Bericht:

Rubriek:

16 juni 1999

Beleid & uitvoering

Dioxines

Dioxines en afval blijven in de publieke opinie nog steeds onlosmakelijk verbonden. Zeker nu de voedingsmiddelenindustrie opgeschrikt wordt door te hoge concentraties aan dioxine in kippen en andere producten.

De bron van de besmetting wordt bij vetverwerkende bedrijven die slachtafvallen opwaarderen tot veevoer. Kritiek is vooral ontstaan op de keten, waarbij slachtafval wederom wordt gebruik als veevoer. Doordat de vetoplosbare dioxines zich in het vet ophopen kunnen op deze manier steeds hogere concentraties ontstaan. Maar ook in andere afvalsectoren zit de schrik voor dioxine er goed in. Dioxine kwam jaren geleden in het nieuws toen bleek dat de koeien die graasden rond de NV Huisvuilcentrale N-H een te hoog gehalte aan dioxines hadden. Ook de melk die de koeien produceerden had een te hoog gehalte. Reden waarom de Huisvuilcentrale meteen na de ophef met de kippen liet weten dat de emissies ook in 1998 geen invloed heeft gehad op de agrarische gewassen en koemelk in de omgeving. Sinds 1991 is de Huisvuilcentrale een biomonitoringsonderzoek gestart. Daaruit blijkt dat de waarden in de koemelk ver onder het landelijk gemiddelde zijn.
Dat bij de overheid met het woord dioxine ook alle alarmbellen gaan rinkelen mag wel duidelijk zijn. Minister Pronk greep een algemeen overleg met de Tweede Kamer dan ook meteen aan om duidelijk te maken dat hij meteen de verkoop van mogelijk vervuild gft had verboden. Er waren berichten verschenen dat gft uit BelgiŽ mogelijk verontreinigd zou zijn met dioxines. De afzet van de gft werd geblokkeerd om de partijen nader te onderzoeken. Het RIVM zal het onderzoek uitvoeren en binnen enkele weken rapporteren.


© Uitgeverij Noordhoek BV