Minister De Boer vindt Ecogrind te duur

Het proces van Ecotechniek waar uit baggerslip een zogenaamd ecogrind ontstaat, is volgens de minister van VROM kostentechnisch gezien niet een goed alternatief. Volgens haar berekeningen bestaat er een aanzienlijk prijsverschil tussen de productie van ecogrind en het storten, ook als geen vrijstelling van de afvalstoffenbelasting zou gelden.

Bericht:

Rubriek:

Zie ook:

8 mei 1998

Verwijdering

Verwerking baggerslib nu economisch aanvaardbaar

Het proces van Ecotechniek waar uit baggerslip een zogenaamd ecogrind ontstaat, is volgens de minister van VROM kostentechnisch gezien niet een goed alternatief. Volgens haar berekeningen bestaat er een aanzienlijk prijsverschil tussen de productie van ecogrind en het storten, ook als geen vrijstelling van de afvalstoffenbelasting zou gelden.

Ecotechniek heeft berekend dat het verwerken van baggerspecie in hun installatie qua kosten op hetzelfde niveau ligt als voor het storten in een droge afvalstortplaats. Bovendien zou storten van baggerspecie in een nat depot weliswaar goedkoper zijn, maar dat het verschil beperkt is. De minister van VROM, samen met haar collega's van Verkeer en Waterstaat en Economische zaken, is het daar niet zo mee eens. Ecotechniek biedt de aanbieders van baggerspecie een verwerkingsalternatief voor het storten in droge depots. Maar de minister constateert dat afvalstortplaatsen slechts in zeer beperkte mate gebruikt worden voor het bergen van vrijkomende verontreinigde baggerspecie. Waarschijnlijk is dat deze stortplaatsen minder geschikt zijn voor baggerspecie en dat het storten op deze stortplaatsen nogal kostbaar is, omdat eerst moet worden ontwaterd en ook dat de beschikbare capaciteit van deze depots maar een fractie is van het grote volume aan vrijkomende baggerspecie.

De beperkte beschikbaarheid van goedkope stort- en verwerkingscapaciteit is de oorzaak van de achterstand in het reguliere baggerwerk. Minister De Boer is het daarom met Ecotechniek eens dat hun verwerkingsmethode in financiële zin concurrerend is met het storten op droge afvalstortplaatsen, maar daarmee kan slechts een zeer beperkte bijdrage worden geleverd aan het oplossen van het probleem van het acceptabel verwijderen van verontreinigde baggerspecie.

De tweede conclusie van Ecotechniek dat storten van baggerspecie in een nat depot goedkoper is, maar dat het verschil maar beperkt is, deelt de minister niet, omdat de kostenvergelijking van Ecotechniek op een aantal punten niet realistisch zou zijn. Ecotechniek gebruikt bijvoorbeeld nogal hoge kosten voor nat storten en gaat deels uit van niet bestaande tarieven. Volgens berekeningen door het Advies- en Kenniscentrum Waterbodems van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat is het verwerken van baggerspecie tot 'ecogrind' vijf tot zes maal duurder dan storten en ongeveer twee keer zo duur dan zandscheiden gevolgd door storten van de restfractie, zo voert de minister aan en staaft dit met de volgende gegevens. In de tabel komt de kolom 'slibrijke specie' het meest overeen met de standaard kubieke meter specie zoals door Ecotechniek gebruikt.

Tabel 1. Berekende theoretische kosten in NLG voor behandeling van een kubieke meter baggerspecie

Behandeling

slibrijke specie

matig zandig specie

zandrijke specie

storten (nat)

20

20

20

scheiden/storten(nat)

44

48

67

ecogrind incl. scheiden

104

111

126

Omdat het bij de verwijdering en verwerking van baggerspecie in Nederland om grote hoeveelheden gaat zouden de aangegeven prijsverschillen tussen de verschillende behandelingsmethoden leiden tot grote kostenstijgingen
Ook zijn berekeningen uitgevoerd voor het storten van baggerspecie waarbij rekening is gehouden met de vrijstelling van de afvalstoffenbelasting. Deze tijdelijke vrijstelling voor baggerspecie is verlengd tot 1 januari 2000, uiterlijk 1 januari 2002. Tabel 2 geeft de berekende theoretische kosten voor de behandeling van één kubieke meter baggerspecie, indien geen vrijstelling van afvalstoffenbelasting voor baggerspecie zou gelden. Als basis daarvoor zijn de in tabel 1 gegeven theoretische kosten genomen en een belastingtarief van f. 29,20 per ton.
Tabel 2. Berekende theoretische kosten in NLG voor behandeling van een kubieke meter baggerspecie zonder vrijstelling van afvalstoffenbelasting (tarief f. 29,20 per ton baggerspecie)

Behandeling

slibrijke specie

matig zandig specie

zandrijke specie

storten (nat)

57

60

74

scheiden/storten (nat)

74

74

87

ecogrind(incl. scheiden)

104

111

126

 

Vergelijking van de tabellen 1 en 2 geeft aan dat voor nat storten de kosten met afvalstoffenbelasting toenemen met f. 37,- tot f. 54,- (afhankelijk van het zandgehalte) per kubieke meter baggerspecie. Voor zandscheiding gevolgd door storten van de restfractie nemen de kosten per kubieke meter specie toe met f. 20,- à f. 30,- (afhankelijk van het zandgehalte) per kubieke meter.

Uit tabel 2 is af te leiden dat met belasting het kostenverschil tussen enerzijds het verwerken tot 'ecogrind' (incl. zandscheiden) en anderzijds storten f. 47,- à f. 52,- per kubieke meter wordt. Met belasting wordt het kostenverschil tussen enerzijds het verwerken tot 'ecogrind' (incl. zandscheiden) en anderzijds scheiden gevolgd door storten van de restfractie f. 30,- à f. 39,- (afhankelijk van het zandgehalte) per kubieke meter. Bij deze berekeningen is - evenals bij de berekeningen van Ecotechniek - geen marktwaarde aangehouden voor het uit baggerspecie geproduceerde 'ecogrind', noch voor het door scheiding van de specie verkregen zand.
Uitgaande van een marktwaarde van f. 30,- per ton ('eco') grind zou een kubieke meter baggerspecie na behandeling tot 'ecogrind' ca. f 8,- kunnen opbrengen.
Hoewel bovenstaande berekeningen globaal zijn, geven deze toch voldoende grond voor de conclusie dat er een aanzienlijk verschil in kostprijs bestaat tussen het produceren van 'ecogrind' enerzijds en storten of scheiden gevolgd door storten anderzijds, ook in het geval er voor het storten van baggerspecie geen vrijstelling van afvalstoffenbelasting zou gelden, aldus de minister.


© Uitgeverij Noordhoek BV