Artikel:

Rubriek:

Auteur:

Inhoud:

20 juni 1997

Jurisprudentie

B.J.M. Veldhoven

Merkwaardig
Eenmalige activiteit
Ingewikkeld
Promotie

Stortverbod van toepassing?

Ditmaal spreekt Mr. Veldhoven zijn verbazing uit over een voorlopige uitspraak in een schorsingszaak over sloot- en bermmaaisel dat ter ophoging van een weiland zou dienen. Hoewel er sprake was van nuttig gebruik, besliste de Raad van State dat het een afvalstof betrof die onder het Stortverbod valt.

Op 28 oktober 1996 deed de Raad van State uitspraak in een schorsingszaak over sloot- en bermmaaisel. Het ging om een besluit van Gedeputeerde Staten van Friesland, tot afwijzing van een verzoek om een weiland te mogen ophogen met 40.000 m3 hekkelmateriaal (slootmaaisel) vermengd met bermgras. Het schorsingsverzoek werd afgewezen. Dit is een voorlopige uitspraak, de bodemzaak volgt nog.

Merkwaardig

In de eerste plaats kwam de vraag of het een afvalstof betrof, aan de orde. De gedupeerde vond van niet, de gedeputeerde van wel. Ik neem aan dat het maaisel ander ophoogmateriaal verving en een nuttige functie had, dus geen afvalstof was. De voorzitter van de raad vond echter dat het materiaal terecht als afvalstof was aangemerkt. Hij hanteerde daarbij een merkwaardige redenering. Hij vond dat het maaisel normaal gesproken zou worden gecomposteerd of naar een stortplaats zou moeten worden afgevoerd. Daarom was het maaisel aan te merken als materiaal dat in de maatschappij een negatieve waarde heeft. Ik vind dit vreemd.
Uit de behandeling van de zaak kwam verder naar voren dat het bermgras wellicht verontreinigd was, zoals met fosfaat. Fosfaat zou ik niet te snel een verontreiniging willen noemen, omdat er veel fosfaat in de landbouw wordt gebruikt. Uit de uitspraak blijkt echter niet of er tijdens de behandeling expertise over tafel is gegaan over de mate van verontreiniging en de gevolgen daarvan.

Eenmalige activiteit

De tweede vraag was: kon voor deze activiteit een vergunning worden verleend? Vergunningen worden verleend aan inrichtingen. De vóórvraag, of er van een inrichting sprake was, werd echter niet beantwoord. Een inrichting is een plaats met een bepaalde bedrijfsmatige en regelmatige bedrijvigheid binnen een bepaalde grens. Dit weiland was mijns inziens geen inrichting als het ging om een eenmalige activiteit.
De derde vraag was of er een vergunning kon worden verleend, gesteld dat het om een inrichting ging. Ik heb niet goed kunnen begrijpen waarom de vergunning niet verleend kon worden. Het argument van uitspoeling van de fosfaat naar de bodem was niet echt onderzocht. Andere argumenten ontleend aan de Wet milieubeheer werden niet gebruikt. De discussie werd namelijk verlegd naar het Besluit Stortverbod afvalstoffen.

Ingewikkeld

De raad oordeelde dat een vergunning niet verleend kon worden omdat sinds 1 oktober 1995 het Besluit Stortverbod afvalstoffen het storten van plantsoen- of groenafval verbiedt. Dit oordeel roept vragen op. Bij nadere bestudering, aarzel ik of het stortverbod hier wel gold. Het Besluit Stortverbod afvalstoffen geldt in beginsel voor het storten binnen inrichtingen. Dat zijn locaties waarvoor een milieubeheervergunning vereist is. Dit perceel was echter geen inrichting. Nu geldt het stortverbod echter óók (buiten inrichtingen) voor het op de bodem brengen van afvalstoffen in zogenaamde ‘werken’.
Nu wordt het ingewikkeld. De raad oordeelde dat er in dit geval sprake was van het storten in ‘werken’, omdat het ophogen van het weiland als een werk kon worden aangemerkt. Nu verwijst het Besluit Stortverbod afvalstoffen voor wat betreft ‘werken’ naar ‘werken’ zoals bedoeld in het Inrichtingen- en Vergunningenbesluit Wet milieubeheer. Daar wordt weer verwezen naar inrichtingen voor het opslaan van afvalstoffen. Dus lijkt het verbod alleen te gelden voor ‘werken/inrichtingen’ en niet voor ‘werken/niet-inrichtingen’, zoals dit weiland.
Dan is het bovendien de vraag wat eigenlijk wordt bedoeld met ‘werken'. Blijkens de wetsgeschiedenis gaat het met name om geluidswallen, erfverhardingen en dergelijke waarin afvalstoffen als 'opvulmateriaal' worden gebruikt. Ook gaat het om ‘werken’ in de grond-, weg- of waterbouw. Daarbij is vast niet bedoeld het ophogen van land-bouwgronden. Nergens is in de toelichting op het besluit daarover iets te vinden. Begrijpt u het nog? Ik allang niet meer.

Promotie

Naar aanleiding van deze uitspraak heb ik de stellige indruk dat dit stuk wetgeving verre van helder is. Het is zeer de vraag of zo'n strak verbod wel dienstig is voor de toepassingsmogelijkheden van het maaisel. De strijd om promotie van nuttige toepassing zal ook in deze sector verder gestreden moeten worden. Het zal niet de laatste keer zijn dat het maaisel in het nieuws komt. We zullen met belangstelling de afloop van de bodemzaak afwachten.

Mr B.J.M. Veldhoven
is advocaat en gespecialiseerd in milieurecht met name op het gebied van afvalstoffen.
Postbus 85852, 2508 CN Den Haag
telefoon (070) 365 23 00

e-mail: secretariaat@veldhovenadv.nl

 


© Uitgeverij Noordhoek BV