Bericht:

Rubriek:

Zie ook:

12 oktober 1998

Beleid & uitvoering

Pronk heeft koudwater vrees marktwerking

Afvalbeheer teleurgesteld in Pronk

Noord- en Zuid- Nederland waarschuwen voor chaos in afvalland

Het afvaloverleg in Noord- en Zuid-Nederland hebben aan Minister Pronk gevraag de provinciegrenzen voor afval nog even dicht te houden. Doordat zij veel hogere tarieven berekenen dan de andere provincies, zijn ze bang dat zij zich daarmee uit de markt prijzen en dat de exploitatie van stortplaatsen en andere verwerkingsinrichtingen onrendabel worden.

Zeven provincies, verenigd in het noordelijk en zuidelijk afvaloverlegorgaan (NAO en RAOZ) hebben in een brief aan Minister Pronk hun bezorgdheid geuit over de toekomst van de afvalverwerking. Er bestaan nog steeds te grote verschillen in de tarieven, zowel voor het verbranden als voor het storten. Daarom is de marktpositie van de verschillende eindverwerkingsinrichtingen niet gelijk. In het noorden en het zuiden liggen de tarieven aanmerkelijk hoger. De provincies zijn met name bezorgd over het wegvallen van het verbod op provinciegrensoverschrijdend afvaltransport dat gepland staat voor 1 januari. Als de provinciegrenzen opengaan, krijgen zij minder afval aangeboden. De RAOZ spreekt zelfs van een ophanden zijnde chaos. 'Afval wordt niet aangeleverd op de locatie die daarvoor gepland is en eigenaren van de inrichtingen vaak samenwerkingsverbanden van gemeenten lopen onnodige en ongewenste risico's. Daarom willen de provincies, die tot de komst van de nieuwe Wet milieubeheer in 2001 verantwoordelijk zijn voor voldoende verwerkingscapaciteit, dat de huidige overgangssituatie goed geregeld wordt.

Het effect van de tariefverschillen zou nu al te bespeuren zijn in de verschuiving van het restant van bouw- en sloopafval. Bouw- en sloopafval mag voor hergebruik vrij de (provincie)grenzen over, het restant wordt dan na bewerking gestort. Uit de afvalregistratie (van het AOO) blijkt dat het storten van dit afval op enkele stortplaatsen enorm toeneemt, terwijl op andere het juist afneemt. Dit toont volgens de provincies aan dat de bedrijfsmatige belangen van afzonderlijke inrichtingen belangrijker worden dan het gezamenlijk belang van een goede afvalverwerking. Het RAOZ vreest daarom dat dit een voorbode is voor wat er met de 1,3 miljoen ton overschot aan brandbaar afval in 1999 kan gebeuren, wanneer dit niet meer door de provinciegrenzen beperkt wordt. Zonder deze beperking zal er een slag om afval ontbranden, die tot een negatieve prijsspiraal leidt, meent het RAOZ. Gemeenten lopen daarbij, als eigenaar/initiatiefnemer van stortplaatsen en gebonden gebruikers van verbrandingsinrichtingen, het grootste risico.

De provincies hebben in een overleg met de minister op 5 februari al gepleit voor een sturend tariefinstrument. Verder zouden de inkomsten van de milieubelasting op afval gebruikt moeten worden om de knelpunten in de afvalsector tegen te gaan. Op die manier kan de ongelijkheid in de marktpositie van de verschillende inrichtingen worden tegengegaan. Tot die tijd is het gebruiken van de provinciegrenzen in de Provinciale milieuverordening het enige beschikbaar instrument om chaos te voorkomen, aldus RAOZ. 


© Uitgeverij Noordhoek BV