Nazorg voormalige stortplaatsen blijkt mee te vallen

Nog maar enkele jaren geleden werd de nazorg van voormalige stortplaatsen als een bij voorbaat hopeloze zaak ervaren. Kostenramingen van 30 tot 50 miljard gingen al snel over tafel, evenals de zwarte piet. Inmiddels zijn de kosten een factor 50 naar beneden bijgesteld, en zijn zelfs geluiden te horen van een 'zelf reinigende werking van de natuur'.

Bericht:

Rubriek:

14 mei 1998

Verwijdering

De oorsprong van die enorme overraming van de kosten ligt in het feit dat in het begin vanuit werd gegaan dat al het voorheen gestorte materiaal weer uitgegraven moest worden en gebracht naar een verwerkingsinstallatie. Dat bleek niet noodzakelijk voor alle voormalige stortplaatsen, en daarmee zakte het bedrag al snel tot ongeveer 700 tot 900 miljoen. Bij de stortplaatsen die overblijven is monitoring wel noodzakelijk. Er is nog grote onzekerheid over het gedrag van gestort materiaal. Bekend is bijvoorbeeld dat verontreinigingen zich binden aan gestort afval, maar daar ook weer uit vrij kunnen komen. De monitoring is een provinciale zorg. De inrichting van die zorg (o.a. het slaan van de peilbuizen) zal ongeveer 50 miljoen gaan bedragen en VROM heeft reeds aangeboden hiervoor te willen opdraaien. De waarnemingskosten zullen dan door de provincie worden betaald en zal ongeveer 25 miljoen per jaar bedragen, over een periode van minimaal 4 jaar.

Symbool voor het stortplaatsspook is wel de inmiddels tot golfterrein omgebouwde Coupépolder in Alphen aan den Rijn. Onlangs werd onder deze voormalige stortplaats van huishoudelijk en chemisch afval metingen aan het grondwater verricht. In plaats van de verwachtte concentraties van vergiftende stoffen, trof men hoge concentraties van micro-organismen aan. De hoge microbiologische activiteit zou kunnen wijzen op het feit dat de natuur op lange termijn toch de beste beheerder blijkt te zijn. Dit moet natuurlijk wel verder worden onderzocht, maar een voorzichtig optimisme is op zijn plaats.

IWACO concludeerde hetzelfde in een onlangs verschenen rapport. Het grondwater onder oude voormalige stortplaatsen in Noord-Brabant is veel minder vervuild dan gedacht. In veel gevallen blijkt er niet of nauwelijks sprake van een risico. Brabant suggereert dat natuurlijke processen in en onder de stort het weglekken van verontreinigende stoffen naar het grondwater voorkomen. Bij een aantal locaties zullen wel maatregelen moeten worden genomen. In opdracht van de Stuurgroep nazorg voormalige stortplaatsen in Noord-Brabant heeft IWACO de risico's onderzocht van bodemverontreiniging op 171 oude voormalige stortplaatsen. Eerder onderzoek uit 1994 had 585 voormalige stortlocaties onderkend, waarvan aan 171 een risico zou zitten. Uit dit onderzoek blijkt dat van de 171 ongeveer 40% toch geen risico vormt en de op de overige locaties geen acute ontoelaatbare risico's zijn te verwachten. De risico's die hier vooral spelen zijn een te dunne (minder dan 1/2 meter) afdeklaag (in 40% van de gevallen), in minder dan 20% het gebruik van het grondwater risico met zich mee zou kunnen brengen, en in slechts 5% van de gevallen blijkt het gebruik van oppervlaktewater risico's met zich mee te brengen.

De risico's voor grondwater en oppervlaktewater zijn gebaseerd op een eenmalige overschrijding van de norm. Maatregelen moeten genomen worden als de norm regelmatig wordt overschreden. Vandaar dat nu periodiek metingen zullen worden verricht en de natuurlijke processen te bekijken. Dit laatste is belangrijk, omdat meer inzicht in de biologische en chemische processen in en onder de stortplaats een forse besparing op de nazorg tot gevolg zou kunnen hebben.

Voor de inrichting van de grondwatermonitoring wordt in Noord-Brabant nog dit jaar ongeveer 8 miljoen geïnvesteerd. De jaarlijkse kosten voor de monitoring wordt begroot op 2,5 miljoen. De uitvoering van de tijdelijke maatregelen zal tussen de 16 en de 31 miljoen gaan kosten.

 


© Uitgeverij Noordhoek BV