Artikel:

Rubriek:

Auteur:

Inhoud:

19 september 1997

Jurisprudentie

B.J.M. Veldhoven

Afvalstoffenbegrip
Zich ontdoen van

Europese Hof zet liberalisering recycling een stap terug

Het Europese Hof van Justitie hanteert nog steeds het eerder ingenomen standpunt dat het begrip 'afvalstof' ruim moet worden geïnterpreteerd. Ook afvalstoffen met een positieve economische waarde blijven daardoor afvalstoffen. Nederland stelt zich veel soepeler op, maar zou daarom wel eens niet in overeenstemming met de richtlijnen kunnen handelen.

Op 25 juni 1997 deed het Europese Hof van Justitie te Luxemburg een opvallende uitspraak in de zogenaamde Tombesi-zaak over het Europese afvalstoffenbegrip in de Europese Richtlijn 75/442. Twee Italiaanse rechtbanken hadden het Europese Hof gevraagd om aan te geven in welke gevallen industrieel afval als afval zou moeten worden gekwalificeerd, en wanneer niet.
Het Europese Hof had zich al in 1990 over dit onderwerp uitgelaten, in een andere Italiaanse zaak (Zanetti, C359/88). Toen werd overwogen dat voor de uitleg van het begrip afvalstof niet van belang is of een stof geschikt is voor hergebruik of voor nuttige toepassing.
Wanneer iemand een stof onder zich heeft en hergebruik of nuttige toepassing beoogt, sluit dat niet uit dat het toch om een afvalstof kan gaan. Ook afvalstoffen met een positieve econo-mische waarde blijven in beginsel afvalstoffen. Het Hof hanteerde dus een ruime uitleg voor het afvalstoffenbegrip.
Met de uitspraak in de Tombesi-zaak heeft het Hof de eerder ingeslagen weg niet verlaten. Het stelt voorop dat het afvalstoffenbegrip moet worden geïnterpreteerd in het licht van het doel om een hoog niveau van milieubescherming te bereiken.

Ruim afvalstoffenbegrip

In antwoord op de gestelde vragen overwoog het Hof dat onder het afvalstoffenbegrip (in de zin van artikel 1 van Richtlijn 75/442) ook stoffen en voorwerpen vallen die vatbaar zijn voor economisch hergebruik ook als de stoffen voorwerp zijn van een commerciële transactie.
Dat het Europese Hof uitgaat van een ruim afvalstoffenbegrip wordt verklaard in Richtlijn 75/442 en Verordening 259/93 (mede gelet op de bijlagen). Hierin wordt uitgegaan van het principe dat afvalstoffen zowel gerecycled als verwijderd kunnen worden en dus ook alle nuttige toepassingshandelingen die in de bijlagen genoemd worden, steeds afvalstoffen betreffen.
De Nederlandse overheid, gevolgd door de Nederlandse rechtspraak, lijkt daarentegen van een veel beperkter afvalbegrip uit te gaan. Wanneer in Nederland afvalstoffen worden afgegeven aan iemand, die de afvalstoffen zonder nadere bewerking toepast en daarmee zonder milieuhygiënisch ontoelaatbare gevolgen een toepasbaar product maakt, vallen de stoffen niet meer onder het afvalstoffenbegrip.
De praktijk zal moeten uitmaken of de Nederlandse overheid en rechtspraak het afvalstoffen-begrip nader zal afstemmen op deze uitspraak.

Zich ontdoen van

Afval is overigens in de Afvalstoffen Richtlijn gedefinieerd als 'elke stof of voorwerp beho-rende tot de in de bijlage I genoemde categorie waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen.'
De Nederlandse overheid onderzoekt voor de vraag of er sprake is van 'zich ontdoen van', (onder andere) de herkomst van de stoffen, de bedoelingen en de wil van de producent en de kwaliteitsgaranties. Als de wil van de ontdoener is gericht op het produceren van een product en er vinden geen typische afvalbewerkingshandelingen plaats, zal er niet snel meer sprake zijn van afval. Is daarentegen sprake van een stof waar men van af wil of moet, dan lijkt eerder sprake te zijn van afval.
Advocaat-Generaal Jacobs noemde de benadering van de Nederlandse overheid - die, door te onderzoeken of de stof is afgegeven voor hergebruik, onderscheid maakt tussen normale goederen en afval - niet in overeenstemming met de Richtlijn.
In de Richtlijn wordt echter nergens aangegeven wat onder 'zich ontdoen van' wordt verstaan. Een definitie ontbreekt. Advocaat-Generaal Jacobs is van mening dat deze term niet slechts geldt voor verwijderen, maar ook voor nuttige toepassing. Pas als de begrippen nuttige toepassing en verwijderen beter zijn gedefinieerd ten opzichte van 'gewone toepassing', zijn grenzen te trekken tussen afvalstof en niet-afvalstof.
Wanneer het Europees Hof dit advies zou hebben gevolgd zou het zeer de vraag zijn geweest of het begrip 'zich ontdoen van' nog enige betekenis heeft. De uitleg van het Hof betekent een stap terug: van een liberale opstelling om meer recyclingsactiviteiten uit de afvalstoffen te halen, is voorlopig nog geen sprake.

Mr B.J.M. Veldhoven
is advocaat en gespecialiseerd in milieurecht met name op het gebied van afvalstoffen.
Postbus 85852, 2508 CN Den Haag
telefoon (070) 365 23 00

e-mail: secretariaat@veldhovenadv.nl

 


© Uitgeverij Noordhoek BV