Bericht:

Rubriek:

1 juli 1999

Wet- & regelgeving

Belasting op storten wordt verhoogd met 100 gulden

In een algemeen overleg met de Tweede Kamer heeft minister Pronk aangekondigd de belasting op het storten van brandbaar afval met 100 gulden te verhogen. Dit najaar moet dit al zijn beslag krijgen en dan kunnen de provinciegrenzen per 1 januari 2000 opengaan. Zou op termijn blijken dat voor een aantal van de te verwachten knelpunten geen oplossing gevonden kan worden, dan is hij bereid financieel bij te springen.

Hoe waardeert u dit artikel?


1. Niet interessant; ik ben niet verder dan regel 2 gekomen
2. Aardig; maar ik wist alles al
3. Informatief; ik wist ervan, maar toch nieuws
4. Goed; ik ben weer helemaal op de hoogte
5. Uitstekend; ik mail het meteen naar mijn collega

Heeft u opmerkingen of suggesties ? (als u wilt dat wij contact opnemen geef dan uw e-mail of telefoonnummer)


het vesturen van dit bericht duurt enkele seconden voordat u antwoord krijgt

De kosten voor het storten van brandbaar afval moeten omhoog worden gebracht om op hetzelfde niveau te komen als de tarieven voor verbranden. Nu nog lopen de tarieven bijzonder uiteen. Zo wordt door de VVAV aangegeven dat het gemiddelde voor verbranden ligt tussen de 176 en 183 gulden per ton, terwijl het hoogste tarief voor de VAM 260 gulden is. Ook storten loopt sterk uiteen: van 95 gulden in de Randstad tot 250 gulden per ton in Brabant.
Het gelijktrekken van de tarieven voor storten en verbranden is een voorwaarde voor het openstellen van de provinciegrenzen voor brandbaar afval. De minister wil daarom de belasting op storten van brandbaar afval omhoog brengen met 100 gulden. Een voorstel daarvoor wordt opgenomen in de zogenaamde vergroeningsbrief. De vergroeningsbrief is een voorstel van Staatsecretaris Vermeend van FinanciŽn om via belastingmaatregelen milieustimulerende maatregelen door te voeren. Het gaat om een pakket van maatregelen, waarvan de verhoging van de het storttarief een onderdeel is. Voorgesteld wordt om de verhoging van 100 gulden per ton in twee termijnen in te voeren. Direct wordt een belasting geheven van 75 gulden per ton. In de tweede termijn zou dit met 25 gulden kunnen worden verhoogd. Als de verhoging van 75 gulden voldoende zou zijn, dan zou de tweede termijn achterwege kunnen blijven, aldus de minister. De vergroeningsbrief zal waarschijnlijk deze zomer naar de Tweede Kamer worden gestuurd. Als de Tweede Kamer bij de behandeling in het najaar instemt met de belastingmaatregel, dan kunnen de slagbomen rondom de provincies worden verwijderd.

De zak met geld

Het verwijt aan minister Pronk dat hij voor de afvalsector slecht toegankelijk zou zijn werd door hem ontkent. "Ik heb nog nooit een sector meegemaakt die mij met zoveel brieven en telefoontjes bestookt. De meeste daarvan beantwoord ik zelf. Bovendien heb ik mij uitvoerig geÔnformeerd, ben regelmatig op bedrijfsbezoek geweest en heb ook nauwlettend naar wethouders en gedeputeerden geluisterd. Het is echter onmogelijk het iedereen naar de zin te maken. Het zou slecht bestuur zijn als het opengaan van de provinciegrenzen nu wordt uitgesteld, terwijl wel aan alle voorwaarden is voldaan." De minister onderkent echter wel dat er problemen zijn, vooral met betrekking tot de nazorg van stortplaatsen. "Er zullen problemen komen, maar ik denk dat de sector die zelf kan oplossen. Zouden er echter onoverkoombare problemen ontstaan, dan ben ik bereid een extra vangnet daarvoor te vormen. Ik wil niet specifiek zijn over wat dat precies zal zijn. De sector moet zelf zorgen voor het eerste vangnet, en zij heeft daar ook voorstellen voor gedaan. Politiek wil ik nu alleen het signaal geven dat als die inspanning onvoldoende zou blijken te zijn, er aanvullende oplossingen mogelijk zijn".

Nieuwe AVI's alleen met hoog energierendement

Het beleid blijft ongewijzigd: het eerste doel is preventie en hergebruik van afval, storten moet zoveel mogelijk worden teruggedrongen. Dat betekent volgens de minister dat al het brandbaar afval ook moet worden verbrand. Dat nu nog brandbaar afval wordt gestort, meer dan de oorspronkelijke bedoeling was, is slechts tijdelijk. "Iedereen die het lange termijnbeleid baseert op het storten van brandbaar afval, is fout bezig. Het beleid is er op gericht het brandbaar afval te verbranden met het hoogst mogelijke nuttige resultaat. Dat betekent ook dat er een moratorium is op de afvalverbrandingsinstallaties (AVI's) met een laag rendement." Het eerder genomen besluit om geen nieuwe AVI's van het huidige type te bouwen, of bestaande uit te breiden wordt daarmee nogmaals bekrachtigd. Het gaat alleen om installaties met een relatief laag energetisch rendement, specifiek genoemd de roosterovens. De minister denkt echter wel dat er uitbreiding van de verbrandingscapaciteit moet komen in de vorm van installaties met een hoog energetisch rendement. AVI's met een dergelijk hoog rendement vallen dan niet onder het moratorium. Hij wil zelfs investeringen in dergelijke installaties gaan stimuleren.

Niet-brandbaar afval

Om de doelstellingen in het milieubeleid te bereiken, hanteert de minister vier instrumenten. Ten eerste het gelijkschakelen van de tarieven voor storten en verbranden, dan het openstellen van de provincie grenzen voor brandbaar afval, dan die voor niet-brandbaar afval en als laatste pas het openstellen van de landsgrenzen. Het openstellen van de provinciegrenzen voor niet-brandbaar afval zal niet op korte termijn plaatsvinden. Dit is vooral afhankelijk van het landelijk stortplan, en dat is nog niet klaar. "Maar", zo zegt de minister, "het openstellen van de provinciegrenzen voor niet-brandbaar afval is geen doel op zichzelf." Het niet-brandbare afval speelt een belangrijke rol in de nazorg van stortplaatsen. Met dit afval wordt nu een aantal stortplaatsen volgereden. De grenzen kunnen pas vervallen als er een wederkerig systeem van garanties is met betrekking tot de nazorg. Minister Pronk ziet daarin zeker een taak van de rijksoverheid. Hij ziet zich mede verantwoordelijk om de sector zowel milieuhygiŽnisch als financieel gezond te houden.
Export van afval ziet de minister de eerste tijd nog niet zitten. In die discussie komt altijd de vraag op wat nu afval voor nuttige toepassing (dat wel geŽxporteerd mag worden) en wat afval voor eindverwerking is. Hoewel de Europese Commissie daarover al wel voorstellen in ontwikkeling heeft, is nog niets besloten. Vandaar dat Nederland een aantal eigen regels heeft ontwikkeld. "Eindverwerking gebeurt in een installatie die daarvoor speciaal is ontwikkeld, en alleen hoog calorisch afval valt daarbuiten", aldus de minister. Een AVI beschouwt hij als een vorm van definitieve verwijdering. Hij zei de Tweede Kamer overigens wel toe een onderzoek te zullen initiŽren naar de verschillen van een AVI en een hoogwaardige AVI.

Onderzoek naar situatie in Limburg

De minister blijkt niet erg gevoelig voor de argumentatie van de provincie Limburg tegen de verhoging van de belasting op storten. Limburg protesteerde hiertegen omdat de geplande AVI in die provincie uiteindelijk niet is doorgegaan. Daarom moet het brandbaar afval over grote afstand naar de AZN in Moerdijk worden getransporteerd om daar te worden verbrand. VVD-woordvoerder Klein Molekamp wees op de milieutechnisch gelijkwaardige verbrandingsmogelijkheden in Aken. Het transport is slecht voor het milieu en brengt onnodig hoge kosten met zich mee. Hij stelde voor om binnen een Eurregio het afval ook over de nationale grenzen heen te verbranden. "Ik hou niet zo van dergelijke uitzonderingen", zo was de reactie van minister Pronk. Hij ziet het transport van afval over de grens alleen zitten als er sprake is van een crisissituatie. Met zijn Vlaamse collega heeft hij daar al overeenstemming over. Bovendien is de minister niet overtuigd van de oorzaak van de kostenverschillen. "Er zijn kostenverschillen gebleken, maar - nu ben ik voorzichtig - dat kan volgens mij niet het gevolg van het transport zijn." Met brandbaar afval wordt in Nederland flink rondgereden. Het afval van Noord-Holland gaat naar Drenthe, evenals dat van een deel van Zuid-Holland en Utrecht. In de Randstad zijn echter voldoende verbrandingsinstallaties. Bovendien, zo vroeg mevrouw Augusteijn zich af, waarom helemaal naar Moerdijk als Nijmegen toch veel dichterbij is. Het antwoord daarop kwam niet van de minister, maar hij gaf wel aan dit te gaan onderzoeken. Hij wil op korte termijn weten waarom de kosten voor Limburg zo hoog zijn. Toch moet de oorzaak waarom men helemaal naar Moerdijk rijdt een bron van zorg zijn voor de linkse fracties in de kamer. Immers, AVL vormt een onderdeel van de PNEM-Mega-groep, dat weer een belang van 80 procent heeft in de AZN in Moerdijk.
Minister Pronk wil in dit onderzoek ook de verevening betrekken. In de praktijk komt dat er op neer dat het voor de prijs niet veel uitmaakt waar je met je afval naar toe gaat. Dit zou het verwerken van afval dichtbij de bron stimuleren en transporten tot een minimum beperken. De minister voelt daar echter niet veel voor, omdat dat in de afvalsector te snel tot speculatie zou leiden. Wel vindt hij dat transportpreventie een belangrijke rol moet gaan spelen in het beleid.


© Uitgeverij Noordhoek BV