Artikel:

Rubriek:

Auteur:

Inhoud:

6 maart 1998

Jurisprudentie

B.J.M. Veldhoven

Geluids-isolerende voorziening

Zwaarwegend belang

Conclusie

Het kort geding een moordwapen

Is de milieuadvocaat in moordzaken terechtgekomen? Nee, dat is niet het geval. Hier wordt het woord moord in een andere zin bedoeld, namelijk om uit te drukken dat het om een bijzonder mooi wapen gaat. De woordspeling leek mij wel aardig: ik kom daar hieronder op terug in een zaak waar 'moord en doodslag' dreigde tussen een bedrijf en omwonenden en waarbij het kort geding zeer effectief werkte om het geschil te bezweren.

Eerst nog even terug naar de zaak die ik in augustus 1997 (zie artikel "Afvaltransporteurs opgepast!") heb behandeld. Nadat een transporteur zowel door de Rechtbank als door het Hof in Leeuwarden was veroordeeld, kondigde ik aan dat de Hoge Raad wel eens anders zou kunnen beslissen. Die voorspelling is uitgekomen. Het ging over een container bouw- en sloopafval waar onderin zo bleek later gevaarlijke afvalstoffen (blikken met resten hechtlak en niet uitgeharde hars) zaten. De transporteur werd hiervoor verantwoordelijk gehouden. Op 28 januari besliste de Hoge Raad dat niet bewezen was dat de transporteur redelijkerwijs had moeten weten dat zich in de container gevaarlijke afvalstoffen zaten. De transporteur had verklaard dat het hem bekend was dat onder het puin ook gevaarlijke afvalstoffen bleken te bevinden. Maar dat was achteraf bekend geworden en niet voor de aanvang van of tijdens het vervoer. Dat kan een transporteur ook niet weten als die stoffen niet zichtbaar in de container aanwezig zijn, zoals in dit geval, omdat ze onderin zaten. Zeer belangrijk is dat het oordeel van Rechtbank en Hof onderuit is gehaald. Er was immers met geen enkel argument aangegeven waarom hij niet vrijuit ging. Hij had immers alles gedaan wat van een netjes handelend transporteur verwacht mag worden. De zaak is verwezen naar een ander Hof en zal daar weer worden behandeld. Wordt vervolgd.

Geluidsisolerende voorziening

Een zaak waar ik deze keer bij wil stilstaan heeft geleid tot een uitspraak van de President van de Rechtbank Den Bosch van 9 december 1997. Waar ging het om? Een groothandel in kruidenierswaren met opslag van onder andere aardappelen, groenten, fruit en vleeswaren had als continu bedrijf behoefte aan een groot aantal vrachtwagenbewegingen van en naar het bedrijf. Ook gedurende een groot deel van de nacht. De buurt ondervond last van de aan- en afrijdende vrachtwagens. Het bedrijf dat overigens op termijn (gedeeltelijke) verplaatsingsplannen had, had laten uitrekenen door de geluidsadviseur dat de vrachtwagenbewegingen, mits beperkt in aantal, geen problemen zouden hoeven te geven. Hiermee zou het voortbestaan van het bedrijf verzekerd zijn, indien geluidsisolerende voorzieningen aan de huizen van de omwonenden zouden worden aangebracht. Naast allerlei geluidsisolerende maatregelen aan de bron en in de overdrachtssfeer die het bedrijf al had benut, waren voorzieningen aan de woningen het enige wat nog redelijkerwijs resteerde. De buurt vond het een onaanvaardbare inbreuk op het eigendomsrecht om voorzieningen te moeten gedogen die het karakter van de woningen op een onaanvaardbare wijze zouden aantasten en weigerde die toe te laten. Daardoor ontstond tussen partijen een patstelling. Het bedrijf vond dat haar belangen zwaarder zouden moeten wegen dan die van de buurt, terwijl het bedrijf voorts betoogde dat de omwonenden juist baat hadden bij de gevraagde voorzieningen, omdat dit de geluidsoverlast aanzienlijk zou beperken. Het bedrijf vond dan ook dat de eigenaren van de woning misbruik maakten van hun eigendomsrecht en daardoor onrechtmatig handelden. Dus greep het bedrijf naar het wapen van het kort geding. Het vorderde bij de President van de Rechtbank om de buurt te doen gedogen dat de geluidsisolerende voorzieningen aan de woningen aangebracht zouden worden.

Zwaarwegend belang

Allereerst stelde de President vast dat het aanbrengen van de gevorderde voorzieningen niet via een milieubeheervergunning of elders kan worden opgelegd. Voorts vond de President dat de eigenaren van de woningen in beginsel de bevoegdheid hebben om de gevorderde geluidsvoorziening die zij niet fraai en gepast vond, te weigeren. Toch ging de President mee met het bedrijf dat het een evident en zwaarwegend belang had bij het treffen van voorzieningen. Daarom mocht verlangd worden te gedogen dat aan de woningen voorzieningen werden getroffen.
Ter zitting bleek dat een belangrijke voorwaarde daarvoor was dat het bedrijf binnen vijf jaar zou worden gesloten, dan wel zodanig anders zou worden gebruikt dat de geluidsisolerende voorzieningen niet langer nodig zouden zijn. Doordat het bedrijf toch dacht aan (gedeeltelijke) verplaatsing, was dit een reële optie.
Voorts kwam aan de orde dat het bedrijf een bedrag apart zou moeten zetten om te zijner tijd daarmee de geluidsisolerende voorzieningen weer ongedaan te maken. Onder die voorwaarden, zo oordeelde de President, kan in de belangenafweging geoordeeld worden dat de buren in redelijkheid die voorzieningen niet kunnen weigeren. En als ze dat wel zouden doen, zou gezegd kunnen worden dat zij misbruik maken van hun eigendomsrecht. Omdat een en ander ter zitting nog onvoldoende was uitgewerkt, werd er bepaald dat de behandeling zou worden voortgezet om de verschillende aspecten die deel zouden uitmaken van de regeling, nader met partijen door te nemen.

Conclusie

Deze uitspraak is bijzonder interessant, omdat het aangeeft dat het eigendomsrecht ook zijn beperkingen kent, ook al geldt het van oudsher als de meest volkomen, in de zin van volledig en volmaakt recht. Dit is een mooi voorbeeld van milieujurisprudentie, waarin de belangen worden afgewogen en een zeer behoorlijk eindresultaat kan worden geboekt voor een bedrijf, dat, zoals zo vaak voorkomt, door de buurt op een bepaalde wijze wordt bejegend. Het kort geding is dan, zo blijkt, een bijzonder mooi wapen om doeltreffende resultaat te boeken. Met name bedrijven die het goede voor hebben met hun omgeving zullen dankbaar zijn dat de strijd eindelijk in hun voordeel kan worden beslist. Geen moord of doodslag dus, maar een happy end zonder verliezers.

Mr B.J.M. Veldhoven
is advocaat en gespecialiseerd in milieurecht met name op het gebied van afvalstoffen.
Postbus 85852, 2508 CN Den Haag
telefoon (070) 365 23 00

e-mail: secretariaat@veldhovenadv.nl

 


© Uitgeverij Noordhoek BV