich op de reiniging of verwijdering van PCB's en van PCB's-bevattende apparaten. Naast een verbod op het voorhanden hebben komt er nu expliciet een verplichting tot reiniging of verwijdering van de PCB's en de PCB's-bevattende apparaten. Daarmee worden de categorieën van uitzonderingen in het PCB-besluit in stand gelaten met die restrictie dat ook de uitgezonderde PCB's en PCB's-bevattende apparaten gereinigd of (eventueel) verwijderd moeten worden. Gelet op het feit dat het PARCOM-verdrag een andere einddatum geeft, is het noodzakelijk dat het PCB-besluit wordt gewijzigd. Deze wijziging staat echter los van de onderhavige regeling. Daarbij komt dat het de bedoeling is de voorschriften van de onderhavige regeling te integreren in het PCB-besluit, opdat alle voorschriften met betrekking tot PCB's en PCB's-bevattende apparaten in één besluit zullen zijn terug te vinden. De voorbereidingen voor deze integratie zijn inmiddels gestart.

 

8. Uitvoering en handhaving

De uitvoering van deze regeling is neergelegd bij de regionale inspectie milieuhygiëne. Die inspectie is belast met de handhaving van de Wet milieugevaarlijke stoffen, onder het regime van welke wet deze regeling zal worden mgezet in een algemene maatregel van bestuur. PCB's en PCB's-bevattende apparaten komen hoofdzakelijk nog voor in inrichtingen als bedoeld in de Wet milieubeer. Het ligt dan ook in de lijn der verwachtingen dat de inspectie milieuhygiëne de medewerking zal inroepen van de gemeenten en provincies. Zij zijn als bevoegd gezag voor de verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer dan wel voor het doen van een melding ten behoeve van een inrichting waarop artikel 8.40 van die wet van toepassing is, normaliter op de hoogte of in die inrichtingen PCB's dan wel PCB's-bevattende apparaten aanwezig zijn.

Degene die een bepaling van deze regeling overtreedt, pleegt een strafbaar feit, zijnde een economisch delict als bedoeld in artikel 1a, onder 1o, van de Wet op de economische delicten. De naleving zal worden gehandhaafd door de Inspectie Milieuhygiëne.

 

II. Artikelsgewijs

Artikel 1.1

De definitiebepaling met betrekking tot PCB's is ontleend aan de richtlijn. Strikte implementatie van die bepaling zou tot onduidelijkheid kunnen leiden. Om die reden is aansluiting gezocht bij de gangbare terminologie. Het begrip 'verwijdering' wordt in ons land gebruikt voor het geheel van inzameling, bewaren, overslag, bewerken, verwerken en storten van afvalstoffen. De communautaire regelgeving kent geen woord dat het geheel omvat. Het begrip 'verwijdering' wordt soms wel op deze wijze gebruikt, maar officieel wordt hiermee alleen gedoeld op handelingen die gericht zijn op het vernietigen of storten van het afval. De Europese term 'verwijderen' spoort in essentie met de Nederlandse term 'definitieve verwijdering' of 'eindverwijdering'. Voor de implementatie van de richtlijn kan met de in dit artikel gekozen formulering worden volstaan.

 

Artikel 2.1

Reinigen en verwijderen van PCB's omvat niet het scheiden van PCB's met het oog op het nuttig toepassen van die PCB's. Het betreft hier de definitieve verwijdering of eindverwijdering, alsmede de daarop gerichte reiniging. Dit wordt ook tot uitdrukking gebracht in artikel 3.1.

 

Artikel 2.2

De vervangende vloeistoffen waaraan wordt gerefereerd in onderdeel b zijn normale, uit aardolie geproduceerde oliën, afkomstig van een raffinaderij. Minder risico's houdt in dat deze oliën bij eventuele verbranding geen dioxinevorming geven. PCB's breken namelijk slechter af dan minerale oliën, die geen dioxinevorming geven en dus minder giftig zijn dan PCB's. Bij de vervanging van een PCB's-houdende vloeistof door een andere vloeistof vindt contaminatie plaats met de PCB's die nog in het apparaat zijn achtergebleven. De apparaten dienen zodanig te worden gespoeld dat deze niet meer als PCB's-houdend worden aangemerkt en derhalve niet meer dan een halve miligram per kilogram PCB's bevatten.

 

Artikel 3.1

Indien PCB's van andere stoffen worden gescheiden, kan dat slechts ter vervanging van die PCB's door andere oliën, onder gelijktijdige verwijdering van die PCB's.

 

Artikelen 4.1 en 5.1

In de richtlijn is een gedetailleerde regeling gegeven voor de melding, registratie en aanduiding van de hier bedoelde dPCB's-bevattende apparaten of sterkstroomcondensatoren. Aansluiting is gezocht bij de handhavende taak die de inspectie milieu- hygiëne heeft in het kader van de Wet milieugevaarlijke stoffen. Onder die wet zal deze regeling na omzetting in een algemene maatregel van bestuur vallen.

Of een apparaat PCB's bevat in een concentratie tussen de 0,5 en 50 mg/kg, waarvan in het vierde lid sprake is, zal door de houder van dat apparaat moeten worden aangetoond. Dit kan bijvoorbeeld op basis van productinformatie van de leverancier van het apparaat of aan de hand van de - naar waarheid ingevulde - status van het onderhoud van het betrokken apparaat. Ook kan de overlegging van een onderzoeksrapport van een ter zake deskundige instelling of persoon strekken tot voldoende bewijst.

 

De Minister van Volkshuisvesting,

Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Margaretha de Boer

[1] Opnieuw gepubliceerd: Stb. 1997, 663

[2] p.m. vindplaats

[3] Stb. 1991, 232; laatstelijk gewijzigd: Stb. 1993, 606

 

 


© Uitgeverij Noordhoek BV