Overijssel en Noord-Holland positief over eigen milieubeleid

De kwaliteit van water en milieu is de laatste jaren in Overijssel verbeterd, maar er is nog veel te doen. Die conclusie wordt getrokken door het college van Gedeputeerde Staten uit de Milieu- en waterverkenning die in haar opdracht is uitgevoerd. Gedeputeerde Staten van Noord-Holland stellen vast dat tweederde van de provinciale milieudoelstellingen in de afgelopen jaren zijn gehaald.

Bericht:

Rubriek:

17 juni 1998

Beleid en uitvoering

In het rapport van de provincie Overijssel wordt de verbinding gelegd tussen de inspanningen van de provincie en de provinciale regelgeving en de resultaten die daaruit volgen. De belangrijkste conclusies zijn dat de afvalberg blijft groeien, maar dat de doelstellingen voor afvalscheiding worden gehaald. Ook is er voldoende capaciteit om het huishoudelijk afval te verwerken. Maar op het terrein van bedrijfsafval en gevaarlijk afval valt nog veel te doen en te verbeteren. Ook heeft de verwerking van bouw- en sloopafval een achterstand en zal de komende jaren de verwerkingscapaciteit hiervoor moeten worden vergroot.

Verzuring blijft het belangrijkste probleem voor Overijssel, hoewel de situatie het laatste decennium aanzienlijk is verbeterd. Het gaat echter goed met de bodemsanering. Over 25 jaar verwacht men de bodem schoon te hebben; dit was over 80 jaar. Het oppervlaktewater is weliswaar schoner geworden, maar is nog lang niet schoon genoeg.

Noord-Holland stelt vast dat bij de afvalverwijdering steeds meer sprake is van marktwerking als gevolg van het geleidelijk openstellen van de provinciale provinciegrenzen. Van de totale hoeveelheid herbruikbaar afval is in de periode 1995-1997 ruim 75% hergebruik gerealiseerd. Daarmee wordt de doelstelling voor het jaar 2000 (67%) ruim overtroffen. Door de toename van het aantal afvalverbrandingsinstallaties hoeft steeds minder te worden gestort. Alleen baggerspecie dat niet kan worden hergebruikt vormt een knelpunt. Gedeputeerde Staten wil daarom samen met andere provincies komen tot een gemeenschappelijke benutting van de bergingscapaciteit.

 


© Uitgeverij Noordhoek BV