Bericht:

Rubriek:

2 oktober 1998

Wet- & regelgeving

Pronk ondertekent VN-verdrag voor handel in gevaarlijke stoffen

Op 11 september is in Rotterdam een VN-Verdrag door 65 landen ondertekend dat de handel in gevaarlijke stoffen beter moet regelen. Minister Pronk van VROM was voor deze gelegenheid gastheer en bovendien voorzitter van de conferentie, die aan de ondertekening van het verdrag vooraf ging.

De groei van de productie, de handel en het gebruik voor velerlei doeleinden van chemische stoffen vanaf de jaren zestig leidde tot toenemende zorg over schadelijke effecten voor gezondheid en milieu. De producerende landen in het Noorden (EU, VS, etc.) hebben, door schade en schande wijs geworden, de nodige wetgeving en infrastructuur opgebouwd. Omdat die in ontwikkelingslanden, waarheen steeds meer chemicaliën werden geëxporteerd, nagenoeg geheel ontbraken, hebben enige landen (waaronder Nederland) procedures vastgesteld om ontwikkelingslanden te informeren over de risico's van gevaarlijke stoffen. Nederland via de Wet milieugevaarlijke stoffen (1986)

De EU kent een Verordening inzake in- en uitvoer van bepaalde gevaarlijke stoffen (nr. 2455/92), incl. een voorafgaande geïnformeerde toestemmingsprocedure (1992). Hiermee is het onderwerp voor de EU-landen direct bindend geregeld voor de handel naar zogenaamde "derde landen".

De andere (wereldwijd) bestaande regelingen zijn echter vrijwillige procedures, die weliswaar als nuttig zijn ervaren, maar de internationale gemeenschap besloot in Rio de Janeiro in 1992 dat er een bindende mondiale regeling moest komen.

Via Agenda 21 is er overeenstemming dat er een VN-Verdrag moet komen dat internationale regels stelt aan handel in milieugevaarlijke stoffen, in het bijzonder aan uitwisseling van informatie tussen exporterende en importerende landen en aan een zogenaamde. "prior informed consent"-procedure (i.e. een stof die in land van uitvoer niet of bijna niet mag worden gebruikt, mag slechts worden uitgevoerd als land van invoer daarmee instemt ("consent") na eerst nadere gegevens te hebben ontvangen ("prior informed").

Het verdrag zal in werking treden op de negentigste dag nadat vijftig staten hebben geratificeerd. Gezien het relatief grote aantal landen (65), dat in Rotterdam het Verdrag ondertekende wordt algemeen aangenomen dat het Verdrag in de loop van 2000 in werking zal treden.

Toekomstige gevolgen

Als gevolg van het verdrag zullen de voorbereidingen worden gestart voor een ander verdrag waarmee de productie, gebruik en emissie van bepaalde zeer vervuilende stoffen moet worden beëindigd. . Het streven is dat in ieder geval een twaalf- à vijftiental stoffen, zoals DDT, aldrin, dieldrin, PCB's, dioxinen onder dat verdrag vallen. 


© Uitgeverij Noordhoek BV