Artikel:

Rubriek:

Auteur:

Inhoud:

18 augustus 2000

Jurisprudentie

B.J.M. Veldhoven

Afvalstof of brandstof

MilieuhygiŽne niet relevant

Gemiste kans

Europees Hof kijkt niet naar milieugevolgen afvalstof

Het Europese Hof van Justitie heeft onlangs een arrest gewezen waarin zij bepaalt wanneer sprake is van een afvalstof. Hierin werd jammer genoeg de milieuhygiŽnische verwerking van de stof niet als criterium gehanteerd. De uitspraak heeft in afvalstoffenland tot grote teleurstelling geleid.

In het arrest van het Hof van Justitie staat de vraag centraal wanneer sprake is van een "afvalstof" en wanneer sprake is van een "grondstof". Deze begrippen worden in de Europese regelgeving regelmatig gebruikt, terwijl het niet altijd duidelijk is welke betekenis daaraan gegeven wordt. De casus die in het arrest van het Hof speelde is een goed voorbeeld van het grijze gebied tussen grondstof en afvalstof.

Afvalstof of brandstof
ARCO Chemie Nederland verzocht de minister van VROM om toestemming voor de uitvoer naar BelgiŽ van 15.000.000 kilo LUWA-bottoms. LUWA-bottoms zijn een residu van het door ARCO toegepaste productieproces. Ze worden gebruikt als brandstof in de cementindustrie. Hoewel ARCO van mening was dat het hier geen afvalstoffen betreft, verzocht zij voor de zekerheid toch om toestemming. VROM verklaarde dat zij geen bezwaar maakte tegen de voorgenomen uitvoer, maar bestempelde de stoffen wŤl als afvalstoffen. Derhalve maakte ARCO bezwaar tegen dit besluit. De zaak werd vervolgens voorgelegd aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling verwees de zaak door naar het Hof van Justitie met de vraag of de inzet van de LUWA-bottoms als brandstof, zonder nadere bewerking en op milieuhygiŽnische wijze, aangemerkt kon worden als afvalstof in de zin van de Europese richtlijn. De richtlijn omschrijft het begrip afvalstof (artikel 1) als elke stof die waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen. De LUWA-bottoms kunnen aangemerkt worden als een stof die behoort tot de categorie waarover artikel 1 spreekt. De vraag was dus of de inzet van deze LUWA-bottoms als brandstof, zonder nadere bewerking en op milieuhygiŽnische wijze, kon worden aangemerkt als het zich ontdoen van een stof.

MilieuhygiŽne niet relevant
Het antwoord van het Hof luidde in de eerste plaats dat het niet relevant is voor de kwalificatie als afvalstof dat de LUWA-bottoms op milieuhygiŽnische verantwoorde wijze en zonder ingrijpende bewerking nuttig kunnen worden toegepast als brandstof. Met andere woorden: een milieuhygiŽnische verantwoorde bewerking van een stof, die niet ingrijpend is, kan er nog steeds toe leiden dat deze stof gekwalificeerd wordt als afvalstof.
Vervolgens legde het Hof de criteria vast die wel relevant zijn voor het bepalen of sprake is van een afvalstof. Deze maatstaven zijn zeer algemeen van aard: de specifieke omstandigheden van het geval, de doelstelling van de richtlijn en de doeltreffendheid ervan zijn relevant voor de identificatie van een afvalstof. Het Hof geeft enkele voorbeelden van deze omstandigheden, zoals de omstandigheid dat een als brandstof gebruikte stof het residu is van een productieproces van een andere stof, dat die stof voor geen enkel ander gebruik dan verwijdering in aanmerking kan komen, dat de stof zich qua samenstelling niet leent voor het gebruik dat ervan wordt gemaakt of dat voor dat gebruik bijzondere voorzorgsmaatregelen voor het milieu moeten worden getroffen. Het Hof laat in het midden welke criteria in dit geval van toepassing zijn.
Het feit dat de LUWA-bottoms niet waren bedoeld om als brandstof te dienen, maar productieresidu zijn en dat zij als brandstof ingezet worden in plaats van een reguliere brandstof, is een factor die doet vermoeden dat er sprake is van een afvalstof.

Gemiste kans
Het Hof vindt de wijze van toepassing dus geen relevant criterium voor de beoordeling van stoffen. Dat betekent dat een stof als de LUWA-bottoms, die op een milieuhygiŽnische verantwoorde wijze en zonder ingrijpende bewerking nuttig kunnen worden toegepast, nog steeds afvalstof kan zijn. Daarmee legt het Hof de nadruk op het residu-karakter van een stof in plaats van dat zij kijkt naar de gevaren die de stof teweeg kan brengen voor mens en milieu. De uitleg van het Hof focust puur op de strekking van de richtlijn die een veilige verwerking van afvalstoffen voor mens en milieu wil bewerkstelligen. Op deze manier echter vallen alle residuen onder de werking van de richtlijn.
Hiermee heeft het Hof een kans gemist om het begrip te beperken ten behoeve van een vereenvoudiging van de afvalstoffenregelgeving en -markt.

Mr. B.J.M. Veldhoven
is advocaat en gespecialiseerd in milieurecht bij Steins Bisschop Meijburg & Co.
Postbus 74600, 1070 DE Amsterdam.
Telefoon (020) 656 17 77


© Uitgeverij Noordhoek BV