Bericht: Rubriek: |
21 september 1999 | |
Het Milieubeleid zal geen schokkende veranderingen ondergaan. Duurzaamheid staat
voorop, en onomkeerbare processen moeten daarom worden vermeden. Economie en milieu moeten
daarbij ontkoppeld worden. Dat wil zeggen dat economische groei niet vertaald mag worden
in een toenemende druk op het milieu. Behalve voor broeikasgassen is die ontkoppeling de
laatste jaren redelijk gelukt. Nu veel milieudoelstellingen gehaald zijn of zullen worden,
wordt het volgende probleem zichtbaar. De goedkope maatregelen voor het milieu zijn
genomen, maar de duurdere blijven over. Een deze laatste zijn ook nodig. Vandaar dat het
komende milieubeleid veel invloed kan hebben op de concurrentiepositie. De vergroening van
het belastingstelsel, zoals dat onlangs is voorgesteld, zal aanmerkelijke invloed op het
milieubeleid hebben. Doelstelling van de belastingherziening 2001 is immers dat
werkgelegenheid wordt gestimuleerd, en dat de lasten op activiteiten die het
milieubelasten extra worden ebzwaard. Vandaar dat arbeid goedkoper wordt
(inkomstenbelasting gaat omlaag) en de directe belastingen gaan omhoog, zoals het
BTW-tarief. Ook de milieuheffingen zullen stijgen.
Hoofdthema's voor de komende tijd blijven het klimaat, energiebesparing, duurzaambouwen en
mest & ammoniak. Nieuwere thema's zijn die voor de land- en tuinbouw, vooral de
herstructurering van de land- en tuinbouwsector, de implementatie van de nitraatrichtlijn
en de stimulering van biologische landbouw. Ook hoger op de agenda is biodiversiteit,
genetisch gemodificeerde organismen en biotechnologie komen te staan. In het komend jaar
zal het beleid daarvoor vormgegeven moeten worden.
Voor de afvalsector worden in de voornemens geen andere concrete maatregelen genoemd dan
de reeds bekende als het opengaan van de provinciegrenzen en de verhoging van de
afvalstoffenbelasting. In de begroting zijn geen middelen gereserveerd voor de sector voor
speciale investeringsimpulsen. Wel van belang is het voornemen dat voor de uitvoering van
het beleid de verantwoordelijkheid niet uitsluiten bij de overheid zal komen te liggen.
Men wil het bedrijfsleven daarbij betrekken door het meer oprichten van publiek-private
samenwerking en het nog meet toepassen van convenanten. Opvallend is het accent op de
handhaving. In 2000 zullen de inspectes van het ministerie van VROM nauwer gaan
samenwerken en dit moet op termijn uitmonden in een fusie. Bovendien wordt begin 2000 het
Milieu Inlichtingen- en Opsporingsteam (MIOT) opgericht. Het MIOT is een
samenwerkingsverband van de Inspectie met de Dienst recherche zaken en de
Accountantsdienst. Het zal bestaan uit zo'n 25 medewerkets van VROM die snel kunnen
optreden wanneer er sprake is van mogelijke ernstige risico's. De afvalsector is een van
de belangrijkste speerpunten van het team. Voor de toekomst denkt Pronk aan een
internationale milieupolitie, want de afvalstromen worden steeds internationaler.