Bericht:

Rubriek:

27 november 1998

Verwijdering

Ook Pronk vindt Ecogrind te duur

Naar aanleiding van een rapport van een ambtelijke werkgroep concludeert minister Pronk evenals zijn voorganger mevrouw de Boer dat het verwerkingsproces voor baggerspecies tot kunstgrind te duur is.

Een ambtelijke werkgroep van het ministerie van VROM, IPO en Ecotechniek heeft een kostenvergelijking gemaakt voor verschillende bestemmingen van verontreinigde baggerspecie. De Tweede Kamer heeft regelmatig om deze vergelijking gevraagd (zie Minister De Boer vindt Ecogrind te duur). Volgens Minister Pronk wijken de resultaten van deze kostenvergelijking niet noemenswaardig af van de eerdere berekening van VROM. Hij concludeert dat de verwerking van verontreinigde baggerspecie tot kunst('eco')grind of kunstbasalt vergeleken met storten in grootschalige baggerspeciestortplaatsen een factor 4 tot 13 hoger is. Bijna hetzelfde verschil treedt op als de baggerspecie wordt verwerkt door natuurlijke zandscheiding in een bekken gevolgd door storten van de resterende slibfractie. In vergelijking tot het storten van de slibfractie voorafgegaan door het mechanisch zandafscheiden is de kostprijs van kunstgrind/basalt een factor 2 tot 5 hoger. Wel is voor de vergelijking de 3e Merwedehaven buiten beschouwing gelaten, omdat volgens de minister deze stortplaats niet voor deze specifieke afvalstroom bestemd is en daardoor veel hogere tarieven berekend dan specifieke baggerspeciestortplaatsen.

Voor baggerspecie die wordt gestort geldt tot uiterlijk 1 januari 2002 een vrijstelling van afvalstoffenbelasting. Zonder deze vrijstelling zou de kostprijs van de productie van kunstgrind/basalt een factor 1,3 tot 2 duurder zijn dan storten of mechanische zandscheiding en 1,8 tot 3 keer duurder dan natuurlijke zandscheiding.

 

 


© Uitgeverij Noordhoek BV