Dossier_Bouwstoffen.gif (17893 bytes)

Home ] Up ] Doelstelling ] Historie ] Voor wie bestemd? ] Certificering ] Partijkeuring ] Keuringsinstanties ] Infopunten ] Publicaties ]

 

Bouwstoffenbesluit in kort bestek

Op 1 januari 1999 is het Bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterbescherming (BB) in werking getreden. Pas vanaf 1 juli 1999 is het besluit volledig effectief, omdat vanaf dat moment de handhaving zal beginnen.

Wat is het Bouwstoffenbesluit?

Het Bouwstoffenbesluit stelt milieuhygiŽnische randvoorwaarden aan het verwerken van steenachtige bouwmaterialen (incl. grond) in (grond- en bouw)werken. Bodem en oppervlaktewater worden zo beschermd tegen verontreinigingen die uit dergelijke materialen kunnen vrijkomen. Terwijl hergebruik van restproducten binnen de grenzen van het besluit mogelijk is. (Meer over het bouwstoffenbesluit onder Doelstelling)

Voor wie is het besluit van belang?

Het besluit heeft niet alleen betrekking op secundaire materialen (zoals materialen vervaardigd uit bouw- en sloopafval), maar ook op primaire materialen als zand, klei en beton. Het Bouwstoffenbesluit geldt uitsluitend voor situaties waarbij de materialen in toepassingen buiten in contact komen met regenwater, grondwater of oppervlaktewater. Gebruikers van steenachtige materialen in deze situaties moeten kunnen aantonen dat de materialen aan de eisen voldoen die in het besluit worden gesteld. Het besluit is niet van toepassing op bouwstoffen die binnen een gebouw worden gebruikt. (Meer over de doelgroepen onder Voor wie bestemd?)

Gevolgen

Het gevolg van het Bouwstoffenbesluit is dat producenten hun producten moeten certificeren of ze moeten partijkeuringen laten verrichten volgens vastgestelde protocollen. Toepassers moeten het gebruik van veel bouwstoffen melden aan het bevoegd gezag, waarbij een groot aantal gegevens moet worden overlegd. Tevens zijn aan de toepassing van de materialen randvoorwaarden verbonden, die afhangen van de kwaliteit van het product. Het bevoegd gezag, tenslotte, moet via handhaving erop toezien dat geen milieubedreigende situaties ontstaan. In dit alles draait het maar om een ding en dat is de kwaliteit van de bouwstof in relatie tot het werk waarin het wordt toegepast. Er zijn twee mogelijkheden om de kwaliteit van een bouwstof aan te tonen:

  • door de bouwstof te certificeren
  • door een partijkeuring

Certificering

Certificering van een bouwstof heeft de voorkeur, niet alleen volgens het Bouwstoffenbesluit, maar ook van de leveranciers en producenten. De certificering is erop gebaseerd dat de producent van de bouwstof die toegepast gaat worden deze geproduceerd heeft volgens vastgelegde kwaliteitsnormen. De producent kan zich hiervoor laten certificeren. Hij wordt dan door een extern bureau doorgelicht en gecontroleerd of de productie van de bouwstof ook bij voortduring aan de kwaliteitsnormen voldoet. Wordt de producent gecertificeerd, dan verkrijgt hij een certificaat voor de bouwstof dat deze voldoet aan de bouwstof. Het grote voordeel is tijdwinst: met het certificaat kan de bouwstof meteen kan worden toegepast. (Meer over certificeren in de rubriek Certificeren)

Partijkeuring

Bij een partijkeuring wordt, zoals het woord al zegt, een specifieke partij bouwstoffen gekeurd. Het resultaat van de keuring geldt dus alleen voor die partij en niet voor het gehele productieproces. Partijkeuringen worden uitgevoerd in opdracht van producenten van bouwstoffen en de (gemeentelijke) handhavingsbureaus. Voor de keuring zijn 'toetingsprotocollen' vastgesteld, waarin eisen worden gesteld aan het uit te voeren onderzoek. Er zijn zowel protocollen voor handhavers en een protocol voor gebruikers/producenten. (Meer over partijkeuringen in de rubriek Partijkeuringen)

 

 

© Uitgeverij Noordhoek BV