Artikel:

Rubriek:

Auteur:

Inhoud:

22 augustus 1997

Jurisprudentie

B.J.M. Veldhoven

Hoger beroep
Voorzorgsmaatregelen
Verwijt
Waarschuwing

Afvaltransporteurs opgepast!

Op 28 januari 1997 deed het Hof Leeuwarden een uitspraak over de volgende zaak. Een transportbedrijf haalt een container met bouw- en sloopafval op van een bouwplaats. De container is vanzelfsprekend op verzoek van de aannemer leeg op het werk geplaatst. Buiten aanwezigheid van de transporteur is de container gevuld met afvalstoffen.

De transporteur komt in beeld zodra de container vol is. Daarbij controleert hij het afval visueel op verontreiniging. Bij het aanbieden aan de stortplaats wordt andermaal de gevulde container (aan de bovenzijde) gecontroleerd. Bij het vervolgens uitrijden van de container op de stortplaats, waarbij de container wordt geleegd, wordt andermaal gecontroleerd. Bij die gelegenheid blijkt dat zich tussen het bouwafval gevaarlijk afval bevindt, namelijk lege emmers met verf en lijmresten.

Hoger beroep

De transporteur wordt geverbaliseerd en vervolgd wegens overtreding van artikel 10.3 lid 2 van de Wet milieubeheer. Dit artikel bepaalt dat het een ieder verboden is in de uitoefening van zijn bedrijf om afvalstoffen in te zamelen en onder meer te storten als daardoor, naar men weet of redelijkerwijs had moeten weten, nadelige gevolgen voor het milieu ontstaan of kunnen ontstaan.
Omdat de transporteur in eerste aanleg door de economische politierechter was veroordeeld en de transporteur het daarmee niet eens was, zocht hij zijn heil in hoger beroep. Het hof komt weliswaar tot een andere motivering, doch handhaaft de strafbaarheid van de verdachte en veroordeelt andermaal. Deze uitspraak is zeer merkwaardig.

Voorzorgsmaatregelen

De transporteur had omstandig aan het hof uiteen gezet welke voorzorgsmaatregelen hij had genomen. Allereerst had de transporteur een schriftelijke garantie gekregen van de aannemer/ontdoener dat zich in de container geen gevaarlijk afval bevond. Voorts stond er op het werk een aparte container voor gevaarlijk afval. Alvorens de container op te laden had de transporteur globaal aan de bovenzijde steekproefsgewijs gecontroleerd. Hij kon uiteraard niet de container omkeren en gaan napluizen! Vervolgens was de container naar de stortplaats gereden waarna eenzelfde controle plaatsvond, samen met de houder van de stortinrichting. Daarna was de container uitgereden en geleegd. Op dat moment kon worden geconstateerd dat zich gevaarlijk afvalstoffen in de container bevonden. De transporteur had daarop vanuit de stortplaats de aannemer ter verantwoording geroepen. De aannemer moest de emmers met lijmen verfresten verwijderen van de stortplaats en is, voor zover bekend, vervolgd wegens het onbevoegd afgeven van gevaarlijk afval aan een niet-vergunninghouder. De aannemer is daarover een schikking aangegaan met het Openbaar Ministerie.

Verwijt

De transporteur meende alles gedaan te hebben wat redelijkerwijs van hem verwacht mocht worden om te voldoen aan de zorgvuldigheidsnorm die is vastgelegd in artikel 10.3 Wet milieubeheer. Het hof komt echter tot een ander oordeel. Volgens het hof kunnen de getroffen maatregelen niet tot de conclusie leiden dat verdachte geen verwijt kan worden gemaakt ten aanzien van het aanwezig zijn van gevaarlijke afvalstoffen. Het hof motiveert echter niet in welk opzicht de verdachte nog een verwijt zou kunnen worden gemaakt. Het hof laat de transporteur vertwijfeld achter met de vraag wat hij dan nog meer had moeten doen dan hij reeds heeft gedaan om niet verwijtbaar te handelen. Tegen de uitspraak is cassatie ingesteld vanwege dit motiveringsgebrek.

Waarschuwing

Transporteurs wees gewaarschuwd! Indien de uitspraak van het Hof in stand blijft dan ontstaat de zeer ongewenste situatie dat er een soort risico-aansprakelijkheid bij de transporteurs komt te liggen. Deze houdt in dat de transporteur voor de inhoud van containers steeds verantwoordelijk is, ongeacht de vraag of het wel haalbaar is om deze volledig te inspecteren. Het Hof had hier geen oor naar. Ik moet aannemen dat de Hoge Raad hier anders gaat oordelen.

Zie voor vervolg het artikel " Het kort geding een moordwapen" van 6 maart 1998.

Mr B.J.M. Veldhoven
is advocaat en gespecialiseerd in milieurecht met name op het gebied van afvalstoffen.
Postbus 85852, 2508 CN Den Haag
telefoon (070) 365 23 00

e-mail: secretariaat@veldhovenadv.nl

 


© Uitgeverij Noordhoek BV