Artikel:

Rubriek:

Auteur:

Inhoud:

17 oktober 1997

Jurisprudentie

B.J.M. Veldhoven

Ballastkolen is afvalstof

Misleiding

Handelen in strijd met EVOA is misleidend

In de zogenaamde ballastkolen-zaak heeft nu ook het Hof te Den Haag geoordeeld, dat de scheepslading van vervuild kolengruis wel degelijk afval is. Maar de burgerrechter ging nog iets verder. Het uitvoeren van verboden stoffen is onrechtmatig, als de vervoerder misleidt wordt in de opdracht.

Op 28 januari heeft het Hof in Den Haag in hoger beroep uitspraak gedaan in de kwestie van de ballastkolen naar aanleiding van een uitspraak van de Rotterdamse President van de rechtbank. Een Rotterdams overslagbedrijf had morsgoed dat in de loop van de jaren was achtergebleven tijdens laad-, los- en overslagactivi-teiten op haar terrein verzameld en als "ballastkolen" verscheept met bestemming Rusland. Die activiteiten betrof de overslag van kolen, ertsen en andere mineralen. Het materiaal kon - volgens het overslagbedrijf - als brandstof van nut zijn vanwege de calorische waarde. De Russische reder ontdekte na belading dat de ballastkolen in feite afvalstoffen waren en vrees-de dat, bij gebrek aan de juiste papieren, de lading bij aankomst in de bestemmingshaven niet aanvaard en gelost zou kunnen worden.
Het Russische bedrijf spande een kort geding aan tegen de ontdoener en beriep zich op artikel 16 van de Europese Verordening 259/93 (EVOA). De eigenaar van het Russische schip verweet het Rotterdamse bedrijf onrechtmatig te handelen, doordat zij haar letterlijk had 'opgescheept' met een lading die was omschreven als ballastkolen, maar in feite een afvalstof bleek te zijn. Voor nuttige toepassing bestemde stoffen naar Rusland geldt een absoluut verbod, omdat Rusland geen Baselconventie en/of OESO-land is. Gevorderd werd dat de lading werd teruggenomen.
De President van de Rechtbank wees de vordering toe. Het Rotterdamse bedrijf ging in hoger beroep. Niet om de lossing ongedaan te maken, maar uitsluitend om te laten oordelen of de President op goede gronden had beslist.

Ballastkolen is afvalstof

Of de "ballastkolen" nu afvalstoffen waren in de zin van de EVOA overwoog het Hof dat deze slechts voor een beperkt deel (28%) bestaan uit kolengruis en verder uit zand, puin en water. Als gevolg van deze samenstelling, in combinatie met de oorsprong van het materiaal, de zeer beperkte nuttige gebruiksmogelijkheden en de negatieve economische waarde dienden , uitgaande van wat naar maatschappelijke opvatting als afvalstof moet worden aangemerkt, de stoffen als afvalstof onder de EVOA te worden aangemerkt. Daarbij speelde nog mee dat het Rotterdamse bedrijf gedurende reeds lange tijd in eigen land geen bestemming ervoor had kunnen vinden. Het feit dat het materiaal nuttig gebruikt kan worden, ontneemt niet het karakter van afvalstof in de zin van Richtlijn 75/442.
Het Hof overwoog verder dat het beladen door het Rotterdamse bedrijf van de "Dmitriy Donskoy" met -onder de bewust verhullende benaming "ballastkolen" - verkochte en ver-scheepte afvalstof onrechtmatig was jegens de Russische reder Moermansk. Het Rotterdamse bedrijf wilde zich immers ontdoen van de stoffen met bestemming St. Petersburg, waarvan het Rotterdamse bedrijf had moeten weten dat uitvoer van die afvalstof daarheen verboden was. Daarmee werd op misleidende wijze het risico van de verwijdering - in brede zin - van de afvalstof op de scheepseigenaar afgewenteld. De President, aldus het Hof, heeft met recht dit risico weer gelegd waar het thuis hoort.

Misleiding

We zien niet zo vaak dat de burgelijke rechter zich inlaat met de uitleg van het begrip afvalstof. Dat doet in EVOA-zaken (zie de eerste uitspraak) meestal de Raad van State als bestuursrechter of het Europese Hof van Justitie. Begripscriteria als beperkte gebruiksmogelijkheden, negatieve economische waarde, samenstelling van het materiaal werden in deze zaak gebruikt ter invulling van het begrip afvalstof. Zelfs de maatschappelijke opvattingen zijn in de overwegingen van het Hof meegenomen. Op zichzelf begrijpelijk. De vraag is echter of deze criteria, die in de Nederlandse rechtspraak vaker zijn gehanteerd, in EVOA-verband relevant zijn. Daar gaat het immers om de uitleg van het Europeesrechtelijke afvalstoffenbegrip. Sinds Tombesi is dit begrip (voorlopig) zeer ruim uitgelegd door het Europese hof. Toch komt de Nederlandse rechter tot dezelfde uitkomst als ook de Europese hier gehanteerd zou hebben: afvalstof. Er waren immers geen argumenten voor het tegendeel.
Interessant is verder dat handelen in strijd met de EVOA (dus iets bevorderen uit te voeren wat verboden is) onrechtmatig is jegens derden, wanneer de derde op misleidende wijze worden ingeschakeld om het vervoer te verzorgen. Kennelijk was er met de reder geen open kaart gespeeld en zal het Rotterdamse overslagbedrijf zich onvoldoende in de EVOA hebben verdiept. Dat wordt afgestraft.

Mr B.J.M. Veldhoven
is advocaat en gespecialiseerd in milieurecht met name op het gebied van afvalstoffen.
Postbus 85852, 2508 CN Den Haag
telefoon (070) 365 23 00

e-mail: secretariaat@veldhovenadv.nl

 


© Uitgeverij Noordhoek BV