Verwerking baggerslib nu economisch aanvaardbaar

Verwerking van zwaar verontreinigde baggerspecie via het Ecogrind-proces is nu op een aanvaardbaar kostenniveau gekomen. Het ligt weliswaar iets hoger dan voor gewoon storten, maar het milieurendement moet nu de balans voor de techniek laten doorslaan. Ecogrind is een door Ecotechniek ontwikkeld proces dat sterk verontreinigde baggerspecie immobiliseert. Na behandeling blijft een korrelvormig keramisch materiaal over, dat conform het bouwstoffenbesluit kan worden toegepast als secundaire grondstof. Alleen moet de overheid die keuze voor milieurendement ook nog willen maken.

Artikel:

Rubriek:

Auteur:

15 mei 1998

Verwijdering

Ing. J.M. Gubbens senior project manager Ecotechniek
tel. 0346-557.700

Inhoud:

Fictief voorbeeld

Vergelijking van de twee methoden

Het proces

Zie ook:

Minister De Boer vindt Ecogrind te duur

Het definitieve beleid voor de verwerking van baggerspecie zal vastgelegd worden in de vierde Beleidsnota Waterhuishouding die nu door het Ministerie van Verkeer en Waterstaat wordt opgesteld. In het concept van deze nota wordt geen rekening gehouden met de mogelijkheden van hoogwaardige verwerkingsmethoden voor zwaar verontreinigde baggerspecie. Hoogwaardige technieken zijn alle andere technieken dan huidige toegepaste zandafscheiding en het storten van de verontreinigde slibfractie. Maar de Minister staat in toenemende mate onder druk om een beleid te formuleren waarin deze hoogwaardige verwerkingstechnieken wel zijn opgenomen. Er is namelijk een groeiend verzet van onder andere lokale overheden en milieugroeperingen tegen het aanleggen van baggerspeciedepots voor zwaar verontreinigde baggerspecie.

De argumentatie om de hoogwaardige technieken nog niet in het beleid op te nemen is dat deze nog te duur zouden zijn. Daardoor zouden de saneringen van waterbodems onbetaalbaar worden. Maar die mening krijgt steeds minder onderbouwing als een goede vergelijking wordt gemaakt van de kosten. Zo blijkt dat Ecogrind (geproduceerd in een installatie met een verwerkingscapaciteit van ongeveer 100.000 ton droge stof per jaar) niet meer hoeft te kosten dan een laagwaardige techniek gevolgd door storten van de meest verontreinigde fractie.

Verwerkingstechniek
(incl. zandafscheiding)

Verwerkingstarief *
(standaard m3 natte baggerspecie)

Ecogrind
Verglazen
Storten Slufter
Storten Ketelmeer
Storten (droog)

f. 99,-
f. 105,-
f. 52,-
f. 59,-
f. 95,-

Verwerkingstarieven van twee hoogwaardige technieken (Ecogrind en verglazen) tegenover storten op verschillende locaties.

*) De genoemde prijzen zijn inclusief zandafscheiding en gebaseerd op gegevens uit de markt van het POSW. Door de sterk wisselende samenstelling van de baggerspecie kunnen de prijzen in de praktijk iets afwijken. De gebruikte storttarieven zijn exclusief de aanlegkosten ofwel de investeringskosten en de kosten voor nazorg. Worden deze kosten wel meegenomen, dan is het storttarief aanzienlijk hoger. Tevens moet worden opgemerkt dat de zogenaamde afvalstoffenbelasting voor het storten van baggerspecie nog niet van toepassing is. Als dit in de toekomst wel wordt ingevoerd, dan wordt het tarief met f. 29,- per ton verhoogd. Dat is per kuub f. 35,40.

Vanzelfsprekend moet altijd een afweging worden gemaakt tussen de werkelijke kosten en het milieurendement dat kan worden behaald. Uit de afweging die hier wordt gemaakt voor een fictieve waterbodemsanering waarbij een miljoen kubieke meter baggerspecie vrijkomt, blijkt dat een hoogwaardige verwerking de voorkeur behoort te krijgen.

Fictief voorbeeld

Uitgangspunt is dat de natte kuub baggerspecie bestaat uit 70% water en 30% vaste delen. Dit is een gemiddelde waarde uit de praktijk voor 'zandrijk' slib. De vaste delen bestaan voor 60% uit klasse 3 specie (matig verontreinigd) en voor 40% uit klasse 4 specie (sterk verontreinigd). Van de klasse 4 specie heeft gemiddeld 50% vervolgens een zo hoge concentratie aan verontreinigde componenten zowel organische (zoals pak's) als anorganische (zoals zware metalen) dat er sprake is van gevaarlijk afval.

Vergelijking van de twee methoden

De hoeveelheid verontreinigde baggerspecie kan op twee manieren worden verwerkt.

1. Zandafscheiding gevolgd door storten van de slibfractie (laagwaardige verwerkingstechniek). Dit heeft als positief milieurendement dat verspreiding van verontreinigingen wordt voorkomen. Nadelig is dat de verontreinigingen blijven bestaan, waardoor continue monitoren en regelmatig onderhoud noodzakelijk zijn, ook als de stortplaats buitengebruik is gesteld. Het risico blijft bestaan dat een deel van de verontreinigingen in de toekomst alsnog in het milieu terechtkomt.

2. Zandafscheiding gevolgd door storten van de minder verontreinigde slibfractie en de verwerking van de sterk verontreinigde slibfractie tot Ecogrind (hoogwaardige techniek). Het positief milieurendement is dat slechts minder sterk verontreinigd materaal wordt gestort, terwijl het zeer sterk verontreinigde deel wordt verwerkt tot kunstgrind (Ecogrind). Dit grind kan nuttig worden toegepast en heeft zelfs een positieve waarde in de markt. Een andere milieuwinst is te behalen, doordat door de toepassing van kunstgrind, natuurlijk grind vervangt. De nadelige gevolgen van de winning van natuurgrind nemen daarmee ook af.

 

Een miljoen kubieke meter baggerspecie heeft een gewicht van 1,2 miljoen ton. Dit geeft dan de volgende onderverdeling:

  • 840 kton water
  • 216 kton klasse 3 slib (oorspronkelijk 600.000 m3 baggerspecie)
  • 72 kton klasse 4 slib (oorspronkelijk 200.000 m3 baggerspecie)
  • 72 kton gevaarlijk afval (oorspronkelijk 200.000 m3 baggerspecie)

Projectkosten met laagwaardige verwerkingstechniek

 

Projectkosten met laagwaardige verwerkingstechniek
*) stortkosten voor een grootschalig depot, inclusief afschrijving op investering en nazorg.

Projectkosten met hoogwaardige verwerkingstechniek:

Stortkosten exclusief afvalstoffenbelasting

1.000.000 m3 x f. 45,-* = f. 45.000.000,-

(600.000+200.000) m3 x f. 45,- = f. 36.000.000,-
200.000 m3 x f. 99,- = f. 19.800.000,-
TOTAAL = f. 55.800.000,-

Stortkosten inclusief afvalstoffenbelasting

1.000.000 m3 x f. 80,40*= f. 80.400.00,-

(600.000+200.000) m3 x f. 80,40 = f. 64.320.000,-
200.000 m3 x f. 99,- = f. 19.800.000,-
TOTAAL = f. 84.120.000,-

Uit de tabel volgt dat in vergelijking met het laagste storttarief, de projectkosten met 20% toenemen indien Ecogrind als verwerkingstechniek word toegepast. Dit verschil zal naar verwachting steeds kleiner worden. De stortkosten voor nieuw aan te leggen depots zullen immers hoger zijn dan de huidige. Verder is het ook te verwachten dat de huidige stortkosten zullen stijgen als hierin ook klasse 4 specie gestort mag worden. Bovendien zullen de verwerkingskosten voor het Ecogrind-proces afnemen, als grotere hoeveelheden kunnen worden verwerkt.

Daar komt ook nog bij dat op korte termijn de verwerkingskosten zullen afnemen door de opbrengst van de verkoop van het Ecogrind. Deze verkoop is nog niet in de prijs verwerkt. Met die afzet worden geen problemen verwacht. Er moet op dit moment nog een keuze worden gemaakt tussen twee toepassingsmogelijkheden: in asfaltbeton of beton. Ook kan er gekozen worden voor betonwaren, zoals stoeptegels die dan een stuk lichter kunnen worden gemaakt, omdat Ecogrind lichter is dan natuurlijk grind.

Voor de lange termijn kunnen de verwerkingskosten afnemen door het vergroten van de capaciteit van de installatie en het meeverwerken van andere afvalstoffen die extra inkomsten kunnen geven. Dit kunnen bijvoorbeeld vliegassen, residuen van natte grondreiniging en industriële slibben zijn.

Het proces

Het immobilisatiemechanisme van Ecogrind berust op het feit dat metaaloxiden zich bij hoge temperatuur in het kristalrooster van zand nestelen. Dit mechanisme wordt ook wel occlusie (afsluiting) van metalen genoemd. Omdat de immobilisatie op macromoleculair niveau plaatsvindt, blijven de zware metalen zelfs bij verpulvering geïmmobiliseerd.

Het proces van Ecogrind bestaat uit een aantal stappen. Eerst vindt zeving en mechanisch drogen door zeefbandpersen plaats. Vervolgens vindt opslag in grondvakken plaats als buffering. Verschillende partijen en andere afvalstromen worden met elkaar vermengd, gevolgd door een thermische droogstap met stoom uit de naverbrander. De volgende stap is het pelleteren, waarbij de korrels worden vormgegeven, gevolgd door het nadrogen met warme lucht dat afkomstig is uit de koeltrommel voor het koelen van de hete Ecogrind na het sinteren. Dan vindt wederom een buffering plaats, waarna de thermische behandeling plaatsvindt, bestaande uit oxideren, het verbranden van organische verontreinigingen en het oxideren van de zware metalen, gevolgd door het sinteren bij ongeveer 1200 C, waar de vastlegging van de geoxideerde zware metalen plaatsvindt.

Koelen van Ecogrind is de volgende stap, waarbij de vrijkomende warmte wordt gebruikt voor het nadrogen van de gevormde pellets. De geproduceerde gassen worden gezuiverd door een naverbrander, gevolgd door de stoomketel, gaswassers en filters.

Het nadeel van het Ecogrind-proces is dat het energie kost. Voor het oxideren bezit de baggerspecie zelf voldoende energie om deze stap te doorlopen. Voor het sinteren is echter wel toevoer van energie nodig. Op dit moment wordt onderzocht of alternatieve brandstof kan worden gebruikt.

Het wachten is nu op de definitieve versie van de vierde Nota Waterhuishouding. Indien hierin ruimte wordt gecreëerd voor hoogwaardige toepassingen kan Nederland definitief verlost worden van een deel van haar grootste afvalstromen: sterk verontreinigde baggerspecie.

 


© Uitgeverij Noordhoek BV