Bericht: Rubriek: |
1 juli 1999 | |
De kosten voor het storten van brandbaar afval moeten omhoog worden gebracht om op
hetzelfde niveau te komen als de tarieven voor verbranden. Nu nog lopen de tarieven
bijzonder uiteen. Zo wordt door de VVAV aangegeven dat het gemiddelde voor verbranden ligt
tussen de 176 en 183 gulden per ton, terwijl het hoogste tarief voor de VAM 260 gulden is.
Ook storten loopt sterk uiteen: van 95 gulden in de Randstad tot 250 gulden per ton in
Brabant.
Het gelijktrekken van de tarieven voor storten en verbranden is een voorwaarde voor het
openstellen van de provinciegrenzen voor brandbaar afval. De minister wil daarom de
belasting op storten van brandbaar afval omhoog brengen met 100 gulden. Een voorstel
daarvoor wordt opgenomen in de zogenaamde vergroeningsbrief. De vergroeningsbrief is een
voorstel van Staatsecretaris Vermeend van Financiën om via belastingmaatregelen
milieustimulerende maatregelen door te voeren. Het gaat om een pakket van maatregelen,
waarvan de verhoging van de het storttarief een onderdeel is. Voorgesteld wordt om de
verhoging van 100 gulden per ton in twee termijnen in te voeren. Direct wordt een
belasting geheven van 75 gulden per ton. In de tweede termijn zou dit met 25 gulden kunnen
worden verhoogd. Als de verhoging van 75 gulden voldoende zou zijn, dan zou de tweede
termijn achterwege kunnen blijven, aldus de minister. De vergroeningsbrief zal
waarschijnlijk deze zomer naar de Tweede Kamer worden gestuurd. Als de Tweede Kamer bij de
behandeling in het najaar instemt met de belastingmaatregel, dan kunnen de slagbomen
rondom de provincies worden verwijderd.
Het verwijt aan minister Pronk dat hij voor de afvalsector slecht toegankelijk zou zijn werd door hem ontkent. "Ik heb nog nooit een sector meegemaakt die mij met zoveel brieven en telefoontjes bestookt. De meeste daarvan beantwoord ik zelf. Bovendien heb ik mij uitvoerig geïnformeerd, ben regelmatig op bedrijfsbezoek geweest en heb ook nauwlettend naar wethouders en gedeputeerden geluisterd. Het is echter onmogelijk het iedereen naar de zin te maken. Het zou slecht bestuur zijn als het opengaan van de provinciegrenzen nu wordt uitgesteld, terwijl wel aan alle voorwaarden is voldaan." De minister onderkent echter wel dat er problemen zijn, vooral met betrekking tot de nazorg van stortplaatsen. "Er zullen problemen komen, maar ik denk dat de sector die zelf kan oplossen. Zouden er echter onoverkoombare problemen ontstaan, dan ben ik bereid een extra vangnet daarvoor te vormen. Ik wil niet specifiek zijn over wat dat precies zal zijn. De sector moet zelf zorgen voor het eerste vangnet, en zij heeft daar ook voorstellen voor gedaan. Politiek wil ik nu alleen het signaal geven dat als die inspanning onvoldoende zou blijken te zijn, er aanvullende oplossingen mogelijk zijn".
Het beleid blijft ongewijzigd: het eerste doel is preventie en hergebruik van afval, storten moet zoveel mogelijk worden teruggedrongen. Dat betekent volgens de minister dat al het brandbaar afval ook moet worden verbrand. Dat nu nog brandbaar afval wordt gestort, meer dan de oorspronkelijke bedoeling was, is slechts tijdelijk. "Iedereen die het lange termijnbeleid baseert op het storten van brandbaar afval, is fout bezig. Het beleid is er op gericht het brandbaar afval te verbranden met het hoogst mogelijke nuttige resultaat. Dat betekent ook dat er een moratorium is op de afvalverbrandingsinstallaties (AVI's) met een laag rendement." Het eerder genomen besluit om geen nieuwe AVI's van het huidige type te bouwen, of bestaande uit te breiden wordt daarmee nogmaals bekrachtigd. Het gaat alleen om installaties met een relatief laag energetisch rendement, specifiek genoemd de roosterovens. De minister denkt echter wel dat er uitbreiding van de verbrandingscapaciteit moet komen in de vorm van installaties met een hoog energetisch rendement. AVI's met een dergelijk hoog rendement vallen dan niet onder het moratorium. Hij wil zelfs investeringen in dergelijke installaties gaan stimuleren.
Om de doelstellingen in het milieubeleid te bereiken, hanteert de minister vier
instrumenten. Ten eerste het gelijkschakelen van de tarieven voor storten en verbranden,
dan het openstellen van de provincie grenzen voor brandbaar afval, dan die voor
niet-brandbaar afval en als laatste pas het openstellen van de landsgrenzen. Het
openstellen van de provinciegrenzen voor niet-brandbaar afval zal niet op korte termijn
plaatsvinden. Dit is vooral afhankelijk van het landelijk stortplan, en dat is nog niet
klaar. "Maar", zo zegt de minister, "het openstellen van de
provinciegrenzen voor niet-brandbaar afval is geen doel op zichzelf." Het
niet-brandbare afval speelt een belangrijke rol in de nazorg van stortplaatsen. Met dit
afval wordt nu een aantal stortplaatsen volgereden. De grenzen kunnen pas vervallen als er
een wederkerig systeem van garanties is met betrekking tot de nazorg. Minister Pronk ziet
daarin zeker een taak van de rijksoverheid. Hij ziet zich mede verantwoordelijk om de
sector zowel milieuhygiënisch als financieel gezond te houden.
Export van afval ziet de minister de eerste tijd nog niet zitten. In die discussie komt
altijd de vraag op wat nu afval voor nuttige toepassing (dat wel geëxporteerd mag worden)
en wat afval voor eindverwerking is. Hoewel de Europese Commissie daarover al wel
voorstellen in ontwikkeling heeft, is nog niets besloten. Vandaar dat Nederland een aantal
eigen regels heeft ontwikkeld. "Eindverwerking gebeurt in een installatie die
daarvoor speciaal is ontwikkeld, en alleen hoog calorisch afval valt daarbuiten",
aldus de minister. Een AVI beschouwt hij als een vorm van definitieve verwijdering. Hij
zei de Tweede Kamer overigens wel toe een onderzoek te zullen initiëren naar de
verschillen van een AVI en een hoogwaardige AVI.
De minister blijkt niet erg gevoelig voor de argumentatie van de provincie Limburg
tegen de verhoging van de belasting op storten. Limburg protesteerde hiertegen omdat de
geplande AVI in die provincie uiteindelijk niet is doorgegaan. Daarom moet het brandbaar
afval over grote afstand naar de AZN in Moerdijk worden getransporteerd om daar te worden
verbrand. VVD-woordvoerder Klein Molekamp wees op de milieutechnisch gelijkwaardige
verbrandingsmogelijkheden in Aken. Het transport is slecht voor het milieu en brengt
onnodig hoge kosten met zich mee. Hij stelde voor om binnen een Eurregio het afval ook
over de nationale grenzen heen te verbranden. "Ik hou niet zo van dergelijke
uitzonderingen", zo was de reactie van minister Pronk. Hij ziet het transport van
afval over de grens alleen zitten als er sprake is van een crisissituatie. Met zijn
Vlaamse collega heeft hij daar al overeenstemming over. Bovendien is de minister niet
overtuigd van de oorzaak van de kostenverschillen. "Er zijn kostenverschillen
gebleken, maar - nu ben ik voorzichtig - dat kan volgens mij niet het gevolg van het
transport zijn." Met brandbaar afval wordt in Nederland flink rondgereden. Het afval
van Noord-Holland gaat naar Drenthe, evenals dat van een deel van Zuid-Holland en Utrecht.
In de Randstad zijn echter voldoende verbrandingsinstallaties. Bovendien, zo vroeg mevrouw
Augusteijn zich af, waarom helemaal naar Moerdijk als Nijmegen toch veel dichterbij is.
Het antwoord daarop kwam niet van de minister, maar hij gaf wel aan dit te gaan
onderzoeken. Hij wil op korte termijn weten waarom de kosten voor Limburg zo hoog zijn.
Toch moet de oorzaak waarom men helemaal naar Moerdijk rijdt een bron van zorg zijn voor
de linkse fracties in de kamer. Immers, AVL vormt een onderdeel van de PNEM-Mega-groep,
dat weer een belang van 80 procent heeft in de AZN in Moerdijk.
Minister Pronk wil in dit onderzoek ook de verevening betrekken. In de praktijk komt dat
er op neer dat het voor de prijs niet veel uitmaakt waar je met je afval naar toe gaat.
Dit zou het verwerken van afval dichtbij de bron stimuleren en transporten tot een minimum
beperken. De minister voelt daar echter niet veel voor, omdat dat in de afvalsector te
snel tot speculatie zou leiden. Wel vindt hij dat transportpreventie een belangrijke rol
moet gaan spelen in het beleid.