Nederland vervult voortrekkersrol in bouwrecycling

Duitsland is haar vooraanstaande positie in recycling van bouw- en sloopafval aan het verliezen. Met name de vorderingen in Nederland vormen een voorbeeld voor de rest van Europa. Dit concludeert de BRBS na afloop van het 9e internationale recyclingcongres van de FIR.

Bericht:

Rubriek:

6 mei 1998

Marktinformatie

De internationale Vereniging voor Bouwstofrecycling (FIR), bij monde van haar Nederlandse voorzitter ing. J. Boone, concludeerde dat de recycling van bouw- en sloopafval, ook internationaal gezien, in korte tijd het stadium van volwassenheid heeft bereikt. Door het bewerken van puin en het sorteren van bouw- en sloopafval is de groei van afvalbergen een halt toegeroepen. Bovendien wordt de beschikbaarheid van primaire grondstoffen voor een langere periode veilig gesteld.

De heer F. Keune (voorzitter van BRBS-Sorteren) ging in zijn bijdrage in op de Nederlandse situatie en de perspectieven voor de recyclingsindustrie. De invoering van het bouwstoffenbesluit en het werken volgens de 'asbestzorgvuldigheidsmodule' vormen volgens hem nieuwe kwaliteitsbevorderende maatregelen. Nieuwe toepassingskansen dienen zich aan in de vorm van secundaire grondstof als toeslagstof in beton of als vervanger van beton- en metselzand. Volgens de heer Keunen zal de Nederlandse recyclingsbranche voor bouw- en sloopafval er dan ook al dit jaar in slagen een hergebruik van 90 procent te realiseren. "Vooral de goede samenwerking tussen overheid en brekers en sorteerders van bouw- en sloopafval is aan te wijzen als succesfactor. In de bouwrecycling in het 'groene poldermodel' al gerealiseerd", zo stelt de heer Keunen.

De internationale vereniging FIR richt haar aandacht meer op de Europese Commissie. Vandaar dat de FIR sinds kort naast haar Duitse vestiging ook in Brussel een dependance heeft. "Alleen op deze wijze", aldus Boone, "kunnen wij bereiken dat nieuwe Europese regelingen en plannen de recycling stimuleren." Dat daarbij ook diverse nationale belemmeringen opgeheven moeten worden, kwam tot uitdrukking in de bijdragen van de overige nationale vertegenwoordigers. Net als in Nederland blijken overheden behalve het algemene milieubelang ook zorg te moeten dragen voor de rentabiliteit van stort- en verbrandingsinrichtingen. Recycling blijkt het dan vaak af te moeten leggen tegen de financiële overheidsbelangen, concludeert de BRBS. Bovendien wordt het werken met secundaire grondstoffen gefrustreerd door het uitblijven van een Europese definitie voor 'afval'. Voorzitter Boone zegde dat de FIR zich voor het opheffen van deze belemmeringen sterk te willen maken in Brussel.

De Nederlandse branchevereniging voor recycling van bouw- en sloopafval (BRBS) is een van de leden van de FIR. Tezamen met internationale zusterorganisaties uit Duitsland, Frankrijk, Oostenrijk, Zwitserland, Tsjechië, Italië en Spanje vormt de BRBS een van de steunpilaren van de FIR. In de lidstaten van de FIR zijn ongeveer 55.000 mensen werkzaam in de bouwrecycling en is bijna 65 miljard DM geïnvesteerd..

 


© Uitgeverij Noordhoek BV