Energie uit biomassa vaak de beste optie

De inzet van organisch afval voor energieopwekking is vaak te verkiezen boven andere verwerkingsroutes. De totale milieulast is geringer, zelfs als relatief vuile afvalstromen zoals geverfd afvalhout, papierslib en rioolwaterzuiveringsslib in een kolencentrale worden meegestookt. Dit blijkt uit onderzoek uitgevoerd in opdracht van VROM. De conclusies ontkrachten de protesten van de milieubeweging tegen deze vorm van duurzame energie.

Bericht:

Rubriek:

22 april 1998

Publicaties

Begin dit jaar protesteerde de Brabantse Milieufederatie tegen de bouw van een energiecentrale op dunningshout en resthout in Cuijk. De milieufederatie wil dat hergebruik van het resthout prioriteit krijgt boven verbranding. Tot nu toe wordt het in België verwerkt tot spaanplaat, en volgens de federatie is deze vorm van materiaalhergebruik een betere optie. De milieubeweging heeft zich al eerder kritisch uitgelaten over energiewinning uit biomassa. Zo pleitte Prof. Lucas Reijnders van Natuur en Milieu tijdens de duurzame energieconferentie in november vorig jaar voor een zorgvuldige afweging tussen hergebruik en energiewinning.

Afvalfase

Om voor dit soort situaties duidelijkheid te scheppen heeft Novem aan het Centrum voor energiebesparing en schone technologie opdracht gegeven om de opties verbranden en verwerken tot spaanplaat met een levenscyclusanalyse (LCA) door te rekenen. De conclusie is dat de milieubelasting nauwelijks verschilt. Als verbranding van het resthout de inzet van steenkool verdringt, is energiewinning zelfs een iets betere optie. Verdringt het echter aardgas, dan heeft hergebruik licht de voorkeur.

De uitvoering van de LCA is niet eenvoudig. Zo moet worden bepaald hoe de markt zal reageren als de spaanplaatfabriek geen afvalhout meer krijgt. Spaanplaat uit nieuw hout is aanzienlijk duurder. De onderzoekers verwachten dat men vooral meer gipsplaat zal gebruiken, wat per m2 ongeveer dezelfde prijs heeft. Ook moeten worden geschat hoe de spaanplaat in de afvalfase zal worden verwerkt. Door dit soort aannames zijn de conclusies niet erg hard. Duidelijk is wel dat het principe 'eerst hergebruik dan pas energiewinning' niet altijd opgaat.

Schoon hout

Bij de LCA wordt de hele keten in beschouwing genomen, waaronder de emissies van het transport en de conversie van de biomassa en de diverse milieueffecten van de verwerking van de assen. Met deze systematiek heeft het ministerie van VROM een aantal organische afvalstromen door TNO-MEP laten onderzoeken, die voor energiewinning in aanmerking komen. Ook verschillende conversietechnieken worden daarbij vergeleken. In de studie wordt de milieulast van energiewinning uit de diverse biomassasoorten vergeleken met een referentiesituatie. Deze bestaat uit de milieueffecten van een standaardmanier om het organisch afval te verwerken én de milieulast die ontstaat als dezelfde hoeveelheid energie in een gemiddelde Nederlandse centrale zou zijn opgewekt. Uit het onderzoek blijkt dat bij de schoonste biomassastroom, schoon hout, de totale milieuemissies gunstiger zijn. Dat komt vooral door de vermeden CO2-uitstoot.

Rendement

Een opvallende conclusie van het onderzoek is dat voor relatief vuile biomassasoorten zoals geverfd afvalhout, papierslib en rioolwaterzuiveringsslib meestoken in een kolencentrale een betere oplossing is dan de huidige verwerkingstechnieken. Het leidt weliswaar tot meer emissies tijdens de verbranding, maar de biomassa vervangt ook een hoeveelheid steenkool, en vermijdt daardoor emissies van steenkoolverbranding. Dat is in veel mindere mate het geval als deze afvalstromen in een vuilverbrandingsinstallatie worden verwerkt. Het elektrisch rendement van een vuilverbrandingsinstallatie is veel lager dan dat van een kolencentrale, waardoor er veel minder vermeden emissies zijn.

Natuurlijk zijn er ook afvalstromen die te vuil zijn om in een kolencentrale mee te verbranden, zoals resthout dat is geïmpregneerd met een arseenverbinding. Bij dat afval blijft zorgvuldige verbranding in een vuilverbrandingsinstallatie zonder meer de beste optie.

Het TNO-rapport "Emissievergelijking thermische benutting biomassa" kost f. 100,- en is te bestellen bij TNO-MEP tel. (055) 549 38 80 o.v.v bestelnummer R97/487. Het rapport 'Een afweging van energetische benutting versus materiaalhergebruik van afvalhout' van het Centrum voor energiebesparing en schone technologie kost f. 35,- en is verkrijgbaar bij MHP, tel. (0343) 44 15 85 o.v.v. nummer 9723.

 


© Uitgeverij Noordhoek BV